ECLI:NL:RBDHA:2026:28807

Datum uitspraak
10-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht
Zaaknummer
09-060276-26
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ASR. Toepassing jeugdstrafrecht. Veroordeling gekwalificeerde opzetaanrandingen (art. 241 Sr). DUT bijzondere voorwaarden.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 09-060276-26

Datum uitspraak: 10 september 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Den Haag in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] (hierna: de verdachte),

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,

BRP- en verblijfsadres: [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De strafzaak tegen de verdachte is behandeld op de terechtzitting van 27 augustus 2026.

De officier van justitie in deze zaak is mr. N. Bakker en de raadsvrouw van de verdachte is mr. C.H. Remmelink te Zoetermeer. De verdachte is op de terechtzitting verschenen.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er -na wijziging van de tenlastelegging -, kort gezegd, op neer dat de verdachte:

1. in de periode van 26 januari 2026 tot en met 29 september 2026 in Zoetermeer [slachtoffer 1] opzettelijk heeft aangerand met dwang, geweld en/of bedreiging, door dicht tegen haar aan te gaan staan en haar bil aan te raken;

2. op 18 februari 2026 in Pijnacker [slachtoffer 2] opzettelijk heeft aangerand met dwang, geweld en/of bedreiging, door haar tegen zich aan te drukken, haar bil aan te raken en over haar mond te likken.

De volledige tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.

3 De bewijsbeslissing

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank zal voor de feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft de feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsvrouw geen vrijspraak bepleit. De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026067420, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 129).

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:

Feit 1:

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 27 augustus 2026;

2. Het proces-verbaal van aangifte, opgemaakt op 27 februari 2026 (p. 9-12).

Feit 2:

1. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt op 26 februari 2026 (p. 75-82);

2. Het proces-verbaal van aangifte, opgemaakt op 18 februari 2026 (p. 15-17);

3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 februari 2026 (p. 24-26).

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1

hij op 26 januari 2026 te Zoetermeer, met een persoon, te weten [slachtoffer 1]

seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- met zijn lichaam dicht tegen het lichaam van [slachtoffer 1] gaan staan en

- ( vervolgens) het aanraken van de bil van genoemde [slachtoffer 1]

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door en vergezeld van dwang, door

- het benaderen van die [slachtoffer 1] terwijl ze alleen in een bos aan het wandelen was en

- dichtbij genoemde [slachtoffer 1] te gaan staan en

- genoemde [slachtoffer 1] beet te pakken en naar zich toe te trekken en

- het (ongewenst en onverhoeds) tonen van een pornografisch filmpje aan genoemde [slachtoffer 1];

2

hij op 18 februari 2026 te Pijnacker, met een persoon, te weten [slachtoffer 2]

seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het omhelzen van genoemde [slachtoffer 2] en het drukken van zijn, verdachtes, lichaam tegen dat van [slachtoffer 2] en

- het aanraken van de bil van die [slachtoffer 2] en

- het likken over de mond van genoemde [slachtoffer 2]

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door en vergezeld van dwang, door

- genoemde [slachtoffer 2] te benaderen terwijl zij alleen op een bankje in een bos zat en

- dicht bij genoemde [slachtoffer 2] te gaan staan en

- het (ongewenst en onverhoeds) tonen van een pornografisch filmpje aan genoemde [slachtoffer 2] en

- het achtervolgen van genoemde [slachtoffer 2] (terwijl zij wegrende) en

- het beetpakken van genoemde [slachtoffer 2] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of typefouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De op te leggen straffen

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte - met toepassing van het jeugdstrafrecht - wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 151 dagen, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft gevorderd een gedeelte van 30 dagen voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering (waaronder ook valt meewerken aan ambulante behandeling en begeleiding). Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om de bijzondere voorwaarde en het toezicht daarop dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gevraagd om bij het opleggen van een straf rekening te houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit de rapportages en tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. Hierbij neemt de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft twee vrouwen aangerand. Hij heeft hen in een natuurgebied benaderd, op zijn telefoon pornofilmpjes aan hen laten zien en aan hun billen gezeten. De verdachte heeft een van de vrouwen ook tegen zich aangedrukt en heeft met zijn tong over haar mond gelikt. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij geen respect heeft getoond voor de lichamelijke integriteit van deze vrouwen, die erg van hem zijn geschrokken. De slachtoffers waren midden op de dag op een openbare plek die bedoeld is om te ontspannen, te sporten of op andere manieren het hoofd leeg te maken. Het handelen van de verdachte heeft ook in bredere zin onrust en gevoelens van onveiligheid opgeleverd in de samenleving, bijvoorbeeld bij andere mensen die van die gebruik maken van het natuurgebied.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 29 juni 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het Pro Justitia rapport van 23 juni 2026 van [naam] (psycholoog). Daaruit volgt – kort samengevat – dat de verdachte ongeschoold en ongeletterd is en functioneert op een licht verstandelijk beperkt niveau. De overgang naar verblijf in Nederland (vanuit [geboorteland] via Turkije) is voor hem daardoor een extra stressvolle cultuurshock geweest. De verdachte kan beperkt de gevolgen en risico’s van zijn gedrag overzien en kan moeilijk zelfstandig functioneren. Omdat de verstandelijke beperking van de verdachte substantieel heeft doorgewerkt in de gepleegde feiten, wordt geadviseerd om die feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. De verdachte is erg geschrokken van de (strafrechtelijke) consequenties van zijn gedrag en heeft gevoelens van schaamte richting zijn familie. De kans dat de verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt wordt als klein tot (hoogstens) matig ingeschat.

De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van het rapport van Reclassering Nederland van 24 augustus 2026. De reclassering onderschrijft de conclusies van de psycholoog. De verdachte heeft een steunend familienetwerk, volgt Nederlandse taallessen en doet vrijwilligerswerk. Het is wenselijk dat de verdachte ondersteund wordt door de reclassering, zodat kan worden ingezet op het vergroten van zijn zelfredzaamheid, sociale vaardigheden en het voorkomen van nieuwe grensoverschrijdende situaties.

Toerekeningsvatbaarheid

De rechtbank volgt de conclusie van de psycholoog voor wat betreft de toerekeningsvatbaarheid en vindt de verdachte daarom verminderd toerekeningsvatbaar.

Toepassing van het jeugdstrafrecht in ASR zaken

De rechtbank kan – ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren maar nog niet die van 23 jaren heeft bereikt – het jeugdstrafrecht toepassen. De psycholoog en de reclassering hebben geadviseerd om het jeugdstrafrecht toe te passen, omdat de verdachte licht verstandelijk beperkt is en er nog mogelijkheden zijn voor pedagogische beïnvloeding. Het jeugdstrafrecht lijkt beter aan te sluiten bij de behoeften van de verdachte en er zijn geen contra-indicaties om het toe te passen. De rechtbank zal daarom het jeugdstrafrecht toepassen.

Strafmodaliteit en strafmaat De rechtbank heeft, naast het hiervoor genoemde, ook gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank vindt dat vanwege de ernst van de feiten in dit geval geen andere straf kan volgen dan een onvoorwaardelijke jeugddetentie. De rechtbank zal een jeugddetentie opleggen gelijk aan de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft gezeten (121 dagen). De rechtbank zal daarnaast een voorwaardelijke werkstraf opleggen van 60 uren. De verdachte zal zich moeten laten begeleiden door de jeugdreclassering en moeten meewerken aan behandeling en begeleiding om te voorkomen dat hij opnieuw strafbare feiten pleegt. De verdachte heeft vier maanden in jeugddetentie gezeten en dit is bijzonder belastend voor hem geweest, omdat hij (nog) geen Nederlands spreekt. Als hij zijn voorwaarden overtreedt, vindt de rechtbank het daarom passender dat hij een werkstraf uitvoert.

Dadelijke uitvoerbaarheid De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, namelijk aan gekwalificeerde opzetaanrandingen. Gelet op de ernst van de feiten en de rapportages van de psycholoog en de reclassering is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Hoewel het recidiverisico door de psycholoog als laag tot matig wordt ingeschat, heeft de verdachte in een korte periode meerdere strafbare feiten gepleegd en zijn de daaraan volgens de psycholoog en de reclassering ten grondslag liggende factoren niet veranderd. De verdachte functioneert op een licht verstandelijk beperkt niveau en kan de consequenties van zijn gedrag (nog altijd) niet voldoende overzien. Hoewel de verdachte is geschrokken van de consequenties van zijn gedrag, is de rechtbank onvoldoende overtuigd dat hij begrijpt wat hij verkeerd heeft gedaan en hoe hij dat in de toekomst moet voorkomen. De rechtbank vindt het noodzakelijk dat hij daarbij (direct) verder begeleid wordt, ook als hij in hoger beroep gaat. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van dit wetboek uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

10 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 241 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

12 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven in paragraaf 3.4 bewezen is verklaard en kwalificeert dit als:

feit 1:

gekwalificeerde opzetaanranding;

feit 2:

gekwalificeerde opzetaanranding;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

straffen

veroordeelt de verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 121 DAGEN;

beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (121 dagen), bij de tenuitvoerlegging van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte daarnaast tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 60 UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 DAGEN;

bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Bezuidenhoutseweg 179, 2594 AH Den Haag, op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo vaak en zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht;

2. gedurende de proeftijd meewerkt aan behandeling die de reclassering noodzakelijk acht, zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht;

3. zich (ambulant) laat begeleiden door Welzijn E25 of een soortgelijke instelling, zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen

aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld

in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden

toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek

van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de

jeugdreclassering, zo vaak en zo lang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht,

daaronder begrepen.

beveelt dat de bovengenoemde voorwaarden en het – op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht – uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

het bevel tot voorlopige hechtenis

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de veroordeelde.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, voorzitter,

mr. S. van der Harg, kinderrechter,

en mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. L.T. Verlinde, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 september 2026.

Bijlage 1

Tekst (gewijzigde) tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

hij in of omstreeks de periode van 26 januari 2026 tot en met 29 januari 2026 te Pijnacker en/of Zoetermeer, in elk geval in

Nederland

met een persoon, te weten [slachtoffer 1]

een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- met zijn lichaam dicht tegen het lichaam van [slachtoffer 1] gaan staan en/of

- ( vervolgens) het aanraken/betasten van de bil van genoemde [slachtoffer 1]

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak,

en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd

door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- het benaderen van die [slachtoffer 1] terwijl ze alleen in een bos aan het wandelen

was en/of

- dichtbij genoemde [slachtoffer 1] te gaan staan en/of

- genoemde [slachtoffer 1] beet te pakken en/of naar zich toe te trekken en/of

- het (ongewenst en onverhoeds) tonen van een pornografisch filmpje aan

genoemde [slachtoffer 1] ;

2

hij op of omstreeks 18 februari 2026 te Pijnacker en/of Zoetermeer, in elk geval in

Nederland

met een persoon, te weten [slachtoffer 2]

een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het omhelzen van genoemde [slachtoffer 2] en/of het drukken van zijn, verdachtes,

lichaam tegen dat van [slachtoffer 2] en/of

- het aanraken/betasten van de bil van die [slachtoffer 2] en/of

- het likken van/over de mond van genoemde [slachtoffer 2]

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak,

en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd

door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- genoemde [slachtoffer 2] te benaderen terwijl zij alleen op een bankje in een bos zat

en/of

- dicht bij genoemde [slachtoffer 2] te gaan staan en/of

- het (ongewenst en onverhoeds) tonen van een pornografisch filmpje aan

genoemde [slachtoffer 2] en/of

- het achtervolgens van genoemde [slachtoffer 2] (terwijl zij wegrende) en/of

- het beetpakken van genoemde [slachtoffer 2] ;

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »