ECLI:NL:RBDHA:2026:29877

Datum uitspraak
09-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/697762 / FA RK 26-402
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzen eenhoofdig gezag. Wijzigen omgangsregeling.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-402

Zaaknummer: C/09/697762

Datum beschikking: 9 september 2026

Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 8 januari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F.S.M. Oudijk in Gouda.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder.

De minderjarige [minderjarige 1] heeft in een gesprek met de kinderrechter haar mening gegeven over de verzoeken.

Op 12 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

  • De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van 15 november 2016 tot 13 juni 2023.

  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ;

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats 2] .

  • De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.

  • Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 12 mei 2023 is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en is – voor zover hier van belang – de inhoud van het door de ouders ondertekende ouderschapsplan van 9 mei 2023 aangehecht aan de beschikking waarin – voor zover hier van belang – een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld is en bepaald is dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank:

  • te bepalen dat het gezamenlijk gezag van partijen wordt beëindigd en de moeder met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen zal worden belast;

  • te bepalen dat de volgende omgangsregeling tussen partijen zal gelden:

- indien de vader niet over een eigen woning beschikt alwaar de kinderen kunnen overnachten, haalt de vader de kinderen op van school op vrijdagmiddag, en diezelfde dag om 18:30 uur (na het avondeten) worden de kinderen opgehaald door hun grootvader moederszijde die hen bij de moeder brengt. Indien de kinderen op vrijdag niet naar school hoeven, vindt de overdracht op vrijdagochtend om 08:15 uur bij een derde plaats, waar de vader de kinderen later ophaalt. De kinderen zullen in de even weken een hele zaterdag bij de vader verblijven. De moeder brengt de kinderen naar de voetbal toe en laat aan de vader weten hoe laat dit is, waarna de vader 20 minuten later zal arriveren op de voetbal, zodat de moeder veilig kan vertrekken. Als er geen voetbal is vindt de overdracht via derden plaats. Beide partijen hebben een bewezen voldoende beschikbaar netwerk om de overdracht door een derde te laten plaatsvinden;

- indien de vader over een eigen woning beschikt, alwaar de kinderen kunnen overnachten, verblijven de kinderen de ene week vanaf vrijdagmiddag uit school bij de vader tot 18:30 uur. De andere week verblijven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van vrijdagmiddag uit school tot en met zondag 16:00 uur bij de vader. De kinderen worden opgehaald door grootvader moederszijde die hen vervolgens bij de moeder brengt. Indien deze grootvader verhinderd is, zullen partijen in overleg een andere derde aanwijzen. Als de kinderen op vrijdag niet naar school hoeven, vindt de overdacht op vrijdagochtend om 08:15 uur bij een derde plaats;

- voor het overige verblijven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Gezag

Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom slechts worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende gebleken.

De afgelopen jaren is er veel gebeurd binnen het gezin. Zo zijn de kinderen getuige geweest van een geweldsincident tussen de vader en zijn broer en een incident waarbij de vader de ruit van de voordeur van de moeder kapot sloeg. Daarnaast heeft de vader de moeder en haar nieuwe partner meermaals met de dood bedreigd, waarna zij aangifte hebben gedaan. Een en ander heeft geleid tot een ernstig verstoorde verstandhouding tussen de ouders.

De moeder stelt zich op het standpunt dat de communicatie tussen ouders dermate slecht is dat het voor de ouders niet meer mogelijk is om gezamenlijk het gezag over de kinderen uit te oefenen. De kinderen dreigen hier klem en verloren door te raken. Ondanks dat is geprobeerd het contact te herstellen, blijven er escalaties plaatsvinden. Zo heeft de vader pas na maanden en tussenkomst van het Sociaal Team toestemming gegeven voor een door de huisarts aangeraden hulpverleningstraject voor [minderjarige 2] .

De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen, omdat dit in het belang van de kinderen wordt geacht. Hiervoor is echter wel vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die hun kinderen aangaan en dat zij beslissingen over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen.

De rechtbank constateert dat de ouders op dit moment niet met elkaar communiceren. De moeder heeft onweersproken gesteld dat het niet mogelijk is voor de ouders om voortvarend met elkaar in overleg te treden over gezagsgerelateerde beslissingen. Dit heeft herhaaldelijk tot problemen geleid, zo kon hulpverlening voor Sarah pas na maanden opgestart worden, doordat de vader pas na maanden en tussenkomst van het Sociaal Team toestemming heeft gegeven voor deze hulpverlening. De rechtbank verwacht niet dat in de onderlinge communicatie tussen de ouders op afzienbare tijd verbetering komt, onder andere omdat de moeder onweersproken heeft gesteld dat de vader zich heeft teruggetrokken uit het ouderschapsbemiddelingstraject en niet open staat voor een nieuw traject en de vader ook in deze procedure geen verweer heeft gevoerd.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen en bepalen dat de moeder voortaan alleen belast is met het gezag over de kinderen.

Wijziging omgangsregeling

Nu de moeder met het eenhoofdig gezag over de kinderen zal worden belast, zal hierna worden gesproken over een omgangsregeling.

De moeder vindt het, ondanks alle gebeurtenissen, in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] dat ze zowel hun vader als moeder in hun leven hebben. De moeder stelt dat de kinderen, gezien de woonruimte van de vader, niet bij de vader kunnen overnachten maar wel overdag kunnen verblijven. De moeder wil de regeling wijzigingen zodat deze aansluit bij de huidige situatie van partijen en de veiligheid van de moeder wordt gewaarborgd tijdens de overdrachtsmomenten. Daarnaast heeft de moeder onweersproken gesteld dat de huidige omgangsregeling te lang is voor de kinderen, dit is volgens haar bevestigd door hulpverleners van de kinderen.

Op grond van het eerste lid van artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de omgang wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

De rechtbank concludeert dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. De woonsituatie van de vader is gewijzigd. Hij woont nu in een begeleid wonen complex waar maar één kind onder de twaalf jaar mag blijven slapen. De moeder is gelet op de gewijzigde omstandigheden ontvankelijk in haar verzoek.

De rechtbank zal het verzoek van de moeder om de omgangsregeling te wijzigen toewijzen en oordeelt hierbij als volgt. Het is in het belang van de kinderen dat zij samen bij de vader kunnen verblijven. Nu is gebleken dat de kinderen niet gelijktijdig bij de vader kunnen logeren, dit er eerder toe heeft geleid dat de kinderen beiden (onverwacht) op een ander adres bleven overnachten, zal de rechtbank de omgangsregeling wijzigen naar een omgangsregeling zonder overnachtingen, tot dat de vader beschikt over een woonruimte waar beide kinderen kunnen overnachten. De rechtbank acht het van belang dat de kinderen weten waar zij aan toe zijn en dat zij niet steeds voor verassingen komen te staan. Daarnaast acht de rechtbank het in het belang van de kinderen om, conform het verzoek van de moeder, de omgang enigszins te verkorten.

Kindbrief

De rechtbank heeft [minderjarige 1] een brief geschreven om haar te laten weten wat er is gebeurd. Dit is de inhoud van die brief:

Beste [minderjarige 1] ,

Een tijdje geleden heb je met mijn collega gesproken, ook een kinderrechter. Je hebt aan haar verteld dat je je vader wel graag wil blijven zien, maar dat je niet bij hem wil logeren op een plek die je niet kent. Dat snap ik ook goed, omdat het fijn is als een slaapplek vertrouwd is. Je vader heeft nu geen plek waar jij en je zusje allebei tegelijk kunnen logeren. Ik heb daarom besloten dat zolang je vader nog geen woonplaats heeft waar jullie allebei kunnen slapen, jullie niet bij hem logeren. Als je vader een andere woning krijgt, kunnen jullie weer bij hem logeren.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van de rechtbank Overijssel van 12 mei 2023 – :

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1988 in [geboortedatum 4] het gezag zal toekomen over de kinderen:

  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ,

  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats 2] ;

*

bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader zijn zo lang de vader niet over een woning beschikt waar beide kinderen gelijktijdig kunnen slapen:

- van vrijdagmiddag uit school tot 18:30 uur, waarbij de vader de kinderen van school ophaalt en opa moederszijde de kinderen bij de vader ophaalt;

- indien de kinderen op vrijdag niet naar school hoeven, vindt de overdracht op vrijdagochtend om 08:15 uur bij een derde plaats, waar de vader de kinderen later ophaalt;

- in de even weken op zaterdag, waarbij de moeder de kinderen naar de voetbalwedstrijd brengt en aan de vader laat weten hoe laat dit is, waarna de vader 20 minuten later zal arriveren op de voetbal;

- indien er geen voetbal is, vindt de overdracht via derden plaats;

en dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader zijn wanneer de vader over een woning beschikt waar beide kinderen gelijktijdig kunnen slapen:

  • de ene week van vrijdagmiddag uit school tot 18:30 uur;

  • de andere week van vrijdag uit school tot zondag 16:00 uur, waarbij de kinderen worden opgehaald door een derde, bij voorkeur opa moederszijde;

- indien de kinderen op vrijdag niet naar school hoeven, vindt de overdacht op vrijdagochtend om 08:15 uur bij een derde plaats;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

kosten rechtens.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Honée, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »