RECHTBANK Den Haag
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
JvdL/B/C
Zaaknummer: 12064174 \ RL EXPL 26-1620
Vonnis in verzet van 30 september 2026
in de zaak van
1 [partij A sub1] ,
te [woonplaats] ( [land] ),2. [partij A sub 2],
te [woonplaats] ( [land] ),
eisers, gedaagden in verzet,
hierna samen te noemen: [partij A] c.s.,
gemachtigde: mr. E. Wilke,
tegen
VERHUISSERVICE24 B.V.,
te Den Haag,
gedaagde, eiseres in verzet,
hierna te noemen: VHS24,
gemachtigde: mr. R.J.G. Ensink.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 juli 2026;- de akte namens [partij A] c.s. van 5 augustus 2026;- de antwoordakte namens VHS24 van 2 september 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
In het tussenvonnis oordeelt de kantonrechter dat VHS24 aansprakelijk is voor de schade die [partij A] c.s. heeft geleden als gevolg van het niet afleveren van de acht poten van de boxspring sensen en de Altrex ladder. Verder oordeelt de kantonrechter in het tussenvonnis dat VHS24 aansprakelijk is voor de schade die [partij A] c.s. heeft geleden als gevolg van de beschadigingen aan de zes kroonluchters, de grote kroonluchter en de kleine kroonluchter. Tot slot bepaalt de kantonrechter in het vonnis dat de omvang van de schade in deze procedure kan worden begroot. Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om zich bij akte over de hoogte van de schade uit te laten.
Schade als gevolg van het niet afleveren van de acht poten van de boxspring sensen
Volgens [partij A] c.s. blijkt uit een overlegde print van de website van Boonstra Bedden dat twee sets van elk vier boxspring poten in totaal € 80 kosten. VHS24 betoogt dat kan worden volstaan met goedkopere poten, omdat niet kan worden vastgesteld dat de boxspring poten moeten worden vervangen door de poten die [partij A] c.s. voorstelt. VHS24 verwijst hiervoor naar een overgelegde print van de website van Ikea, waarop poten voor in totaal € 40 worden aangeboden.
Uit de print van de website van Ikea blijkt niet dat de aangeboden poten geschikt zijn voor een boxspring. Dit blijkt wel uit de print van de website van Boonstra Bedden. Daarom wordt de schade als gevolg van het niet afleveren van de acht poten van de boxspring sensen begroot op basis van de aanbieding van Boonstra Bedden. Deze schade bedraagt dus € 80.
Schade als gevolg van het niet afleveren van de Altrex ladder
Volgens [partij A] c.s. blijkt uit een overlegde print van de website van manutan.it dat een Altrex ladder met acht treden € 396,50 exclusief BTW kost. VHS24 betoogt dat uit een overgelegde print van de website van Altrex blijkt dat een Altrex ladder type “Double Decker” met acht treden € 254 exclusief BTW kost. Verder betoogt VHS24 dat een ‘nieuw-voor-oud’ correctie van 50% moet worden toegepast.
Uit de overgelegde prints blijkt dat de op de websites van manutan.it en Altrex aangeboden ladders identiek zijn. De schade als gevolg van het niet afleveren van de Altrex ladder wordt daarom begroot op de laagste prijs waarvoor de ladder op deze websites wordt aangeboden. Dit is op de website van Altrex. Deze schade bedraagt dus € 254 exclusief BTW, oftewel € 307,34 inclusief BTW.
Voor een ‘nieuw-voor-oud’ correctie is geen plaats. Niet gesteld of gebleken is dat de niet afgeleverde ladder al oud was of in slechte staat verkeerde. Verder zijn ladders gebruiksvoorwerpen met een lange levensduur. De aanschaf van een nieuwe ladder biedt [partij A] c.s. daarom nauwelijks gebruiks-, kwaliteits- of vermogensvoordeel. Van voordeel in de zin van de wet1 is daarom geen sprake.
Schade als gevolg van beschadigingen aan de kroonluchters
[partij A] c.s. betoogt dat uit de overgelegde emailwisseling met HPV, een reparateur van kroonluchters, blijkt dat de reparatiekosten voor de kroonluchters in totaal € 1.750 bedragen. Volgens VHS24 is de omvang van de schade aan de kroonluchters onvoldoende vast komen te staan. Er zou namelijk geen volledige en deugdelijke inspectie van de kroonluchters hebben plaatsgevonden. Bovendien zou er ook geen op de geconstateerde schade toegesneden offerte zijn gedaan.
Uit de emailwisseling met HPV blijkt dat de reparateur op basis van de hem door [partij A] c.s. toegestuurde foto’s uitgaat van € 250 aan reparatiekosten voor de kleine kroonluchter. De kantonrechter acht het op basis daarvan aannemelijk dat de totale reparatiekosten voor de zes kroonluchters, de grote kroonluchter en de kleine kroonluchter uitkomen op het door [partij A] c.s. genoemde bedrag van € 1.750. Dat HPV geen inspectie van alle kroonluchters heeft uitgevoerd en geen gedetailleerde offerte heeft uitgebracht doet hieraan niet af.
Slotsom
Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter een bedrag van € 2.137,34 aan schadevergoeding zal toewijzen. Daarnaast moet VHS24 een bedrag van € 6.830 aan [partij A] c.s. terugbetalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding (zie rov. 4.17 en rov. 4.27 van het tussenvonnis). Tot slot moet VHS24 een vergoeding van € 716 betalen voor door [partij A] c.s. gemaakte buitengerechtelijke kosten (zie rov. 4.27 van het tussenvonnis).
Omdat VHS24 grotendeels in het ongelijk is gesteld, moet zij ook de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij A] c.s. worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
148,04 |
|
|
- griffierecht |
€ |
257 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
900 |
(2,5 punten × € 360) |
|
- nakosten |
€ |
144 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.449,04 |
3 De beslissing
De kantonrechter
vernietigt het door de kantonrechter tussen partijen op 2 oktober 2025 onder rolnummer 11850441 RL EXPL 25-15587 gewezen verstekvonnis,
en opnieuw rechtdoende:
veroordeelt VHS24 om aan [partij A] c.s. te betalen een bedrag van € 6.830, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 14 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt VHS24 om aan [partij A] c.s. te betalen een schadevergoeding van € 2.137,34,
veroordeelt VHS24 om aan [partij A] c.s. te betalen een bedrag van € 716,00 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt VHS24 in de proceskosten van € 1.449,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als VHS24 niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Lee en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026. |