ECLI:NL:RBDHA:2026:22287

Datum uitspraak
10-07-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/707524 / FA RK 26-6232
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vervangende toestemming paspoort

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-6232

Zaaknummer: C/09/707524

Datum beschikking: 10 juli 2026

Paspoortwet (artikel 36)

Beschikking op het op 19 juni 2026 ingekomen verzoek van:

de gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

alsmede,

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;

  • het bericht van 22 juni 2026 van de gecertificeerde instelling, met bijlage.

Op 9 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader en [naam] namens de gecertificeerde instelling. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Verzoek en verweer

De gecertificeerde instelling verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de ouders vervangt, zoals bedoeld in artikel 36, tweede lid, Paspoortwet, voor het verkrijgen van een reisdocument ten behoeve van de na te melden minderjarige, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De moeder heeft geen verweer gevoerd.

De vader voert verweer tegen het verzoek, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben gezamenlijk het gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats].

  • Blijkens de basisregistratie personen (brp) bezitten de vader, de moeder en [minderjarige] de Griekse nationaliteit.

  • Bij beschikking van 14 oktober 2025 van deze rechtbank is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling. Daarnaast is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend. Bij beschikking van 8 april 2026 van deze rechtbank is de machtiging tot uithuisplaatsing laatstelijk verlengd tot 14 augustus 2026. [minderjarige] verblijft thans bij een pleeggezin.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek van de gecertificeerde instelling.

Inhoudelijke beoordeling

De gecertificeerde instelling voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat de ouders geen toestemming hebben gegeven voor een vakantie van [minderjarige] met zijn pleegouders. De moeder verblijft in [land] en de vader zit in detentie. De pleegouders willen graag op vakantie met [minderjarige] en hun andere pleegkinderen. Er moet daarom met spoed een reisdocument worden aangevraagd voor [minderjarige].

Op de zitting is door de vader verweer gevoerd. Hij is het er niet mee eens dat [minderjarige] op vakantie gaat met zijn pleegouders. Hij mist daardoor namelijk de contactmomenten met zijn familie.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 36, eerste lid, Paspoortwet kan bij de aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, Paspoortwet, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd. Blijkens het tweede lid van eerstgenoemd artikel kan een verklaring van toestemming worden afgegeven op verzoek van een stichting dan wel een gecertificeerde instelling, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg, thans analoog art. 1.1 Jeugdwet. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

De rechtbank zal, nu de beproeving van een vergelijk tussen partijen vergeefs is gebleken, de door de gecertificeerde instelling verzochte vervangende toestemming op grond van artikel 36, tweede lid, Paspoortwet beoordelen.

De rechtbank zal toestemming geven om een reisdocument (paspoort of ID-kaart) aan te vragen voor [minderjarige]. Het is in zijn belang om zich te kunnen identificeren. De gecertificeerde instelling heeft het belang van de vakantie en het belang van de contactmomenten gewogen en vindt het in het belang van [minderjarige] dat hij met het pleeggezin op vakantie gaat. De rechtbank volgt deze afweging.

Beslissing

De rechtbank:

verleent toestemming aan Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, – welke toestemming die van de ouders vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument (paspoort of ID-kaart) van de minderjarige:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »