RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 26/15122
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2026 in de zaak tussen
[naam eiseres],
[V-nummer eiseres],
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiseres tegen de beslissing van de minister van 1 september 2026.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
De minister heeft bij brief van 21 september 2026 aan de rechtbank laten weten dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken.
Beoordeling door de rechtbank
2. Nu eiseres met onbekende bestemming is vertrokken, geldt de veronderstelling, dat eiseres niet langer een inhoudelijk beoordeling van het beroep verlangt. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat deze veronderstelling onjuist is en daarmee nog sprake is van procesbelang.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake meer is van procesbelang.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van
M.S.G. van der Werf, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier, rechter,
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekend gemaakt op 8 oktober 2026.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspaak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.