ECLI:NL:RBDHA:2026:27584

Datum uitspraak
16-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Zaaknummer
NL26.24474
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

terugkeerbesluit; inreisverbod; kennelijk ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.24474

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [x] , eiser

(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

1. Bij besluit van 15 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Eiser moet terugkeren naar zijn land van herkomst, Suriname.

1.1.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.1

Beoordeling door de rechtbank

Heeft de minister het terugkeerbesluit en het inreisverbod voldoende gemotiveerd?

2. Eiser voert aan dat de minister het terugkeerbesluit en het inreisverbod onvoldoende heeft gemotiveerd. Volgens eiser heeft de minister ten onrechte niet getoetst aan het verbod op non-refoulement. Daarnaast voert hij aan dat hij kinderen in Nederland heeft, van wie hij één kind heeft erkend. Volgens eiser heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met het feit dat het inreisverbod tot gevolg heeft dat hij zijn kinderen niet kan bezoeken.

2.1.

De rechtbank is van oordeel dat de minister het terugkeerbesluit voldoende heeft gemotiveerd. Op grond van artikel 62a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) vaardigt de minister een terugkeerbesluit uit aan een vreemdeling die niet of niet langer rechtmatig verblijf heeft en die niet valt onder één in dat artikellid genoemde uitzonderingen. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft. De minister heeft daarom terecht aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat de minister niet aan het verbod op non-refoulement heeft getoetst. De minister heeft in het bestreden besluit gemotiveerd dat uit het gehoor niet is gebleken dat het beginsel van non-refoulement aan terugkeer in de weg staat. Daarbij heeft de minister terecht betrokken dat eiser geen concrete zwaarwegende en op feiten berustende redenen heeft aangevoerd waaruit volgt dat hij niet naar Suriname kan terugkeren. De minister stelt verder terecht dat uit algemene informatie ook niet blijkt dat de situatie in Suriname dermate slecht is dat eiser niet zou kunnen terugkeren. Eiser heeft niet toegelicht waarom dit in zijn geval anders zou zijn.

2.2.

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de minister het inreisverbod voldoende heeft gemotiveerd. Op grond van artikel 66a, tweede lid, van de Vw 2000 kan de minister een inreisverbod uitvaardigen tegen de vreemdeling die geen gemeenschapsonderdaan is en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten. Anders dan eiser stelt, heeft de minister daarbij wel rekening gehouden met de verklaringen van eiser over zijn kinderen in Nederland, maar heeft hij het inreisverbod desondanks wenselijk en noodzakelijk geacht. Daarbij heeft de minister van belang mogen achten dat eiser niet heeft aangetoond dat hij de vader is van de gestelde kinderen. Van een onvoldoende motivering van het inreisverbod is de rechtbank dus niet gebleken. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Duifhuizen, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »