Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-6221
Zaaknummer: C/09/707508
Datum beschikking: 9 juli 2026
Paspoortwet (artikel 36)
Beschikking op het op 18 juni 2026 ingekomen verzoek van:
William Schrikker Stichting voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
de gecertificeerde instelling.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K.R.E. Blanken in Utrecht,
[de vader],
de vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
[gezinshuisouder 1] en [gezinshuisouder 2],
de gezinshuisouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen.
Op 8 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
-
[naam] namens de gecertificeerde instelling;
-
de moeder.
De vader is opgeroepen in de Staatscourant, maar niet binnen de daarvoor geldende oproeptermijn. De vader is niet verschenen op de zitting. De rechtbank is in dit geval van oordeel dat het belang van de kinderen zoals vastgelegd in artikel 3 van het Internationale Verdrag van de Rechten van het Kind bij een spoedige beslissing in dit geval zwaarder weegt dan de oproeptermijn. Daarbij betrekt de rechtbank dat de vader in de afgelopen jaren in vele andere procedures, waarin de oproeptermijn wel in acht is genomen, niet op de zitting is verschenen. Dit betrof onder meer een procedure waarin vervangende toestemming is gegeven voor het aanvragen van een reisdocument.
De gezinshuisouders zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
-
De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2012 tot [datum 2] 2026.
-
Tijdens het huwelijk van de vader en de moeder zijn de volgende nu nog minderjarige kinderen geboren:
-
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1];
-
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2],
-
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2020 in [geboorteplaats 2];
-
[minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2021 in [geboorteplaats 2].
-
De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
-
De rechtbank heeft bij beschikking van 12 mei 2025 vervangende toestemming verleend voor de aanvraag van reisdocumenten van de kinderen.
-
Bij beschikkingen van 29 juli 2025 zijn de voornamen van [minderjarige 2] en [minderjarige 4] gewijzigd.
-
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2026 de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een gezinsgerichte voorziening verlengd tot 13 maart 2027.
Verzoek en verweer
De gecertificeerde instelling verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, vervangende toestemming te verlenen, zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 Paspoortwet, voor het verkrijgen van een reisdocument ten behoeve van [minderjarige 2] en [minderjarige 4].
De vader heeft geen verweer gevoerd.
De moeder en de gezinshuisouders hebben ingestemd met het verzochte.
Beoordeling
Juridisch kader
Ingevolge artikel 36, eerste lid, Paspoortwet kan bij de aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, Paspoortwet, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd. Blijkens het tweede lid van eerstgenoemd artikel kan een verklaring van toestemming worden afgegeven op verzoek van een stichting dan wel een gecertificeerde instelling, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg, thans analoog art. 1.1 Jeugdwet. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De gecertificeerde instelling voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat in mei 2025 vervangende toestemming via de rechtbank is verkregen voor de aanvraag van een reisdocument voor alle vier de kinderen. Hiermee zijn ID-kaarten voor de kinderen aangevraagd en verkregen. Echter heeft de moeder de namen van [minderjarige 2] en [minderjarige 4] laten veranderen, wat maakt dat hun huidige reisdocumenten niet meer geldig zijn. [minderjarige 2] en [minderjarige 4] hebben daarom een nieuw reisdocument nodig. Omdat beide ouders belast zijn met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 4] moeten zij hier beiden toestemming voor verlenen. De moeder heeft al toestemming gegeven om een nieuwe ID-kaart aan te vragen. De vader is voor de gecertificeerde instelling niet bereikbaar. Nu het gezinshuis, waar [minderjarige 2] en [minderjarige 4] verblijven, op vakantie gaat op 21 juli heeft de gecertificeerde instelling belang bij een snelle beslissing.
De rechtbank overweegt als volgt. Vorig jaar is vervangende toestemming verleend voor de aanvraag van een reisdocument voor de kinderen. Daarna zijn de voornamen van [minderjarige 2] en [minderjarige 4] veranderd. De situatie is verder hetzelfde gebleven. De rechtbank ziet daarom geen reden om een andere beslissing te nemen en zal de vervangende toestemming verlenen, nu zij dit ook in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 4] acht.
Beslissing
De rechtbank:
verleent toestemming aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, – welke toestemming die van de vader vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument van de minderjarigen:
-
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2],
-
[minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2021 in [geboorteplaats 2];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 juli 2026. |