ECLI:NL:RBDHA:2026:29333

Datum uitspraak
04-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/646290 / FA RK 23-2864
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

1:253o BW afwijzing verzoek gezamenlijk gezag en contactregeling na mislukt hulpverleningstraject

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 23-2864

Zaaknummer: C/09/646290

Datum beschikking: 4 september 2026

Gezag en omgangs- c.q. zorgregeling

Beschikking op het op 17 april 2023 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. de Bluts te Zoetermeer.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. G.O. Perquin te Zoetermeer.

Procedure

Bij beschikking van 16 januari 2024 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van het gezag en de omgangsregeling c.q. zorgregeling aangehouden in afwachting van het verloop van het traject Ouderschapsbemiddeling, met een lus naar de Raad voor de Kinderbescherming voor een raadsonderzoek indien het hulpverleningstraject niet positief wordt afgesloten.

De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:

  • het F4 formulier van 18 juli 2024 van de zijde van de moeder;

  • het F4 formulier van 15 augustus 2024 van de zijde van de vader;

  • het F4 formulier van 28 januari 2025 van de zijde van de moeder;

  • het F9 formulier van 17 februari 2025 van de zijde van de vader;

  • het F9 formulier van 20 juni 2025 van de zijde van de moeder;

  • het F9 formulier van 19 november 2025, met bijlage, van de zijde van de moeder;

  • het bericht van 11 november 2025 van Stichting Jeugdformaat;

  • het bericht van 25 november 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming;

  • het F9 formulier van 29 december 2025 van de zijde van de vader;

  • het F9 formulier van 8 januari 2026 van de zijde van de moeder.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist.

Eindverslag Jeugdformaat

Op 11 november 2025 heeft de rechtbank bericht ontvangen van Jeugdformaat. Uit het eindverslag van Jeugdformaat blijkt dat het traject voortijdig is beëindigd. In het begin hebben beide ouders zich ingespannen om de samenwerking te verbeteren maar de sfeer tussen de ouders verslechterde gedurende het traject. In de laatste gesprekken ontstond een verwijtende toon van de vader richting de moeder. De moeder heeft uiteindelijk in het laatste gesprek aangegeven te willen stoppen omdat de afwezigheid van contact tussen de vader en [de minderjarige] voor meer rust in huis zorgde. De vader wilde niet stoppen. Er hebben in totaal twee begeleide contactmomenten plaatsgevonden tussen [de minderjarige] en de vader. De omgangen zijn voor de vader lastig in te plannen. Er heeft zich een heftige gebeurtenis afgespeeld in het leven van de vader en de vader heeft ook een ander traject lopen voor contactherstel met zijn zoon. Ook moet de vader veel werken. Nadat het traject is gestopt zijn ook de omgangsmomenten gestopt.

In de terugmelding geeft Jeugdformaat de ouders een aantal adviezen mee:

  • beide ouders wordt geadviseerd elkaar als ouder te respecteren en negatieve uitlatingen over elkaar richting [de minderjarige] achterwege te laten.

  • de vader wordt geadviseerd zijn persoonlijke situatie te stabiliseren, zodat hij tijd en aandacht kan investeren in het contact met [de minderjarige] .

  • de vader wordt geadviseerd op een laagdrempelige manier contact te onderhouden met [de minderjarige] (bijvoorbeeld via kaartjes, berichten of videogesprekken), zodat zij ervaart dat hij aan haar denkt.

  • de vader dient rekening te houden met het feit dat herstel van contact een langdurig proces kan zijn en zich te richten op de behoeften en het tempo van [de minderjarige] .

  • de moeder wordt geadviseerd [de minderjarige] te blijven stimuleren om contact met haar vader aan te gaan en vader te blijven informeren over belangrijke zaken rondom [de minderjarige] .

  • beide ouders wordt geadviseerd zich te blijven verplaatsen in de gevoelens van [de minderjarige] en te streven naar een stabiele en liefdevolle ouder-kindrelatie.

Standpunt van de Raad

Aangezien het Ouderschapsbemiddelingstraject is beëindigd heeft de Raad naar aanleiding van de voorwaardelijke opdracht van de rechtbank, om bij een niet positief afgerond hulpverleningstraject te bezien of een onderzoek noodzakelijk is, de rechtbank als volgt bericht.

De Raad ziet op dit moment geen meerwaarde in een raadsonderzoek. Ondanks de investering van Jeugdformaat en de ouders in het contact tussen ouders onderling en in het contact tussen [de minderjarige] en de vader hebben beiden beide trajecten niet geleid tot een betere communicatie tussen de ouders en contactherstel tussen [de minderjarige] en de vader. Gebleken is dat de vader gedurende het traject als gevolg van persoonlijke omstandigheden minder beschikbaar was. Dit is van invloed geweest op de samenwerking tussen ouders en het contactherstel. De Raad denkt dat beide ouders het traject met de juiste intentie zijn gestart. Met de kennis van nu lijken de omstandigheden op dit moment niet voldoende te zijn om een structureel contact tussen [de minderjarige] en haar vader te kunnen bewerkstellingen.

De Raad kan zich vinden in de hierboven door Jeugdformaat gegeven adviezen. De Raad verwacht de situatie voor [de minderjarige] verwarrend moet zijn. De vader is na een lange tijd weer in beeld en verdwijnt vervolgens weer. Het is volgens de Raad van cruciaal belang dat een ouder bij een traject als dit volledig betrouwbaar is in het nakomen van de afspraken. Alleen op die manier is het mogelijk om weer een (vertrouwens)band op te bouwen.

Standpunt van de vader

De vader betreurt dat het traject bij Jeugdformaat is geëindigd. De vader is vanwege problemen in de relationele sfeer slachtoffer geworden van een misdrijf. Als gevolg daarvan heeft de vader een ernstige gehoorstoornis en is de vader ook zijn baan verloren. De vader moest ook zijn woning verlaten doordat hij niet meer in staat was om zonder hulp voor zichzelf te zorgen. Hierdoor heeft de vader steken laten vallen in het contact met [de minderjarige] . De vader erkent dat hij niet zoals beloofd een verjaardagskaart aan [de minderjarige] heeft gestuurd. De man heeft de hulporganisaties openheid van zaken gegeven en er in zijn beleving alles aan gedaan om de contacten met [de minderjarige] en de moeder zo goed als mogelijk voort te zetten. De vader kan zich vinden in het advies van de Raad. Volgens de vader moet het verleden een plekje krijgen, maar moet er ook worden gekeken naar de toekomst. De vader handhaaft daarom zijn verzoeken en wenst een dat een mondelinge behandeling wordt gepland.

Standpunt van de moeder

De moeder verzoekt de rechtbank de zaak zonder nadere zitting af te doen. De moeder verwijt de vader dat hij [de minderjarige] geen verjaardagskaart heeft gestuurd, maar ook dat hij daarna niets meer aan [de minderjarige] heeft laten weten. Zelfs toen de moeder daarom expliciet vroeg, heeft de vader geen bericht of kaart aan [de minderjarige] gestuurd. Volgens de moeder heeft zij er alles aan gedaan om het traject goed te laten verlopen. Zij stond niet achter het traject, maar had het voor zichzelf geaccepteerd en wilde er het beste van maken.

Oordeel rechtbank

Uit hetgeen hiervoor is weergegeven is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan de voorwaarde die de Raad stelt dat ouders volledig betrouwbaar moeten zijn in het nakomen van de afspraken. De rechtbank stelt vast dat de vader op geen enkele manier aangeeft iets te zullen doen met de suggesties van Jeugdformaat. De vader geeft aan dat hij gelet op zijn persoonlijke omstandigheden het moeilijk heeft en nu andere dingen aan zijn hoofd heeft, dan het contact met [de minderjarige] . Er hebben twee omgangsmomenten tussen de vader en [de minderjarige] heb plaatsgevonden. De vader heeft niet op een ander manier contact gehad met [de minderjarige] . Ook op verzoeken van de moeder om contact te leggen met [de minderjarige] heeft de vader niet gereageerd.

De rechtbank is van oordeel dat contact tussen de vader en [de minderjarige] in deze omstandigheden niet in het belang van [de minderjarige] en is en zal daarom het verzoek van de vader ten aanzien van de omgang afwijzen.

Ook het verzoek ten aanzien van het gezamenlijk gezag zal de rechtbank afwijzen. Artikel 1:253o BW bepaalt dat beslissingen waarbij een ouder alleen met het gezag is belast op verzoek van de ouders of van een van hen door de rechtbank kunnen worden gewijzigd op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Uitgangspunt hierbij is dat de situatie sinds de beslissing van de rechter zodanig veranderd is, dat het niet langer in het belang van het kind is om het eenhoofdig gezag te handhaven. Tussen de moeder en de vader vindt nog steeds geen gezamenlijk overleg plaats over [de minderjarige] en er dus geen sprake van een behoorlijke gezagsuitoefening. De rechtbank is van oordeel dat daarom geen sprake is van gewijzigde omstandigheden.

Beslissing

De rechtbank:

wijst de verzoeken van de vader ten aanzien van het gezag en de omgangsregeling c.q. zorgregeling af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »