RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/329
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2026 op het verzet van
[opposant] , uit [woonplaats] , opposant
(gemachtigde: mr. I.P.J.F. van Oijen),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 17 juni 20251 in het geding tussen
opposant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. T. Eversteijn).
Inleiding
1. In de uitspraak van 17 juni 2025 heeft de rechtbank het beroep van opposant
tegen het niet op tijd beslissen van het Uwv op het bezwaar gegrond verklaard en het Uwv opgedragen om binnen negen weken alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op het verzet met toepassing van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb, aangezien opposant afziet van een zitting.
Standpunt van opposant
2. Opposant is het niet eens met de uitspraak van 17 juni 2025. Hij voert aan dat de rechtbank ten onrechte een beslistermijn van negen weken heeft gehanteerd. Volgens opposant had een beslistermijn van drie weken, gerekend vanaf de datum van de uitspraak, moeten worden opgelegd, omdat op 18 februari 2025 al een medisch spreekuur had plaatsgevonden.
Beoordeling van het verzet
3. De rechtbank volgt opposant hierin niet. Het spreekuur van 18 februari 2025 was gepland bij een primaire verzekeringsarts en niet bij een verzekeringsarts bezwaar en beroep. In deze zaak diende het Uwv een beslissing op bezwaar nemen. Daarvoor moest nog een spreekuur bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep worden ingepland.
Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank in de uitspraak van 17 juni 2025 terecht een beslistermijn van negen weken gehanteerd. Wat opposant in verzet heeft aangevoerd, geeft daarom geen aanleiding voor een ander oordeel.
Conclusie
4. Het verzet is ongegrond.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H. Bergman, rechter, in aanwezigheid van
S.C.M. Lodder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 september 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.