Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-6292
Zaaknummer: C/09/707608
Datum beschikking: 11 september 2026
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 22 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Vurdelja te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
met een voor de rechtbank bekend briefadres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift van 17 juni 2026, met bijlagen, van de vrouw.
Op 28 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, een advocaat stagiaire mr. [naam 1] en een tolk, de heer Soltani;
[naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De man is hoewel behoorlijk opgeroepen niet op de zitting verschenen. De man heeft de rechtbank op de dag van de zitting per e-mail bericht dat hij ziek is. De rechtbank heeft de man daarom in de gelegenheid gesteld om telefonisch deel te nemen aan de zitting. De rechtbank heeft de man bij aanvang van de zitting twee keer geprobeerd te bellen, maar de man heeft de telefoon niet opgenomen.
Feiten
De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2013 te [plaats], [land]. Tussen de man en de vrouw loopt een echtscheidingsprocedure, bekend onder zaak- en rekestnummer C/09/707598 en FA RK 26-6284.
Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats].
De man en de vrouw oefenen het gezamenlijk gezag uit over [minderjarige].
De man en de vrouw hebben blijkens de Basisregistratie Personen (BRP) de Iraanse nationaliteit en de nationaliteit van [minderjarige] is onbekend.
Bij beschikking van deze rechtbank van 23 oktober 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 23 oktober 2024 tot 23 oktober 2025. Bij beschikking van deze rechtbank van 16 oktober 2025 is de ondertoezichtstelling verlengd tot 23 oktober 2026.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres], met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden en onder de bepaling dat de vrouw een in deze af te geven beschikking ten uitvoer kan doen leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
[minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe en past daarbij Nederlands recht toe.
Toevertrouwing kind en uitsluitend gebruik echtelijke woning
De vrouw heeft verzocht te bepalen dat zij gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en dat [minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd. Nu de man geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank de verzoeken van de vrouw toewijzen.
De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat hij aan de vrouw wordt toevertrouwd, nu dit aansluit bij de feitelijke situatie waarbij [minderjarige] bij de vrouw verblijft. De rechtbank begrijpt dat de vrouw graag weg wil uit de echtelijke woning, omdat de man daar nog vaak langskomt. De vrouw heeft echter nog geen andere plek om te verblijven. Daarom is het in het belang van de vrouw en dat van [minderjarige] dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Dat betekent dat de man daar dus niet meer mag komen. Op de zitting heeft de Raad nog naar voren gebracht dat de vrouw, mogelijk in samenspraak met de betrokken hulpverlenende instantie [zorginstantie], kan regelen dat de vrouw een Aware knop krijgt om haar meer vertrouwen te geven in het verblijf in de echtelijke woning.
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen. Ook het verzoek met betrekking tot de sterke arm zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Uit de toelichting op de tekst van artikel 822, eerste lid, aanhef en onder a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt dat het hieronder te geven bevel zelf al de titel verschaft om tot ontruiming van de echtelijke woning met behulp van de sterke arm over te gaan. De verzochte machtiging is daarvoor niet noodzakelijk.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te
[geboorteplaats], aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 september 2026. |