Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-5771
Zaaknummer: C/09/706782
Datum beschikking: 7 september 2026
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 9 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. van Coolwijk te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.E.M. Beijersbergen te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
-
het (aanvullend) verzoekschrift;
-
het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken.
Op 17 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met waarnemend advocaat mr. J.M. Bekooij, de moeder met haar advocaat en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
-
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
-
Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op
[geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats].
-
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
-
De hoofdverblijfplaats van [minderjarige] is bij de moeder.
-
De ouders hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:247a Burgerlijk Wetboek (BW) een ouderschapsplan opgesteld.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt – na aanvulling – :
ten aanzien van de zorgregeling
- te bepalen dat de zorgregeling wordt gewijzigd in die zin dat [minderjarige] in de ene week van maandagochtend tot en met donderdagochtend naar school bij de vader is en in de andere week van vrijdagmiddag uit school tot en met donderdagochtend naar school;
- te bepalen dat in de vakanties van langer dan een week, [minderjarige] iedere woensdag en
zondag met de andere ouder zal bellen;
-
te bepalen dat de vakantieregeling wordt gewijzigd, zoals vermeld is in randnummer 4.10 van het verzoekschrift;
-
althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie juist acht;
ten aanzien van de vervangende toestemming
-
de vader vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] aan te melden voor een medische behandeling ten aanzien van zijn psychische gezondheid bij Drs. [naam 2];
-
de vader vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] aan te melden voor de voetbalvereniging [naam vereniging] te [plaats];
ten aanzien van het raadsonderzoek
-
de Raad te gelasten een onderzoek in te stellen naar de vragen:
-
Hoe kan de communicatie tussen de ouders verbeterd worden?
-
Hoe kan ingezet worden op een sociaal leven van [minderjarige] bij zowel zijn vader als zijn moeder en hoe kunnen de ouders zich hiervoor inspannen?
-
Hoe kan een situatie gecreëerd worden waarin [minderjarige] fijn en onbelast contact heeft met beide ouders?
-
Is het in het belang van [minderjarige] hem aan te melden bij de hulpverlening, zoals verzocht door de vader, of is er een ander beter passend hulptraject voor [minderjarige] en de ouders?
-
Hoe kunnen de ouders worden ondersteund bij het zoeken naar hulpverlening die verandering kan brengen in de wijze waarop zij communiceren en zich tot elkaar verhouden?
-
Is het nodig om een ondertoezichtstelling op te leggen dan wel een voorwaardelijke ondertoezichtstelling, om te zorgen dat de ouders zich aan de gemaakte afspraken houden?
-
Subsidiair: welke zorgregeling is in het belang van [minderjarige]?
ten aanzien van de proceskosten
- Te bepalen dat ieder zijn eigen proceskosten draagt,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de moeder zelfstandig:
-
primair – naar de rechtbank begrijpt – de zorgregeling te wijzigen in die zin dat [minderjarige] in de ene week van maandag uit school tot dinsdag naar school bij de vader verblijft en in de andere week van maandag uit school tot dinsdag naar school en vanaf vrijdag uit school tot dinsdag van de daaropvolgende week naar school bij de vader verblijft;
-
subsidiair – naar de rechtbank begrijpt – de zorgregeling te wijzigen in die zin dat [minderjarige] de ene week van maandag tot woensdagochtend naar school bij de vader is en in de andere week van vrijdagmiddag 17.00 uur tot woensdagochtend naar school;
-
te bepalen dat de vakantieregeling wordt vastgelegd, zoals vermeld is in randnummer 54 van het verzoekschrift,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Wijziging van de zorgregeling en vervangende toestemming aanmelden voetbalvereniging
Gelet op de inhoudelijke samenhang zal de rechtbank deze verzoeken hierna tezamen beoordelen.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a eerste lid BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e lid 1 BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders, een beslissing inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling) alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan.
Ontvankelijkheid
Nu – naar de rechtbank begrijpt – beide ouders een verzoek tot wijziging van de zorgregeling en een verdeling van de vakantiedagen en feestdagen hebben gedaan, gaat de rechtbank ervan uit dat niet in het geschil is dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. De rechtbank verklaart de ouders daarom beiden ontvankelijk in hun verzoeken om de zorgregeling te wijzigen. Daarnaast is de vader ontvankelijk in zijn verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor de aanmelding van [minderjarige] bij de voetbalvereniging.
Standpunt van de vader
Volgens de vader volgt uit het ouderschapsplan van 30 september 2021 dat een zorgregeling is afgesproken waarbij [minderjarige] de ene week van maandag tot woensdagochtend naar school bij de vader is en in de andere week van vrijdagmiddag 17:30 uur tot woensdagochtend naar school bij de vader is. Ten tijde van het afspreken van de zorgregeling in het ouderschapsplan was de moeder op woensdagmiddag vrij. Dit is inmiddels niet meer het geval. Hierdoor moet [minderjarige] op woensdagmiddag mee naar het werk van de moeder. Na de zomervakantie is er namelijk pas plek voor [minderjarige] op de naschoolse opvang. [minderjarige] kan hierdoor niet deelnemen aan sportactiviteiten, terwijl dit volgens de vader niet in overeenstemming is met de afspraken in het ouderschapsplan. De vader geeft aan dat hij zijn werktijden kan aanpassen zodat hij op woensdagmiddag vrij is en hij [minderjarige] naar de voetbaltraining in [plaats] kan brengen. Volgens de vader is het niet in het belang van [minderjarige] dat hij mee moet naar het werk van de moeder wanneer hij ook tijd met de vader kan doorbrengen en kan sporten met vriendjes. De vader wil ook graag dat de zorgregeling wordt aangepast zodat [minderjarige] om de week op vrijdagmiddag skiles kan volgen. Indien [minderjarige] skiles zou volgen zonder wijziging van de zorgregeling, zou de vader [minderjarige] om de week op vrijdag eerder bij de moeder moeten ophalen zodat hij [minderjarige] naar skiles kan brengen. De moeder stemt hier volgens de vader niet mee in. De vader voert aan dat [minderjarige] graag skiles wil volgen en dat het voor de vader belangrijk is dat [minderjarige] goed leert skiën, onder meer vanwege de wintersportvakanties met de familie van vaderszijde. Daarnaast acht de vader sport belangrijk voor de sociale ontwikkeling van [minderjarige] en voor het opbouwen van een sociaal netwerk in de woonomgeving van de vader. Verder wijst de vader erop dat bij de door hem voorgestelde zorgregeling met betrekking tot de skiles, het wisselmoment op school plaatsvindt en niet bij de woning van de moeder. Hierdoor zullen de spanningen tussen de ouders volgens de vader afnemen. De moeder heeft het voorstel afgewezen. De vader acht het in het belang van [minderjarige] dat de verdeling van de vakanties en feestdagen door de rechtbank wordt vastgesteld om onduidelijkheid te voorkomen. Hij heeft daartoe een voorstel gedaan, waarbij de focus ligt op de mogelijkheid om met [minderjarige] tot wintersportvakantie te gaan. Daarnaast wil de vader graag dat belafspraken tijdens de vakanties worden vastgelegd, aangezien dit in de zomervakantie 2026 niet goed is verlopen.
Ten aanzien van het verzoek om vervangende toestemming om [minderjarige] aan te melden bij voetbalvereniging [naam vereniging] heeft de vader nog het volgende aangevoerd. Volgens de vader heeft de moeder wel ingestemd met het feit dat hij [minderjarige] op zijn zorgdagen naar de voetbal brengt en ophaalt, maar weigert zij mee te werken aan het brengen en ophalen van [minderjarige] naar de voetbal op haar zorgdragen. Hierdoor kan [minderjarige] volgens de vader niet volledig deelnemen aan het trainings- en wedstrijdschema van de voetbalvereniging. De vader voert aan dat in het ouderschapsplan is opgenomen dat [minderjarige] in de woonplaats van de moeder naar school gaat en dat het de voorkeur heeft dat [minderjarige] in de woonplaats van de vader sport. Hierdoor kan [minderjarige] op beide plekken een sociaal leven opbouwen. Daarnaast stelt de vader dat [minderjarige] zelf graag wil voetballen met zijn vriendjes uit [plaats].
Standpunt van de moeder
De moeder stelt dat de huidige zorgregeling inhoudt dat [minderjarige] in de ene week van maandag tot woensdagochtend naar school bij de vader is en in de andere week van vrijdagmiddag 17:00 uur tot woensdagochtend naar school. De moeder is van mening dat de vader meerdere afspraken uit het ouderschapsplan niet naleeft. De woonplaats van de vader is namelijk gewijzigd, terwijl de huidige zorgregeling hierop is gebaseerd. Volgens de moeder volgt uit het ouderschapsplan dat de afgesproken zorgregeling geldt onder de voorwaarde dat de vader op 20 minuten reisafstand van de school van [minderjarige] zou gaan wonen. Indien dat niet het geval zou zijn, zou de oude 70/30-zorgregeling weer gelden. De vader is echter verhuisd naar [plaats] en woont op (minimaal) 22 minuten reisafstand van de school van [minderjarige]. Volgens de moeder dient daarom de oude 70/30-zorgregeling te gelden en verzoekt de moeder wijziging van de zorgregeling. Daarnaast geeft de moeder aan dat het uitgangspunt van het traject parallel solo ouderschap dat de ouders hebben gevolgd is dat conflicten tussen de ouders zoveel mogelijk moeten worden beperkt en dat beide ouders binnen hun eigen zorgtijd zelfstandig invulling geven aan de opvoeding. De moeder wil dit uitgangspunt blijven volgen. Zij is van mening dat [minderjarige] mag voetballen of skiles mag volgen, maar dat deze activiteiten dan op de zorgdagen van de vader dienen plaats te vinden. Hierdoor blijft de structuur behouden en worden conflicten zoveel mogelijk voorkomen. Volgens de moeder zou de door de vader voorgestelde gewijzigde zorgregeling ertoe leiden dat er geen sprake meer is van een 50/50-verdeling en dat [minderjarige] vaker bij de vader is. De moeder vindt dat deze wijziging niet in het belang van [minderjarige] is. [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder, heeft daar een groot sociaal leven en gaat daar naar school. De moeder geeft aan dat het belang dat [minderjarige] op woensdagmiddag kan voetballen en op vrijdagmiddag skiles kan volgen niet zo zwaar weegt dat de zorgregeling daarop moet worden aangepast. Daarnaast sport [minderjarige] op woensdagmiddag tijdens het sportlesje dat de moeder begeleidt en tennist hij op vrijdagmiddag. Ook wil [minderjarige] na de zomervakantie beginnen met skateboardlessen. De moeder stelt dat de door de vader verzochte zorgregeling ertoe leidt dat er slechts één wisselmoment per twee weken minder is. Volgens de moeder leiden de wisselmomenten niet tot dusdanige spanningen dat [minderjarige] daarvan last heeft. De moeder is het ermee eens dat een duidelijke verdeling van de feest- en vakantiedagen, zonder keuzemogelijkheden, moet worden vastgelegd en doet daartoe een voorstel. De moeder ziet geen meerwaarde in het vastleggen van belmomenten met [minderjarige] tijdens de vakanties. Volgens haar lijkt [minderjarige] daar geen behoefte aan te hebben en verlopen de belmomenten bovendien niet goed, omdat er niet altijd wordt gebeld.
Het verzoek van de vader tot vervangende toestemming voor aanmelding bij de voetbalvereniging wegens moet volgens de moeder worden afgewezen omdat [minderjarige] meer dan een jaar lid is van deze voetbalvereniging. De moeder heeft er overigens geen bezwaar tegen dat [minderjarige] op de zorgdagen van de vader voetbalt of deelneemt aan voetbalwedstrijden, hetgeen ook al gebeurt. De moeder wil [minderjarige] alleen niet op haar zorgdagen naar de voetbal brengen of ophalen, aangezien ze het advies van het traject parallel solo ouderschap wil opvolgen.
Overwegingen van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat noch de vader noch de moeder voldoende zwaarwegende argumenten hebben aangevoerd om de huidige zorgregeling te wijzigen.
De door de moeder gewenste wijziging is ingegeven door de reisafstand tussen de woning van de vader en de school van [minderjarige] die (minimaal) 22 minuten bedraagt. In het ouderschapsplan is opgenomen dat ‘de vader ongeveer 20 minuten van de school van [minderjarige] gaat wonen’. Reeds daarom ziet de rechtbank in het door de moeder aangevoerde geen aanleiding om de zorgregeling te wijzigen zoals door haar is verzocht.
De door de vader gewenste wijziging is ingegeven door de door hem gewenste sportactiviteiten van [minderjarige] (voetbal bij voetbalvereniging [naam vereniging] in [plaats] en skiles op de vrijdagmiddag). De moeder is er op zichzelf niet tegen dat [minderjarige] voetbalt of skiles volgt, maar stelt dat deze activiteiten dan op de zorgdagen van de vader dienen plaats te vinden. Op de zorgdagen van de moeder heeft [minderjarige] nu op de woensdag- en vrijdagmiddag andere sportactiviteiten die hij net zo leuk vindt als voetballen en zij vindt niet dat [minderjarige] nu al moet worden ‘vastgepind’ op voetbal.
De rechtbank overweegt hierover als volgt. [minderjarige] is nu nog maar zeven jaar oud. De ouders hebben verschillende ideeën over welke sport hij zou moeten/willen beoefenen en hebben hier allebei andere, eigen keuzes in gemaakt. Dit heeft ertoe geleid dat hij in het komende schooljaar op voetbal, skiles, tennis en skateboarden zit. De beide ouders geven aan dat hij de sporten die hij bij de betreffende ouder beoefent, leuk vindt – en er ook goed in is. De rechtbank heeft geen reden om eraan te twijfelen dat hij al die sport(activiteit)en leuk vindt. De rechtbank vindt het gelet op de leeftijd van [minderjarige] nog te vroeg om daarin voor hem een keuze te maken, zeker nu die keuze mogelijk ook consequenties heeft voor de invulling van de zorgregeling. Uit het ouderschapsplan volgt ook dat sprake moet zijn van een consistente wens van [minderjarige] ten aanzien van de sport. Het is de rechtbank niet gebleken dat voetbal en/of skiles een duidelijke en consistente wens of voorkeur van [minderjarige] is. Er is op dit moment dan ook geen reden om te beslissen dat hij voortaan volledig zou moeten deelnemen aan het trainings- en wedstrijdschema en/of dat hij iedere vrijdag naar de skiles zou moeten gaan. De rechtbank ziet dan ook in de wens van de vader dat [minderjarige] gaat deelnemen aan het volledige trainings- en wedstrijdschema van voetbal en iedere vrijdag naar skiles gaat ziet de rechtbank dus geen grond om de zorgregeling te wijzigen zoals door de vader verzocht.
Nu [minderjarige] al is ingeschreven bij de voetbalvereniging is er ook geen belang meer bij het verzoek van de vader tot het verlenen van vervangende toestemming hiervoor.
Ook overigens ziet de rechtbank geen grond voor wijziging van de zorgregeling. Daar waar de vader stelt dat de moeder op de woensdagmiddagen naar haar werk gaat en [minderjarige] dan meeneemt, blijkt dat zij op de woensdagmiddag gedurende één uur een sportgroep in een gymzaal begeleidt. [minderjarige] sport dan mee, en neemt vaak ook een vriendje mee. Niet valt in te zien waarom dat niet in zijn belang zou zijn.
Conclusie De verzoeken van de vader en de moeder tot wijziging van de zorgregeling zullen worden afgewezen. De huidige zorgregeling waarbij [minderjarige] zijn hoofdverblijf bij de moeder heeft en in de ene week van maandag uit school tot woensdag naar school bij de vader verblijft, en in de andere week vanaf vrijdag 17:30 uur tot woensdag naar school, zal dus worden voortgezet. Het verzoek van de vader tot vervangende toestemming om [minderjarige] aan te melden bij voetbalvereniging [naam vereniging] zal eveneens worden afgewezen.
Belmomenten tijdens vakanties
Ten aanzien van het verzoek van de vader tot het vastleggen van belmomenten tijdens de vakanties overweegt de rechtbank als volgt. Niet is gebleken dat [minderjarige] behoefte heeft aan een belregeling. Daarnaast is op de zitting gebleken dat het bellen tijdens de afgelopen vakantie niet goed is verlopen. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.
Verdeling van de vakanties en feestdagen
Uit de stukken en hetgeen op de zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank gebleken dat de ouders behoefte hebben aan een duidelijke verdeling van de vakanties en feestdagen. De rechtbank zal daarom de volgende verdeling vastleggen:
-
Sinterklaas (5 december): conform de reguliere zorgregeling;
-
de kerstvakantie:
-
in jaren waarin kerst in een even week valt (dus: kerstvakantie 2026/2027 e.v.) is [minderjarige] de eerste week van de kerstvakantie bij de moeder en de tweede week bij de vader, waarbij het wisselmoment op zaterdag om 12:00 uur is; de ouder bij wie [minderjarige] in de eerste week is, haalt [minderjarige] op de vrijdagmiddag voorafgaand aan de schoolvakantie van school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) en de ouder bij wie [minderjarige] in de tweede week is, brengt [minderjarige] op de eerste maandagochtend na de kerstvakantie naar school, waarna de reguliere zorgregeling wordt hervat;
-
in de jaren waarin kerst in een oneven week valt (dus: kerstvakantie 2027/2028 e.v.) is dit andersom;
-
de kerstdagen (voor zover deze dagen niet binnen de hiervoor omschreven verdeling van de kerstvakantie vallen):
-
in de even jaren is [minderjarige] op 24 en 25 december bij de moeder en op 26 december van 10:00 uur tot 27 december 10:00 uur bij de vader;
-
in de oneven jaren is dit andersom;
-
oud en nieuw: [minderjarige] is bij de vader en de moeder conform de kerstvakantieregeling;
-
de voorjaarsvakantie:
-
in de even jaren is [minderjarige] bij de vader, van de vrijdagmiddag voorafgaand aan de vakantie uit school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) tot maandag na de vakantie naar school;
-
in de oneven jaren is [minderjarige] bij de moeder, van de vrijdagmiddag voorafgaand aan de vakantie uit school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) tot maandag na de vakantie naar school;
-
de meivakantie:
-
in de even jaren is [minderjarige] de eerste week van de meivakantie bij de vader en de tweede week bij de moeder, waarbij het wisselmoment op zaterdag om 12:00 uur is; de ouder bij wie [minderjarige] de eerste week is, haalt [minderjarige] van school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) en de ouder bij wie [minderjarige] de tweede week is, brengt [minderjarige] op de maandagochtend na de vakantie naar school;
-
in de oneven jaren is dit andersom;
-
de herfstvakantie:
-
in de even jaren is [minderjarige] bij de moeder, van de vrijdagmiddag voorafgaand aan de vakantie uit school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) tot maandag na de vakantie naar school;
-
in de oneven jaren bij de vader, van de vrijdagmiddag voorafgaand aan de vakantie uit school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) tot maandag na de vakantie naar school;
-
Goede vrijdag en pasen: conform de reguliere zorgregeling;
-
Koningsdag: conform de reguliere zorgregeling;
-
Bevrijdingsdag: conform de reguliere zorgregeling;
-
Pinksteren:
-
in het geval dat [minderjarige] tijdens het pinksterweekend conform de reguliere zorgregeling bij de vader is, dan is [minderjarige] op de pinkstermaandag aansluitend aan het weekend bij de vader;
-
in het geval dat [minderjarige] tijdens het pinksterweekend conform de reguliere zorgregeling bij de moeder is, wordt de pinkstermaandag aan het weekend van de moeder toegevoegd en is [minderjarige] tot dinsdag naar school bij de moeder;
-
Hemelvaartsdag: conform de reguliere zorgregeling;
-
verjaardag [minderjarige]: conform de reguliere zorgregeling;
-
verjaardag moeder: conform de reguliere zorgregeling;
-
verjaardag vader: conform de reguliere zorgregeling;
Ter verduidelijking van de regeling in het dictum zal de rechtbank de verdeling van de kerstdagen en kerstvakantie voor de komende drie jaar hieronder uitwerken:
-
voor de kerstvakantie 2026/2027 geldt dat [minderjarige]:
-
vanaf vrijdagmiddag 18 december 2026 uit school/14:00 uur tot zaterdag
26 december 2026 om 10:00 uur bij de moeder is, vanaf zaterdag 26 december 2026 om 10:00 uur tot woensdag 6 januari 2027 naar school bij de vader is, en vervolgens verder conform de zorgregeling, waarbij [minderjarige] dus weer vanaf woensdag
6 januari 2027 uit school tot maandag 11 januari 2027 bij de moeder is, waarna hij vanaf maandag 11 januari 2027 tot woensdag 13 januari 2027 naar school bij de vader is, en vervolgens van woensdag 13 januari 2027 uit school tot vrijdag 15 januari 2027 17:30 bij de vader, etc.;
-
voor de kerstvakantie 2027/2028 geldt dat [minderjarige]:
-
vanaf vrijdag 24 december uit school/ 16.00 uur bij de vader is tot zondag
26 december 2027 om 10:00 uur, en vanaf zondag 26 december 2027 om 10:00 uur tot maandag 3 januari 2028 naar school bij de moeder is, waarna de reguliere zorgregeling wordt hervat in die zin dat [minderjarige] van maandag 3 januari 2028 naar school tot woensdag 5 januari 2028 bij de vader is, en vervolgens van woensdag
5 januari 2028 tot vrijdag 7 januari 2028 om 17:30 bij de moeder, etc.;
-
voor de kerstvakantie 2028/2029 geldt dat [minderjarige]:
-
vanaf vrijdag 22 december 2028 uit school/16:00 uur bij de moeder is tot dinsdag
26 december 2028 om 10:00 uur, vervolgens vanaf dinsdag 26 december 2028 om 10:00 uur tot woensdag 27 december 10:00 uur bij de vader is en vanaf woensdag
27 december 2028 om 10:00 uur bij de moeder is tot zaterdag 30 december 2028 om 12:00 uur, en daarna vanaf zaterdag 30 december 2028 om 12:00 uur tot woensdag
10 januari 2029 naar school bij de vader, en vervolgens verder conform de zorgregeling, waarbij [minderjarige] dus weer vanaf woensdag 10 januari 2029 uit school tot maandag 15 januari 2029 bij de moeder is, waarna hij vanaf maandag 15 januari 2029 tot woensdag 17 januari 2029 naar school bij de vader is, en vervolgens van woensdag 17 januari 2029 uit school tot vrijdag 19 januari 2029 17:30 bij de moeder, etc.;
De rechtbank merkt hierbij op dat niet aan alle wensen van de ouders kan worden voldaan. Zo hecht de vader eraan om altijd tijdens de voorjaarsvakantie met [minderjarige] op skivakantie te kunnen gaan, maar de moeder wil dit ook. De rechtbank heeft gekozen voor een verdeling die naar haar oordeel het meest in het belang van [minderjarige] is.
Studiedagen Voor studiedagen die vallen op een wisseldag, geldt dat het wisselmoment om 9.00 uur is.
Vervangende toestemming medische behandeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a eerste lid BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Standpunt van de vader
De vader verzoekt om aan hem vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] aan te melden voor een medisch traject bij de praktijk van Drs. [naam 2]. De vader stelt dat deze behandeling noodzakelijk is vanwege zorgen over de psychische gezondheid van [minderjarige]. Volgens de vader heeft [minderjarige] veel last van de spanningen tussen de ouders en kan hij hierdoor op dit moment niet onbezorgd opgroeien. Deze spanningen uiten zich bij [minderjarige] volgens de vader in stresssymptomen, zoals zweten en zenuwachtigheid. De vader merkt dat [minderjarige] zich anders opstelt en zich anders uit over de situatie tussen de ouders. De vader wil voorkomen dat hulpverlening voor [minderjarige] te laat komt. Hij hoopt dat [minderjarige] door gesprekken met een onafhankelijke deskundige beter met de situatie kan leren omgaan en zijn weerbaarheid kan vergroten.
Standpunt van de moeder
De moeder geeft aan dat er vanuit school en andere betrokkenen geen signalen zijn die aanleiding geven tot zorgen over [minderjarige]. De moeder staat open voor overleg en hulpverlening indien dit nodig is, maar volgens haar is daarvan geen sprake. De moeder betwist daarom dat sprake zou zijn van een onveilige of instabiele situatie dan wel een ontwikkelingsbedreiging die maakt dat [minderjarige] een psychologisch onderzoek zou moeten ondergaan. Daarnaast is volgens de moeder een psychologisch onderzoek ingrijpend. De moeder verzoekt de rechtbank dan ook het verzoek van de vader af te wijzen, dan wel de vader niet-ontvankelijk te verklaren.
Oordeel van de rechtbank
Uit de stukken en op de zitting is de rechtbank niet gebleken van een objectief vastgestelde noodzaak voor een medische/psychologische behandeling van [minderjarige]. Er zijn geen
zorgwekkende signalen vanuit school of een andere externe informant. Evenmin is gebleken wat de eventuele hulpvraag voor [minderjarige] zou zijn. De rechtbank wijst het verzoek van de vader daarom af.
Raadsonderzoek
De vader verzoekt de rechtbank een raadsonderzoek te gelasten naar de door hem geformuleerde vragen. Volgens de vader is onderzoek nodig om inzicht te krijgen in de huidige situatie en te beoordelen welke hulpverlening of maatregelen nodig zijn om de situatie voor [minderjarige] te verbeteren. Daarbij wijst de vader onder meer op de mogelijkheid van een ondertoezichtstelling, zodat de ouders zich aan de afspraken houden. Subsidiair verzoekt de vader onderzoek te laten doen naar de vraag welke zorgregeling in het belang van [minderjarige] is, aangezien de zorgregeling tussen de ouders nog ter discussie staat. De vader benoemt dat de communicatie tussen de ouders ernstig is verstoord. De ingezette vormen van vrijwillige hulpverlening hebben volgens de vader ook niet tot verbetering van de situatie geleid. De vader wil voorkomen dat [minderjarige] verder in een loyaliteitsconflict raakt en ziet daarom aanleiding om een raadsonderzoek te verzoeken.
De moeder geeft wederom aan dat het goed gaat met [minderjarige] en dat hij niet in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Zij acht een raadsonderzoek of beschermingsonderzoek daarom niet nodig. De moeder verzoekt dan ook het verzoek van de vader af te wijzen, dan wel de vader niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een raadsonderzoek te gelasten, nu de rechtbank voldoende informatie heeft om de voorliggende verzoeken te beoordelen. Hoewel duidelijk is dat er veel spanningen zijn tussen de ouders en de communicatie zeer moeizaam verloopt zijn er, zoals hiervoor overwogen, geen zorgwekkende signalen vanuit school of een andere externe informant waardoor er bij [minderjarige] mogelijk sprake is van een ontwikkelingsbedreiging. De rechtbank ziet daarom evenmin aanleiding om een beschermingsonderzoek te gelasten, zoals door de vader is verzocht. De rechtbank wijst het verzoek van de vader af.
Proceskosten
Nu het een familierechtelijke kwestie betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten tussen de ouders te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat ten aanzien van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] tijdens vakanties en feestdagen de navolgende regeling zal gelden:
-
Sinterklaas (5 december): conform de reguliere zorgregeling;
-
de kerstvakantie:
-
in jaren waarin kerst in een even week valt (dus: kerstvakantie 2026/2027 e.v.) is [minderjarige] de eerste week van de kerstvakantie bij de moeder en de tweede week bij de vader, waarbij het wisselmoment op zaterdag om 12:00 uur is; de ouder bij wie [minderjarige] in de eerste week is, haalt [minderjarige] op de vrijdagmiddag voorafgaand aan de schoolvakantie van school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) en de ouder bij wie [minderjarige] in de tweede week is, brengt [minderjarige] op de eerste maandagochtend na de kerstvakantie naar school, waarna de reguliere zorgregeling wordt hervat;
-
in de jaren waarin kerst in een oneven week valt (dus: kerstvakantie 2027/2028 e.v.) is dit andersom;
-
de kerstdagen (voor zover deze dagen niet binnen de hiervoor omschreven verdeling van de kerstvakantie vallen):
-
in de even jaren is [minderjarige] op 24 en 25 december bij de moeder en op 26 december van 10:00 uur tot 27 december 10:00 uur bij de vader;
-
in de oneven jaren is dit andersom;
-
oud en nieuw: [minderjarige] is bij de vader en de moeder conform de kerstvakantieregeling;
-
de voorjaarsvakantie:
-
in de even jaren is [minderjarige] bij de vader, van de vrijdagmiddag voorafgaand aan de vakantie uit school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) tot maandag na de vakantie naar school;
-
in de oneven jaren is [minderjarige] bij de moeder, van de vrijdagmiddag voorafgaand aan de vakantie uit school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) tot maandag na de vakantie naar school;
-
de meivakantie:
-
in de even jaren is [minderjarige] de eerste week van de meivakantie bij de vader en de tweede week bij de moeder, waarbij het wisselmoment op zaterdag om 12:00 uur is; de ouder bij wie [minderjarige] de eerste week is, haalt [minderjarige] van school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) en de ouder bij wie [minderjarige] de tweede week is, brengt [minderjarige] op de maandagochtend na de vakantie naar school;
-
in de oneven jaren is dit andersom;
-
de herfstvakantie:
-
in de even jaren is [minderjarige] bij de moeder, van de vrijdagmiddag voorafgaand aan de vakantie uit school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) tot maandag na de vakantie naar school;
-
in de oneven jaren bij de vader, van de vrijdagmiddag voorafgaand aan de vakantie uit school (of, indien er op die dag/middag geen school is: vanaf 14:00 uur) tot maandag na de vakantie naar school;
-
Goede vrijdag en pasen: conform de reguliere zorgregeling;
-
Koningsdag: conform de reguliere zorgregeling;
-
Bevrijdingsdag: conform de reguliere zorgregeling;
-
Pinksteren:
-
in het geval dat [minderjarige] tijdens het pinksterweekend conform de reguliere zorgregeling bij de vader is, dan is [minderjarige] op de pinkstermaandag aansluitend aan het weekend bij de vader;
-
in het geval dat [minderjarige] tijdens het pinksterweekend conform de reguliere zorgregeling bij de moeder is, wordt de pinkstermaandag aan het weekend van de moeder toegevoegd en is [minderjarige] tot dinsdag naar school bij de moeder;
-
Hemelvaartsdag: conform de reguliere zorgregeling;
-
verjaardag [minderjarige]: conform de reguliere zorgregeling;
-
verjaardag moeder: conform de reguliere zorgregeling;
-
verjaardag vader: conform de reguliere zorgregeling;
een en ander conform de uitwerking in het lichaam van deze beschikking;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.N. van Megesen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 2026. |