RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.51754
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. A. Szirmai),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. M. Weerman).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiseres geen procesbelang meer heeft bij haar aanvraag. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2001. De minister heeft met het bestreden besluit van 25 september 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Op 10 juli 2026 heeft de minister de rechtbank laten weten dat eiseres op 8 juli 2026 met onbekende bestemming is vertrokken.
De rechtbank heeft de gemachtigde van eiseres in de gelegenheid gesteld te reageren op dit bericht en aan te geven of zij nog contact heeft met eiseres. Gemachtigde heeft hier op 7 augustus 2026 op gereageerd.
De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van de minister. De gemachtigde van eiseres heeft zich afgemeld voor de zitting. Eiseres is niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State2 volgt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd en met onbekende bestemming (MOB) vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar zij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is anders als een vreemdeling na de MOB-melding nog contact onderhoudt met haar gemachtigde.
4. Gemachtigde heeft in haar bericht van 28 augustus 2026 aangegeven dat zij geen contact meer met eiseres heeft. Gemachtigde handhaaft de procedure.
5. Nu uit de gegevens van de minister blijkt dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en uit het bericht van de gemachtigde niet volgt dat eiseres na de MOB-melding nog contact met haar onderhoudt, neemt de rechtbank aan dat eiseres niet langer prijs stelt op bescherming in Nederland, zodat zij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
6. De rechtbank is bekend met de verwijzingsbeslissing van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 14 augustus 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:22813). De rechtbank ziet in de verwijzingsbeslissing geen aanleiding om de beoordeling van het beroep van eiseres aan te houden. In het geval van eiseres zal een eventuele strijd met artikel 3 van het EVRM dan wel artikel 4 van het Handvest beoordeeld worden als zij een hernieuwde aanvraag indient of als ze zou moeten vertrekken uit Nederland.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Brandwacht - Kampman, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Jongmans, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.