RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 26/6540
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 augustus 2026 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats] , verzoekers
en
de burgemeester van Wassenaar, verweerder
(gemachtigde: mr. M. Schouten).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [bedrijf] V.O.F. uit [vestigingsplaats] , vergunninghoudster.
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de op 6 augustus 2026 verleende vergunning voor het evenement ‘Goud en Fout’ op zaterdag 29 augustus 2026.1 Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekers.
Met het bestreden besluit van 6 augustus 2026 heeft verweerder de evenementenvergunning verleend en op 7 augustus 2026 heeft hij deze vergunning aan de derde-partij (de vergunninghoudster) bekendgemaakt. Op 11 augustus 2026 is de vergunning ook online gepubliceerd. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de evenementenvergunning en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verweerder, en [naam] namens de derde-partij.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Waar gaat deze zaak over?
2. Verweerder heeft op 12 juni 2026 een aanvraag ontvangen van de derde-partij voor het organiseren van het evenement ‘Goud en Fout’ (hierna: het evenement). Het evenement wordt georganiseerd door een horecaonderneming die is gevestigd op de [adres] , en zal volgens de vergunning plaatsvinden op 29 augustus 2026 van 20.00 tot 00.30 uur. Zangers en een dj zullen live muziek (af)spelen vanaf één podium. Het evenemententerrein wordt afgezet met hekwerk en bestaat voor een deel uit het terras van de horecaonderneming en voor een deel uit de naastgelegen openbare weg. Er mogen maximaal 400 personen komen. Met het bestreden besluit van 6 augustus 2026 heeft verweerder de aanvraag toegewezen en aan de evenementenvergunning voorschriften verbonden ten aanzien van onder meer de openbare orde en veiligheid, de inzet van beveiliging en het toegestane geluidsniveau. Deze uitspraak gaat alleen over de vraag of het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening moet worden toegewezen.
Wat vinden verzoekers?
3. Verzoekers hebben als direct omwonenden bezwaar gemaakt tegen de verlening van de evenementenvergunning en hebben de voorzieningenrechter, gelet op de korte periode die tot zaterdag 29 augustus 2026 resteert, gevraagd om het treffen van een voorlopige voorziening. Het is volgens verzoekers onmogelijk voor verweerder om vóór het evenement nog een beslissing op hun bezwaar te nemen.
Samengevat weergegeven voeren zij het volgende aan. Verzoekers zijn het niet eens met de verlening van de evenementenvergunning. Allereerst zijn zij bang voor overlast, van onder meer extreme geluidshinder, openbaar dronkenschap, zwerfvuil en wildplassen. Het toestaan van een buitenevenement met versterkte muziek is in strijd met het wijkkarakter van het terras en leidt tot een verstoorde nachtrust en onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van de omwonenden. Er is geen onafhankelijk akoestisch rapport opgesteld. Verzoekers hebben verzocht om de geluidsrapporten, de exacte vergunningvoorschriften en geluidssimulaties, maar hebben deze ten tijde van het indienen van dit verzoek niet ontvangen.2 De overlast vindt ook buiten het evenement om plaats, gezien de tijd die nodig is voor opbouw, afbraak en schoonmaak. Ook wijzen zij op het risico op ‘crowding’ tijdens het evenement en ongecontroleerde toeloop van mensen buiten de hekken van het evenemententerrein. Er is volgens verzoekers onvoldoende gemeentelijke handhavingscapaciteit beschikbaar om corrigerend op te treden. Daarnaast wijzen zij erop dat de buurt buiten dit evenement om al zwaar wordt belast door overlast, veroorzaakt door bezoekers van het restaurant. Verweerder heeft de belangen van de derdepartij, de bezoekers van het evenement en de omwonenden onjuist gewogen. De belangenafweging is onvolledig en de uitkomst ervan is onevenredig.3 De wijze van vergunning verlenen, waarbij het evenement al plaatsvindt binnen de bezwaartermijn, wekt bij verzoekers bovendien de schijn van vooringenomenheid aan de zijde van verweerder.4 Zij wijzen daarbij op eerder geuite bezwaren van omwonenden.Verzoekers vragen de voorzieningenrechter om schorsing van het bestreden besluit tot vijf weken na de beslissing op het bezwaar dan wel het verbinden van stringente voorschriften aan de vergunning.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
4. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de procedure van een voorlopige voorziening niet de plaats is voor een diepgaand onderzoek naar de juridische houdbaarheid van de aan de derde-partij verleende evenementenvergunning. Een dergelijke beoordeling zal moeten plaatsvinden bij de heroverweging van het primaire besluit in de bezwaarfase en een eventueel daarop volgende bodemprocedure bij de rechtbank. De voorzieningenrechter zal daarom in deze uitspraak de gronden van verzoekers niet tot in detail bespreken en zich beperken tot het geven van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel over de vraag of verweerder in redelijkheid de evenementenvergunning met bijbehorende voorschriften aan de vergunninghoudster heeft mogen verlenen.5
Verweerder kan de aanvraag om een evenementenvergunning weigeren in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu.6
Het evenement is gekwalificeerd als een A-evenement (16 punten), volgens de Handreiking evenementenbeleid. Een A-evenement is een evenement met een minimaal risico op onveilige situaties. Hoewel dit bij een A-evenement niet is vereist, zijn er omdat het een nieuw evenement op deze locatie betreft toch een Veiligheidsplan en Inzetplan (van de beveiliging) opgesteld. Onderdeel van de verleende vergunning is dat de derde-partij zich houdt aan deze door de gemeente goedgekeurde plannen. Verweerder heeft voor de beoordeling van de vergunningsaanvraag zowel bij de brandweer – brandweer Veiligheidsregio Haaglanden – als bij de Geneeskundige Hulverleningsorganisatie (GHOR) advies gevraagd. Beide organisaties hebben een positief advies uitgebracht. De Standaardvoorwaarden A evenementen District D van de Politie maken ook deel uit van de vergunning. Verweerder is vooraf ook geadviseerd door de Omgevingsdienst Haaglanden over het voorkomen van geluidsoverlast. Verweerder heeft op zitting bevestigd dat dit advies niet is overgelegd in deze procedure. De voorzieningenrechter begrijpt dat dit advies ziet op tijdsgebonden geluidsnormen, eindtijden en geluidsvoorschriften. In de vergunning zelf is onder meer opgenomen dat het equivalente geluidsniveau LAeq dat het evenement mag veroorzaken niet meer dan 70 dB(A) en 85 dB(C) mag bedragen, gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen in de directe nabijheid van het evenement op een hoogte van 1,5 meter. De derde-partij is verplicht om de geluidsboxen op zo’n manier te plaatsen, dat er geen geluidsoverlast ontstaat. Zowel voor als tijdens het evenement zullen er geluidsmetingen worden verricht door de Omgevingsdienst Haaglanden en door een professionele geluidstechnicus die is ingehuurd door de vergunninghoudster. Op verzoek van de Omgevingsdienst Haaglanden, de gemeente en/of de politie moet het volume van de muziek direct worden teruggebracht of uitgeschakeld. Twee toezichthouders geassisteerd door twee beveiligers zullen een toegangscontrole houden. Zij tellen het aantal bezoekers tot 400 personen met een kliksysteem en controleren op leeftijd (18+) en op tasseninhoud. In totaal worden vier gecertificeerde beveiligers ingehuurd. De evenementenlocatie wordt aan beide zijden afgesloten volgens de CROW-normen met schrikhekken en een bord C1 ‘geslotenverklaring’.
Verweerder heeft op zitting verder toegelicht dat op de avond van het evenement voldoende handhaving is ingeroosterd. De handhavers zijn ingeroosterd tot 22.00 uur, daarna kan bij overlast de politie worden benaderd. Vanuit de gemeente is ook een medewerker beschikbaar die op de avond van het evenement piketdienst heeft, en bij calamiteiten kan worden ingeschakeld. Daarnaast heeft verweerder verklaard dat er in het afgelopen jaar twee meldingen zijn gedaan over overlast in deze buurt. Deze meldingen zien niet concreet op de horecaonderneming, maar alleen op de omgeving. Bij de derde-partij zijn geen meldingen over overlast door de horecaonderneming bekend. Verzoekers hebben naar voren gebracht dat zij het gevoel hebben dat het doen van meldingen over overlast geen zin heeft. Alleen stellen dat sprake is van overlast, is echter onvoldoende om hier een zwaar gewicht aan te kunnen toekennen. De derde-partij heeft op zitting verder toegelicht dat hij extra schermen heeft gehuurd van 2,5 meter hoog, om het geluid op te vangen. Er zullen verkeersregelaars zijn en hij heeft met de beheerder van de parkeergarage in de buurt van de horecaonderneming afgesproken dat de parkeergarage langer open blijft, zodat bezoekers van het evenement hun auto in de parkeergarage kunnen parkeren. Hij heeft toegezegd dat hij in aanvulling op de bewonersbrief van 6 augustus 2026 bij omwonenden een briefje door de bus zal doen met zijn telefoonnummer en het telefoonnummer van zijn zoon, zodat buurtbewoners een contactpersoon hebben tijdens het evenement.
Op het eerste oog ziet de voorzieningenrechter in de door verzoekers aangevoerde gronden geen aanleiding om te veronderstellen dat het bestreden besluit in de bezwaarfase geen stand houdt, omdat met het hiervoor genoemde pakket aan voorgenomen maatregelen onvoldoende tegemoet zou worden gekomen aan de zorgen die omwonenden naar voren hebben gebracht over de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid dan wel de bescherming van het milieu (de weigeringsgronden op grond van de APV).
Concreet over de gestelde geluidsoverlast overweegt de voorzieningenrechter dat verzoekers het advies van de Omgevingsdienst en de daaruit volgende geluidsnormen niet betwisten. Wel stellen zij nog dat geluiden van buiten harder hun woning binnenkomen, door een combinatie van gebrekkige isolatie, stijve bouwmaterialen en akoestische galm. De jaren 50-woningen waarin zij wonen zijn volgens verzoekers ‘akoestisch lek’ en de plaatsing van tripleglas op de oude holle spouw zou een trommeleffect veroorzaken. Onder de gegeven omstandigheden zou verweerder daarom moeten afwijken van de gestelde geluidsnormen (die uitsluitend worden gemeten op de gevel), aldus verzoekers. Zonder nadere (technische) onderbouwing kan de voorzieningenrechter de stellingen van verzoekers echter niet zonder meer volgen. Wat betreft het geluid geldt een beperking in tijd en in decibel (70dB(A) en 85 dB(C)). Met de geluidsmetingen door de Omgevingsdienst en door de ingehuurde professionele geluidstechnicus kan niet alleen achteraf worden geconstateerd dat het geluid de geluidsgrens overschrijdt, maar kunnen ook ter plekke (en dus tijdens het evenement) de geluidswaarden worden gemonitord en kan het volume als dat nodig is worden aangepast. De voorzieningenrechter ziet daarom geen reden om het door verzoekers ingediende verzoek toe te wijzen.
Conclusie en gevolgen
5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoekers geen gelijk krijgen en het evenement ‘Goud en Fout’ op zaterdag 29 augustus 2026 kan doorgaan.
6. Verweerder heeft op zitting opgemerkt dat het evenementenbeleid (nog altijd) niet is vastgesteld; er gelden volgens verweerder geen termijnen die bepalen dat een evenementenvergunning direct al bij de aanvraag moet worden bekendgemaakt aan derdebelanghebbenden. Wel heeft hij onderkend dat de bezwaarprocedure voor verzoekers nu feitelijk erg kort is geweest. Tussen de online publicatie van de vergunning op 11 augustus 2026 en het evenement zitten slechts 18 dagen (terwijl het bovendien vakantieperiode is). Hij heeft daarom te kennen gegeven dat de gemeente voornemens is om omwonenden in het vervolg eerder op de hoogte te stellen van een aanvraag voor een evenementenvergunning. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om te bepalen dat verweerder het griffierecht aan verzoekers moet vergoeden, omdat verzoekers door deze gang van zaken beperkt de mogelijkheid hebben gehad om zich te verweren en zich hierdoor genoodzaakt zagen een voorlopige voorziening te vragen. Daarbij merkt de voorzieningenrechter wel op dat verweerder het bezwaarschrift naar het lijkt voortvarend heeft opgepakt door verzoekers op 16 augustus 2026 in aanloop naar de hoorzitting uit te nodigen voor een gesprek op 19 augustus 2026 op het gemeentekantoor. De hoorzitting is op 26 augustus 2026 gehouden, dit was volgens verweerder de eerste mogelijkheid voor de bezwarencommissie. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 200,- aan verzoekers moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier.
De beslissing is per e-mail bekendgemaakt aan partijen op 27 augustus 2026 omstreeks 16.00 uur.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.