RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/966
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 augustus 2023 in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. drs. G.H.A. van den Heuvel),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
1. Op 12 augustus 2021 heeft verzoekster een aanvraag ingediend, strekkende tot wijziging van haar verblijfsvergunning met het doel ‘arbeid’ naar het doel ‘verblijf bij partner’.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 3 februari 2022 (primaire besluit) afgewezen. Verweerder heeft hierbij ook vastgesteld dat verzoekster niet in aanmerking komt voor verlenging van haar verblijfsvergunning met het verblijfsdoel ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’.
Met het besluit van 20 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft beroep (AWB 23/965) ingesteld tegen het bestreden besluit. Samenhangend met dit beroep heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (AWB 23/966) te treffen.
Bij brief van 15 augustus 2023 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken, onder aanbieding van vergoeding van de proceskosten aan verzoekster.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Partijen worden niet uitgenodigd voor een zitting in deze zaak, omdat dat op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet nodig is.
3. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu er op 23 augustus 2023 uitspraak is gedaan in het beroep en er daarom niet langer sprake is van de vereiste connexiteit als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De gronden van het verzoek om een voorlopige voorziening zijn gelijk aan de gronden van het beroep, en voor het beroep is al een proceskostenvergoeding toegekend aan verzoekster.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2023 door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
|
griffier |
rechter |
Deze uitspraak is verzonden aan partijen op: