ECLI:NL:RBDHA:2025:21940

Datum uitspraak
03-07-2025
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/684997 / FA RK 25-3490
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming vakantie naar familie in Brazilië

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-3490

Zaaknummer: C/09/684997

Datum beschikking: 3 juli 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 12 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. Erkens te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift.

Op 24 juni 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk: K. de Graaff;

  • een vriendin van de moeder.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.

- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:

- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , [geboorteland] .

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit, blijkens de aantekening in het gezagsregister van 29 april 2019.

- [de minderjarige] verblijft bij de moeder.

- De vader heeft de Nederlandse nationaliteit en de moeder heeft de Braziliaanse nationaliteit.

- Partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:247a BW een ouderschapsplan opgesteld.

Verzoek

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht om aan haar toestemming te verlenen – die de toestemming van de vader vervangt – om in de periode van 13 juli 2025 tot en met 27 augustus 2025 met [de minderjarige] naar [geboorteland] te reizen, daar te verblijven en terug te reizen naar Nederland, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De gewone verblijfplaats van [de minderjarige] is in Nederland. De Nederlandse rechter is dus bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken.

Inhoudelijke beoordeling

Artikel 1: 253a eerste en tweede lid van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders, waaronder ten aanzien van een vakantie, op verzoek van beide of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd en dat de rechtbank een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag.

Door de moeder is aangegeven dat zij in de zomervakantie graag met [de minderjarige] naar familie in [land] wil reizen. Het gaat om de periode 13 juli 2025 tot en met 27 augustus 2025. Hoewel de vader aanvankelijk bereid leek zijn toestemming te geven, reageert hij nu niet meer en ondertekent hij de benodigde formulieren niet.

De vader heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] om met haar moeder op vakantie te gaan en daarbij haar familie in [land] te bezoeken. Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die dat anders maken. De rechtbank zal daarom de vervangende toestemming verlenen, voor zowel de heenreis, het verblijf en de terugreis, omdat door de moeder is aangegeven dat de Braziliaanse autoriteiten dit vereisen.

Beslissing

De rechtbank:

verleent toestemming aan de moeder – welke de toestemming van de vader vervangt – om met de minderjarige: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , [geboorteland] in de periode van 13 juli 2025 tot en met 27 augustus 2025:

  • vanuit Nederland te reizen naar [land] ;

  • met [de minderjarige] in [land] te verblijven;

  • terug te reizen vanuit [land] naar Nederland;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 3 juli 2025.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »