Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-5950
Zaaknummer: C/09/671225
Datum beschikking: 1 september 2026
Beschikking op het op 9 augustus 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres in [land],
advocaat mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de adoptiedochter],
de adoptiedochter,
hierna: [de adoptiedochter],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres in [land],
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage,
zetelend te 's-Gravenhage,
hierna: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van 14 januari 2025 van de ambtenaar;
- het F9-formulier van 21 mei 2025 van de zijde van verzoekster, met bijlagen;
- de brief van 23 juni 2025 van de ambtenaar;
- het F9-formulier van 22 juli 2025 van de zijde van verzoekster, met bijlage.
Op 30 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekster (via teams) en haar advocaat. [de adoptiedochter] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De ambtenaar heeft de rechtbank bij brief van 19 juni 2026 laten weten niet in de gelegenheid te zijn om op de zitting te verschijnen.
Verzoek
Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de overgelegde adoptie-uitspraak van de Surrogate’s Court of the State of New York van 5 november 2003 wordt erkend.
Feiten
- [de adoptiedochter] is op [geboortedatum] 2002 geboren te [geboorteplaats], [geboorteland].
- Op 5 november 2003 is de adoptie van [de adoptiedochter] door [naam] en verzoekster uitgesproken door de Surrogate’s Court of the State of New York, te Verenigde Staten van Amerika.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
In de onderhavige procedure wordt verzocht om erkenning van een buitenlandse adoptie in Nederland. Verzoekster stelt de Nederlandse nationaliteit te hebben en voornemens te zijn om, samen met [de adoptiedochter], terug te keren naar Nederland. Door verzoekster is aangevoerd dat zij en [de adoptiedochter] belang hebben bij erkenning van de adoptie omdat het van belang kan zijn bij de verkrijging van een verblijfsvergunning voor [de adoptiedochter] in Nederland. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig zijn om op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kennis te nemen van het verzoek.
Erkenning buitenlandse adoptie
Wettelijk kader
Het Haags Adoptieverdrag van 29 mei 1993 (Trb. 1996, 197) is niet van toepassing nu de Amerikaanse adoptie voor de inwerkingtreding van dit verdrag heeft plaatsgevonden.
De Wet conflictenrecht adoptie (WCAd) die in werking is getreden op 1 januari 2004 en op 1 januari 2012 is vervangen door de bepalingen van afdeling 3, titel 6 (artikelen 10:107 tot en met 10:111) van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is evenmin van toepassing, nu deze wet alleen van toepassing is op de erkenning van adopties die op of na het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet in het buitenland tot stand zijn gekomen.
De Amerikaanse adoptie moet daarom worden getoetst aan de hand van ongeschreven Nederlands recht. De rechtbank zal hierbij aansluiting zoeken bij de in de WCAd vervatte regels, omdat deze regels naar haar oordeel overeenkomen met de ongeschreven regels van Nederlands internationaal privaatrecht voor de erkenning van buitenlandse adopties zoals deze golden voorafgaand aan de inwerkingtreding van de WCAd. Gelet hierop moet naar het oordeel van de rechtbank beoordeeld worden of:
-
de Amerikaanse adoptiebeslissing is gegeven door een ter plaatse bevoegde instantie;
-
aan die beslissing een behoorlijk onderzoek en behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan;
-
de erkenning van die beslissing kennelijk in strijd is met de openbare orde.
Ter plaatse bevoegde instantie
De rechtbank komt tot het oordeel dat de Amerikaanse adoptiebeslissing te beschouwen is als gegeven door een ter plaatse bevoegde instantie. Ten tijde van de adoptie woonden de adoptiefouders namelijk in [land].
Behoorlijk onderzoek en behoorlijke rechtspleging
Uit het door verzoekster overgelegde adoptiedossier blijkt dat sprake is geweest van een zeer uitvoerig traject met meerdere tussenstappen. Zo hebben verzoekster en haar toenmalige partner op 27 december 2000 een welkomstbrief ontvangen van de Heart of America Adoption Center, Inc. met uitleg over de te volgen procedure. Uiteindelijk werd bij uitspraak van de Surrogate’s Court of the State of New York op 5 november 2003 de adoptie van [de adoptiedochter] uitgesproken. Ook blijkt uit de stukken dat de biologische ouders van [de adoptiedochter] gedurende het traject de gelegenheid hebben gekregen om gebuik te maken van een advocaat, die voor hen bekostigd zou worden. Verder is gebleken dat zowel de biologische ouders als de adoptiefouders begeleiding hebben gehad van een specialistische organisatie en tot slot heeft ook een toetsing van het hele adoptietraject plaatsgevonden door de rechtbank te New York. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat voldoende is gebleken dat sprake is geweest van behoorlijk onderzoek en behoorlijke rechtspleging voorafgaand aan de adoptie.
Openbare orde
Niet is gebleken dat de erkenning van de adoptiebeslissing in strijd is met de openbare orde.
Conclusie
De rechtbank zal daarom ex artikel 1:26 BW de gevraagde verklaring voor recht afgeven.
Inschrijving geboorteakte/vaststelling geboortegegevens
Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat zij niet de inschrijving van de geboorteakte van [de adoptiedochter] zal gelasten en evenmin zal overgaan tot vaststelling van de geboortegegevens van [de adoptiedochter]. [de adoptiedochter] bezit immers geen asielstatus, zij heeft niet de Nederlandse nationaliteit en verkrijgt deze evenmin door de erkenning van de adoptie. De Amerikaanse adoptie wordt bovendien weliswaar erkend, maar niet door deze rechtbank uitgesproken, zodat geen sprake is van een uitspraak die moet worden ingeschreven als latere vermelding. Zodoende is niet voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 1:25 en 1:25c BW en bestaat dus geen wettelijke grondslag voor de inschrijving van de geboorteakte of vaststelling van de geboortegegevens.
Beslissing
De rechtbank:
*
verklaart voor recht dat de Amerikaanse adoptiebeslissing van 5 november 2003 van de Surrogate’s Court of the State of New York, te Verenigde Staten van Amerika, over [de adoptiedochter], geboren op [geboortedatum] 2002, voor erkenning in aanmerking komt.
|
Deze beschikking is gegeven door mrs. A. Emmens, C.L. Strop en E.G. Nuboer, rechters, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2026. |