Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummers: 09-304899-25 en 09-278150-25 (ttz. gev.)
Datum uitspraak: 24 september 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Den Haag in de zaken tegen de verdachte:
[verdachte] (hierna: de verdachte),
geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats],
BRP-adres en verblijfsadres: [adres].
1 Het onderzoek ter terechtzitting
De strafzaak tegen de verdachte is behandeld op de besloten terechtzitting van 10 september 2026.
De officier van justitie in deze zaak is mr. P.T. Verweijen en de raadsman van de verdachte is mr. C.L. van Oostveen te Den Haag. De verdachte is op de terechtzitting verschenen.
2 De tenlasteleggingen
De verdenkingen komen er - na wijziging van de tenlastelegging in de zaak met nummer 09-278150-25 op 10 september 2026 - kort gezegd op neer dat de verdachte:
Dagvaarding 1: 09-304899-25
1. op 11 november 2025 in Zoetermeer met een ander airpods, een aansteker, contant geld en/of sigaretten van [aangever 1] heeft gestolen met (bedreiging met) geweld;
2. op 11 november 2025 in Zoetermeer met een ander een poging heeft gedaan om van [aangever 2] goederen te stelen met (bedreiging met) geweld;
3. op 11 november 2025 in Zoetermeer met een ander airpods, een ketting, een powerbank, een oplader, vapes en/of een pinpas van [aangever 3] heeft gestolen met (bedreiging met) geweld;
4. op 11 november 2025 in Zoetermeer met een ander schoenen, een pinpas en/of vapes heeft gestolen van [aangever 4] met (bedreiging met) geweld;
Dagvaarding 2: 09-278150-25
op 24 september 2025 in Zoetermeer een powerbank, een oplaadkabel, een muziekbox, een aansteker, een vape en/of een grinder heeft gestolen van [aangever 5] met (bedreiging met) geweld.
De volledige tekst van de tenlastelegging en de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.
3 De bewijsbeslissing
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de bij dagvaarding 1 ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden. Het bij dagvaarding 2 ten laste gelegde feit kan bewezen verklaard worden, voor zover het ziet op de diefstal van de vape, de grinder en de aansteker.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het bij dagvaarding 1 onder 1 en 2 ten laste gelegde geweld en bedreiging met geweld en van enkele gedachtestreepjes in het onder 3 en 4 ten laste gelegde. Wat betreft dagvaarding 2 stelt de raadsman zich op het standpunt dat de diefstal van de muziekbox, de oplaadkabel en de powerbank niet bewezen kan worden verklaard. Voor het overige refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank. Gevoerde verweren komen voor zover relevant hieronder aan bod.
Vrijspraak – Dagvaarding 2
De rechtbank is van oordeel dat het bij dagvaarding 2 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.
[aangever 5] heeft aangifte gedaan van de diefstal (met geweld) van zijn muziekbox en oplaadsnoer. Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij met ene ‘[voornaam]’ heeft gevochten en dat hij een aansteker en een grinder van hem heeft afgepakt. Ter zitting heeft de verdachte verklaard dat hij dacht dat de aangever ‘[voornaam]’ was en dat hij een aansteker, een grinder en een vape van hem heeft afgepakt. Bij de verdachte zijn na zijn aanhouding onder andere een vape, een grinder en een oplaadsnoer aangetroffen. De verdachte zegt dat dit zijn eigen oplaadsnoer was.
De rechtbank is van oordeel dat dit onvoldoende bewijs is om de verdachte te veroordelen voor de ten laste gelegde diefstal met geweld van aangever [aangever 5]. De rechtbank kan het bewijs niet baseren op uitsluitend de verklaring van de aangever of uitsluitend van de verklaring van de verdachte. Over het stelen van de muziekbox en het oplaadsnoer heeft alleen de aangever een verklaring afgelegd. Dit is dan ook onvoldoende bewijs om tot een veroordeling te komen. Over het stelen van de aansteker, de grinder en de vape heeft alleen de verdachte een verklaring afgelegd. De rechtbank vindt dit onvoldoende, omdat de verdachte heeft verklaard over andere spullen dan die [aangever 5] als ‘gestolen’ heeft opgegeven, of die anderszins als gestolen zijn aangemerkt. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van dit feit.
De gebruikte bewijsmiddelen – Dagvaarding 1
De rechtbank heeft in bijlage 2 de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden opgenomen.
Bewijsoverwegingen
Feiten 1 en 2 – Bedreiging met geweld
De raadsman heeft zich namens de verdediging op het standpunt gesteld dat de verdachte van het bij dagvaarding 1 onder 1 en 2 ten laste gelegde geweld en de bedreigingen met geweld moet worden vrijgesproken.
De rechtbank stelt in het geval van feit 1 vast dat er twee jongens op aangever [aangever 1] af kwamen lopen, waarvan er één (de verdachte) een zwarte bivakmuts droeg. De verdachte zei tegen [aangever 1] dat hij naar hem toe moest komen en ging neus tegen neus met hem staan. Vervolgens werden zijn zakken doorzocht en werd hij bestolen van zijn spullen. Aangever [aangever 2] zag dit gebeuren met [aangever 1] en hoorde vervolgens één van de verdachten “KOM” zeggen. Hij liep naar de jongens toe, waarna ook zijn zakken werden leeggehaald. Er werd op een licht dwingende toon tegen [aangever 2] gesproken. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat [aangever 1] het liet gebeuren, omdat “hij weet wie wij zijn en niet op een goede manier”. Over [aangever 2] antwoordde hij op een vergelijkbare vraag: ‘Zij weten gewoon wie wij zijn’.
De rechtbank is van oordeel dat de ten laste gelegde handelingen in samenhang in beide gevallen kunnen worden aangemerkt als bedreigingen met geweld.
Feit 2 – Tezamen in vereniging
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om vast te kunnen stellen dat de medeverdachte een rol heeft gehad van voldoende gewicht bij de poging tot diefstal van aangever [aangever 2]. Het dossier bevat daarnaast wél een belangrijke contra-indicatie. Aangever [aangever 2] heeft verklaard dat de lange jongen (de medeverdachte) toen de verdachte op hem af kwam zei: “Laat hem”. Dit sluit aan bij de verklaring van de medeverdachte zelf dat hij de verdachte probeerde tegen te houden. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het tezamen in vereniging plegen van feit 2.
Feiten 3 en 4
Wat betreft feiten 3 en 4 heeft de raadsman opgeworpen dat niet alle gedachtestreepjes componenten bevatten die kwalificeren als geweld of bedreiging met geweld en heeft gevraagd om de verdachte (partieel) vrij te spreken van de gedachtestreepjes die zien op het laten meelopen, het ‘sorry’ laten zeggen, het op de knieën laten zitten en het filmen van de aangevers.
De rechtbank is van oordeel dat het laten meelopen, het op de knieën laten zitten en het filmen wel, gezien in het geheel van alle handelingen, bedoeld waren om de diefstal voor te bereiden, te vergemakkelijken of om de vlucht mogelijk te maken. Deze handelingen maken deel uit van een reeks opeenvolgende handelingen die niet los van elkaar kunnen worden gezien; als onderdeel van het geheel van het minutenlange incident waren ook deze handelingen dreigend. De aangevers werden gedwongen om mee te lopen naar de plek waar zij bestolen zouden worden en moesten daar onder andere op hun knieën zitten. Dit heeft naast een vernederende ook een onmiskenbaar dreigende component en draagt er daarmee aan bij om de diefstal en de vlucht van de verdachten te vergemakkelijken. Het feit dat de aangevers hierbij gefilmd werden, heeft ook bijgedragen aan de dreigende sfeer van het hele incident.
De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het ‘sorry’ laten zeggen door beide aangevers als onderdeel van de ten laste gelegde gewelds- of met dat geweld dreigende handelingen. Hoewel dit voor de aangevers zeer vernederend moet zijn geweest, is de rechtbank met de verdediging van oordeel dat dit geen handeling was met de strekking de diefstal voor te bereiden, te vergemakkelijken of om de vlucht mogelijk te maken. Uit het dossier en de verklaring van de verdachte op de zitting komt naar voren dat het ‘sorry’ laten zeggen van de aangevers voor de verdachten een doel op zich was en geen verband hield met het stelen van de spullen.
De rechtbank zal de verdachte ook vrijspreken van het samen met de medeverdachte voor en achter de aangevers staan terwijl zij elk een mes in de broeksband hadden, omdat slechts één van de aangevers over de aanwezigheid van twee messen heeft verklaard en voor de aanwezigheid van twee messen (in plaats van één) verder geen steun te vinden is in het dossier. De rechtbank zal de verdachte tot slot vrijspreken van het uittrekken van de schoenen van aangever [aangever 4], omdat de aangever dit zelf (weliswaar onder druk van de verdachten) heeft gedaan.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat de bij dagvaarding 1 onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen, met uitzondering van het ‘tezamen in vereniging’ plegen van feit 2 en de hierboven genoemde gedachtestreepjes bij feiten 3 en 4.
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1
hij op 11 november 2025 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander,
airpods en een aansteker en contant geld en sigaretten, die aan [aangever 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld
tegen die [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door
- intimiderend en dreigend te zeggen dat die [aangever 1] naar de verdachten toe moest komen en
- neus aan neus bij die [aangever 1] te staan en
- de jaszakken en broekzakken te doorzoeken en
- de goederen uit de broekzak van die [aangever 1] te halen en
- intimiderend en dreigend te zeggen tegen die [aangever 1] dat die [aangever 1] moest betalen als die [aangever 1] de airpods terug wilde en
- meerdere keren intimiderend en dreigend te vragen aan die [aangever 1] of hij, verdachte, had gezegd dat die [aangever 1] mocht praten;
2
hij op 11 november 2025 te Zoetermeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om meerdere goederen, in elk geval enig goed, dat aan [aangever 2] toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen die [aangever 2], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken,
- dwingend tegen die [aangever 2] heeft gezegd "KOM" en
- die [aangever 2] goederen uit de zakken van die [aangever 2] heeft laten halen en
- aan de beenzakken van die [aangever 2] heeft gevoeld en de beenzakken heeft leeggehaald en
- in de portemonnee van die [aangever 2] heeft gekeken en
- die [aangever 2] dwingend heeft gevraagd hoeveel geld [aangever 2] op zijn bankrekening heeft
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3
hij op 11 november 2025 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander, airpods en een zilverkleurige ketting en een powerbank en opladers en meerdere vapes en een pinpas, die aan [aangever 3] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, door
- te zeggen dat die [aangever 3] mee moest lopen met de verdachten en de verdachten moest volgen en
- naar het mes te wijzen en tegen die [aangever 3] te zeggen "Ik ga je jas en je tas even controleren en kijken wat er allemaal in zit" en
- voornoemde goederen uit de zakken en tas van die [aangever 3] te pakken en
- een mes tegen de keel van die [aangever 3] te zetten en dat mes in de keel van die [aangever 3] te drukken en
- het mes in de bodywarmer van die [aangever 3] te steken en
- het mes meerdere keren langs de wang van die [aangever 3] te halen en
- tegen die [aangever 3] te zeggen "Als je dit tegen ouders, politie of wat dan ook zegt, dan ben je verder van huis" en
- die [aangever 3] meerdere keren in het gezicht te slaan en
- tegen die [aangever 3] te zeggen dat die [aangever 3] op de knieën op de grond moest gaan zitten terwijl een verdachte een mes vasthield en
- door tegen die [aangever 3] te zeggen "Niet omkijken want als we zien dat jullie weg zijn dan hebben jullie een probleem en dan komen we achter jullie aan" en
- die [aangever 3] te filmen;
4
hij op 11 november 2025 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander, een paar schoenen en een pinpas, die aan [aangever 4] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, door
- te zeggen dat die [aangever 4] mee moest lopen met de verdachten en de verdachten moest volgen en
- een mes tegen de keel van die [aangever 4] te zetten en
- die [aangever 4] meerdere keren te slaan in het gezicht en
- tegen die [aangever 4] te zeggen dat die [aangever 4] op de knieën op de grond moest gaan zitten terwijl een verdachte een mes vasthield en
- door tegen die [aangever 4] te zeggen "Niet omkijken want als we zien dat jullie weg zijn dan hebben jullie een probleem en dan komen we achter jullie aan" en
- die [aangever 4] te filmen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of typefouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.
4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5 De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6 De op te leggen straffen
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 150 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest (55 dagen) doorgebracht. De officier van justitie heeft gevorderd een gedeelte van 95 dagen voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden zoals zij door de Raad voor de Kinderbescherming (Raad) ter zitting zijn geadviseerd. De officier van justitie heeft daarnaast een werkstraf van 60 uren (te vervangen door 30 dagen jeugddetentie) gevorderd en gevraagd om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gevraagd om geen (deels voorwaardelijke) jeugddetentie op te leggen, maar een (deels voorwaardelijke) werkstraf, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit de rapportages en tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten De verdachte heeft met zijn medeverdachte op één middag drie jongens van zijn leeftijd beroofd van hun spullen en nog één jongen geprobeerd te beroven. Dat dit laatste voorval bij een poging is gebleven, is niet te danken aan de verdachte, maar enkel aan het feit dat de aangever niets waardevols bij zich had. De aangevers zijn hierbij op verschillende manieren geïntimideerd en bedreigd, waardoor zij niet anders konden dan hun zakken en tassen laten legen. De verdachte en zijn medeverdachte hebben daarnaast aangevers [aangever 3] en [aangever 4] op agressieve wijze beroofd van hun spullen en hen daarbij geslagen en gedwongen om elkaar te slaan, terwijl zij gefilmd werden. Hierbij heeft de verdachte een mes op de keel van [aangever 3] en [aangever 4] gezet. Dit is extreem gevaarlijk en had heel anders af kunnen lopen voor de aangevers. Op de gemaakte beelden is pijnlijk zichtbaar hoe beangstigend dit hele voorval voor de aangevers moet zijn geweest. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij geen enkel respect heeft getoond voor de aangevers. Dat dit soort feiten (straatroven met wapens) door minderjarige verdachten worden gepleegd en dat daar ook nog beeldmateriaal van wordt gemaakt (en mogelijk verspreid), levert ook in de maatschappij gevoelens van onveiligheid op.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 27 juli 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de Raad van 19 februari 2026 en de mondelinge toelichting die daarop door de deskundige ter zitting is gegeven. Daaruit volgt – kort samengevat – dat het recidiverisico wordt ingeschat als midden tot laag, omdat de verdachte recent een kentering ten positieve in zijn gedrag heeft laten zien. De verdachte heeft een betrokken gezin, houdt zich aan de schorsende voorwaarden is goed in contact met de jeugdreclassering en zijn twee coaches. De Raad adviseert om een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met bijzondere voorwaarden (meldplicht, contactverbod met slachtoffers en medeverdachte, verplichting onderwijs te volgen, verplichte behandeling van de Waag, coaching van E25 en zich inzetten voor een positieve vrijetijdsbesteding). De Raad adviseert om de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de rapporten van Jeugdbescherming west (de jeugdreclassering) van 25 maart 2026 en van 8 september 2026 en de toelichting die daarop door de deskundige ter zitting is gegeven. Daaruit blijkt dat de verdachte een positieve ontwikkeling door heeft gemaakt. Hij heeft betrokken ouders die hem op het rechte pad willen houden, heeft zijn diploma gehaald en is gaan werken. Zijn behandeling bij de Waag gaat na de intakeprocedure starten. Ter zitting heeft de jeugdreclasseerder aangegeven dat zij het recidiverisico hoog inschat als de huidige begeleiding van de verdachte wegvalt.
Strafmodaliteit en strafmaat De rechtbank heeft, naast het hiervoor genoemde, ook gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting voor minderjarigen. Daarin is als uitgangspunt vermeld dat voor een straatroof 60 uren werkstraf wordt opgelegd. Vanwege het aantal en de ernst van de door verdachte gepleegde feiten vindt de rechtbank in dit geval geen andere reactie passend dan een (deels voorwaardelijke) jeugddetentie. Omdat de verdachte recent een positieve ontwikkeling doormaakt, een opleiding gaat starten en er veel begeleiding voor hem betrokken is, vindt de rechtbank het niet wenselijk dat hij nu opnieuw de jeugdgevangenis ingaat. Bij de bepaling van de zwaarte van de straf weegt de rechtbank ook mee dat de verdachte ter zitting verantwoordelijkheid heeft genomen voor wat hij heeft gedaan en heeft uitgelegd dat en waarom hij zich daarvoor schaamt.
De weging van de hiervoor besproken, zowel strafverzwarende als strafverlagende omstandigheden, leiden er toe dat de rechtbank de verdachte een jeugddetentie zal opleggen voor dezelfde duur als de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht (55 dagen) en daarnaast een voorwaardelijk deel (95 dagen), en daaraan de bijzondere voorwaarden verbinden zoals die door de Raad zijn geadviseerd. Daarnaast zal de rechtbank een werkstraf opleggen van 60 uren, te vervangen door 30 dagen jeugddetentie, zodat de verdachte ook nu nog consequenties ervaart van zijn handelen.
Dadelijke uitvoerbaarheid De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, namelijk diefstallen met (bedreiging met) geweld. Gelet op de ernst van de feiten en de rapportages van de Raad en de jeugdreclassering, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Hoewel het recidiverisico door de Raad en de jeugdreclassering verschillend wordt ingeschat, schat de rechtbank (met de jeugdreclassering) het risico dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit begaat, hoog in als hij geen begeleiding meer zou krijgen. De verdachte lijkt zich op dit moment goed te gedragen binnen het kader van de schorsende voorwaarden die voor hem gelden. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van dit wetboek uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn. Dit betekent dat de voorwaarden direct gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat.
7 De in beslag genomen voorwerpen
De officier van justitie heeft ter zitting gevraagd of de verdachte afstand doet van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp (een telefoon). De verdachte heeft daarvan afstand gedaan. De rechtbank hoeft daarom geen beslissing meer te nemen over dit voorwerp.
8 De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:
45, 77a, 77g, 77i, 77m. 77n. 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
9 De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte bij dagvaarding 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding 1 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven in paragraaf 3.6 bewezen is verklaard en kwalificeert deze als:
feit 1:
diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 2:
poging tot diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;
feit 3:
diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 4:
diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;
straffen
veroordeelt de verdachte tot:
een jeugddetentie voor de duur van 150 DAGEN;
beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (55 dagen), bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, 95 DAGEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
1. zich gedurende de proeftijd meldt bij Stichting Jeugdbescherming west te Den Haag op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen, zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
2. gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect en ook niet via sociale media – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
De aangevers:
- [aangever 1], geboren op [geboortedatum 2] 2009;
- [aangever 2], geboren op [geboortedatum 2] 2008;
- [aangever 3], geboren op [geboortedatum 3] 2010;
- [aangever 4], geboren op [geboortedatum 4] 2008;
De medeverdachte:
- [medeverdachte], geboren op [geboortedatum 4] 2009;
3. zich gedurende de proeftijd onder behandeling stelt van de Waag of een soortgelijke instelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven;
4. gedurende de proeftijd meewerkt aan de begeleiding door een coach van E25 of een soortgelijke instelling, en zich houdt aan de afspraken die daarbij met hem worden gemaakt;
5. gedurende de proeftijd onderwijs volgt of een andere zinvolle en door de jeugdreclassering goedgekeurde dagbesteding heeft;
6. zich gedurende de proeftijd inzet voor het verkrijgen en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding;
geeft opdracht aan Stichting Jeugdbescherming west (te Den Haag), een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, om toezicht te houden op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen
aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld
in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden
toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek
van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de
jeugdreclassering, zo vaak en zo lang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht,
daaronder begrepen.
beveelt dat de bovengenoemde voorwaarden en het – op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht – uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
veroordeelt de verdachte daarnaast tot:
een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 60 UREN;
beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 DAGEN;
het bevel tot voorlopige hechtenis
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de veroordeelde.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.H. Rochat, kinderrechter, voorzitter,
mr. T.P. Sarneel, kinderrechter,
en mr. M.J. Bouwman, kinderrechter,
in tegenwoordigheid van mr. L.T. Verlinde, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 september 2026.
Bijlage 1
Tekst (gewijzigde) tenlasteleggingen
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
Dagvaarding 1: 09-304899-25
1
hij op of omstreeks 11 november 2025 te Zoetermeer, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
airpods en/of een aansteker en/of contant geld en/of sigaretten, in elk geval enig
goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met
het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld
tegen die [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of
gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere
deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van
het gestolene te verzekeren, door
- ( intimiderend en/of dreigend) te zeggen dat die [aangever 1] naar de verdachten
toe moest komen en/of
- neus aan neus bij, althans dichtbij, die [aangever 1] te staan en/of
- de jaszakken en/of broekzakken te doorzoeken en/of
- de goederen uit de broekzak van die [aangever 1] te halen en/of
- ( intimiderend en/of dreigend) te zeggen tegen die [aangever 1] dat die [aangever 1]
moest betalen als die [aangever 1] de airpods terug wilde en/of
- één of meerdere keren (intimiderend en/of dreigend) te vragen aan die [aangever 1]
of hij, verdachte, had gezegd dat die [aangever 1] mocht praten;
2
hij op of omstreeks 11 november 2025 te Zoetermeer, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om één of meerdere goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [aangever 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen
volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 2], te plegen met het
oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of
om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het
misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- ( dwingend) tegen die [aangever 2] heeft gezegd "KOM" en/of
- die [aangever 2] goederen uit de zakken van die [aangever 2] heeft laten halen en/of
- aan de beenzakken van die [aangever 2] heeft gevoeld en/of de beenzakken heeft
leeggehaald en/of
- in de portemonnee van die [aangever 2] heeft gekeken en/of
- die [aangever 2] (dwingend) heeft gevraagd hoeveel geld [aangever 2] op zijn bankrekening heeft
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3
hij op of omstreeks 11 november 2025 te Zoetermeer, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
airpods en/of een zilverkleurige ketting en/of een powerbank en/of één of meerdere
opladers en/of één of meerdere vapes en/of een pinpas, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3], in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld
tegen die [aangever 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of
gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere
deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van
het gestolene te verzekeren, door
- samen met de medeverdachte voor en/of achter die [aangever 3] te staan terwijl de
verdachten elk een mes in hun broeksband hadden zitten en/of
- te zeggen dat die [aangever 3] mee moest lopen met de verdachten en/of de
verdachten moest volgen en/of
- naar de mes te wijzen en/of tegen die [aangever 3] te zeggen "Ik ga je jas en je tas
even controleren en kijken wat er allemaal in zit" en/of
- voornoemde goederen uit de zakken en/of tas van die [aangever 3] te pakken en/of
- een mes tegen de keel van die [aangever 3] te zetten en/of dat mes in de keel van die
[aangever 3] te drukken en/of
- het mes in de jas/bodywarmer van die [aangever 3] te steken en/of
- het mes één of meerdere keren langs de wang van die [aangever 3] te halen en/of
- tegen die [aangever 3] te zeggen "Je moet in de camera zeggen: Sorry koning baas
[naam 1] (fonetisch) en Sorry koning baas [naam 2] (fonetisch)"
- tegen die [aangever 3] te zeggen "Als je dit tegen ouders, politie of wat dan ook zegt,
dan ben je verder van huis" en/of
- die [aangever 3] één of meerdere keren met gebalde vuist en/of vlakke hand in het
gezicht te slaan en/of
- tegen die [aangever 3] te zeggen dat die [aangever 3] op de knieën op de grond moest
gaan zitten terwijl de verdachten elk een mes vasthielden en/of
- door tegen die [aangever 3] te zeggen "Niet omkijken want als we zien dat jullie weg
zijn dan hebben jullie een probleem en dan komen we achter jullie aan"
- die [aangever 3] te filmen;
4
hij op of omstreeks 11 november 2025 te Zoetermeer, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een paar schoenen en/of een pinpas en/of vapes, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan [aangever 4], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of
zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 4], gepleegd met
het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- samen met de medeverdachte voor en/of achter die [aangever 4] te staan terwijl de
verdachten elk een mes in hun broeksband hadden zitten en/of
- te zeggen dat die [aangever 4] mee moest lopen met de verdachten en/of de verdachten
moest volgen en/of
- een mes tegen de keel van die [aangever 4] te zetten en/of
- die [aangever 4] één of meerdere keren te slaan in het gezicht en/of
- tegen die [aangever 4] te zeggen dat die [aangever 4] op de knieën op de grond moest gaan zitten
terwijl de verdachten elk een mes vasthielden en/of
- door tegen die [aangever 4] te zeggen dat die [aangever 4] één of meerdere keren "Sorry koning
baas" moest zeggen en/of
- door tegen die [aangever 4] te zeggen "Niet omkijken want als we zien dat jullie weg zijn
dan hebben jullie een probleem en dan komen we achter jullie aan" en/of
- de schoenen van die [aangever 4] uit te trekken en/of
- die [aangever 4] te filmen;
Dagvaarding 2: 09-278150-25 (gewijzigd)
Hij op of omstreeks 24 september 2025 te Zoetermeer
een powerbank en/of een oplaadkabel (van het merk Samsung) en/of een muziekbox (van het merk JBL) en/of een aansteker en/of een vape en/of een grinder, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 5], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 5],
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
-te roepen ‘blijf staan blijf staan’’;
-door te zeggen dat [aangever 5] moet blijven staan omdat hij hem anders van de fiets trapt;
-door te vragen wat [aangever 5] in zijn zakken heeft;
-door in de zakken van [aangever 5] te voelen;
-door de rugzak van [aangever 5] te pakken en de muziek box en oplader daaruit te halen;
-die [aangever 5] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht, althans het hoofd, te slaan.