ECLI:NL:RBDHA:2026:27548

Datum uitspraak
18-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Zaaknummer
NL26.22935
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

opvolgende asielaanvraag, buiten behandeling gesteld, aanvraag incompleet, ongegrond

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.22935

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [x] , eiser

(gemachtigde: mr. J.G. Wiebes),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. H.R. Nobel).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het buiten behandeling laten van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de minister de aanvraag buiten behandeling mocht stellen.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het buiten behandeling laten van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Op deze zaak is het recht van toepassing dat gold vóór 12 juni 2026.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 13 april 2026 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 21 april 2026 deze aanvraag buiten behandeling gesteld.

2.1.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Eerdere procedure

3. Eiser heeft op 26 juni 2009 zijn eerste aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Aan deze aanvraag lag ten grondslag dat eiser, die de Zimbabwaanse nationaliteit bezit, stelde dat zijn huis bij een aanval van het leger in oktober 2007 in brand is gestoken. Hierbij zijn de ouders van eiser om het leven gekomen. Eiser is toen gevlucht naar Bulawaya, maar ook daar is zijn huis in juni 2008 in brand gestoken. Eiser is toen naar Allapatta gevlucht en heeft in april 2009 het land verlaten. Deze aanvraag heeft de minister met het besluit van 21 december 2009 afgewezen. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, maar dit beroep is ingetrokken nadat eiser op 4 oktober 2010 met onbekende bestemming is vertrokken.

Huidige aanvraag

4. Eiser heeft aan zijn huidige opvolgende aanvraag ten grondslag gelegd dat hij niet de Zimbabwaanse, maar de Nigeriaanse nationaliteit bezit. Volgens eiser volgt zijn Nigeriaanse nationaliteit uit zijn afstamming van zijn vader. Om die reden moet het besluit van 21 december 2009 volgens eiser worden heroverwogen en moet zijn asielaanvraag worden beoordeeld met inachtneming van zijn Nigeriaanse nationaliteit. Bij terugkeer naar Nigeria vreest eiser voor grootschalig geweld van Boko Haram. Eiser heeft diabetes en een te hoge bloeddruk, waardoor hij vanwege die klachten, leeftijd en langdurige afwezigheid in Nigeria vreest dat hij zich aldaar niet kan handhaven. Bovendien vreest eiser voor een reëel risico op behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM, omdat er geen toegang is tot voor hem levensreddende medicatie.

Het bestreden besluit

5. In het bestreden besluit heeft de minister de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat eiser op geen enkele manier zijn stelling dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft, heeft onderbouwd. Het is aan eiser om zijn nationaliteit door middel van documenten te onderbouwen. De aanvraag van eiser is dan ook niet compleet. Ten aanzien van de gezondheidstoestand als reden voor de herhaalde asielaanvraag heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat bij een tweede of volgende asielaanvraag alleen wordt beoordeeld of eiser in aanmerking komt voor bescherming op grond van een van de asielgronden. Of eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op humanitaire gronden of voor uitstel van vertrek op medische gronden wordt derhalve niet beoordeeld.

Heeft de minister de aanvraag buiten behandeling mogen stellen?

6. Eiser betoogt dat de minister de aanvraag ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld. Volgens eiser is het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat hij voorafgaand aan zijn aanvraag niet over zijn asieldossier beschikte. Zijn gemachtigde heeft in de zienswijze daarom om een kopie van het dossier verzocht, maar dit niet ontvangen. Eiser stelt dat hij zonder het dossier niet kon nagaan of daarin aanwijzingen stonden die konden verklaren waarom hij zijn nationaliteit niet met documenten kon onderbouwen. Het dossier is hem uiteindelijk alsnog verstrekt, maar bevatte dergelijke aanwijzingen niet. Eiser vraagt daarom om gegrondverklaring wegens een onzorgvuldige voorbereiding van het besluit, maar om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

6.1.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank oordeelt als volgt. Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 kan een aanvraag buiten behandeling worden gesteld wanneer de aanvraag incompleet is. Eiser heeft zijn gestelde Nigeriaanse nationaliteit niet met documenten onderbouwd. Dat hij ten tijde van de aanvraag niet over zijn asieldossier beschikte, maakt dit niet anders. Ook nadat hij het dossier alsnog had ontvangen, heeft hij geen documenten overgelegd ter onderbouwing van zijn nationaliteit. Er is geen sprake van een onzorgvuldig besluit. De minister mocht de aanvraag buiten behandeling stellen.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvraag terecht buiten behandeling gesteld.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van de griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »