ECLI:NL:RBAMS:2026:9734

Datum uitspraak
29-09-2026
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12281885 \ EA VERZ 26-740
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

appartementsrecht; pand met twee appartementrsrechten; dakterrasaanspraak in splitsingsakte; kantonrechter weigert vervangende machtiging ex artikel 5:121 BW voor het plaatsen van zonnepanelen op het gemeenschappeilijke dak.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer / rekestnummer: 12281885 \ EA VERZ 26-740

Beschikking van 29 september 2026

in de zaak van

1 [verzoeker 1]

2. [verzoeker 2] ,

wonende te [woonplaats],

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoeker 1] en [verzoeker 2],

gezamenlijk te noemen: [verzoeker 2] (enkelvoud mannelijk),

procederend in persoon,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats],

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder],

gemachtigde: mr. C. Koot (ARAG SE Nederland),

en

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

belanghebbende in de zaak ex artikel 5:140 BW,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

[verzoeker 2] heeft op 17 juni 2026 een verzoekschrift met producties ingediend dat strekt tot het verlenen van vervangende machtigingen op grond van artikel 5:121 en 5:140 Burgerlijk Wetboek (BW).

1.2.

Op 11 augustus 2026 is ter griffie van de rechtbank een verweerschrift met producties van [verweerder] ingekomen.

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [verzoeker 2], [verweerder] en de beperkt gerechtigde zijn door de griffier opgeroepen. [verzoeker 1] en [verzoeker 2] zijn verschenen. [verweerder] is verschenen, vergezeld door de gemachtigde.

1.4.

Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, [verzoeker 2] aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord.

1.5.

Daarna is een datum voor beschikking bepaald.

2 Feiten

Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:

2.1.

Het woonhuis met kantoorruimte, ondergrond, erf en verdere aanhorigheden aan [adres] te [plaats] (hierna: het pand) is bij akte van 22 maart 2007 (hierna: de akte van splitsing) gesplitst in twee appartementsrechten. Daarbij is het reglement van splitsing van 17 januari 2006 (hierna: het modelreglement) met wijzigingen en aanvullingen die volgen uit de splitsingsakte (hierna: het Bijzonder Reglement) van toepassing verklaard en de Vereniging van Eigenaars [adres] te [plaats] opgericht (hierna: de VvE).

2.2.

[verweerder] is sinds 1980 woonachtig in het pand. Zij is op 1 april 1996 en 29 augustus 1997 eigenaar geworden van respectievelijk het 21/100e onverdeeld aandeel en het 19/100e onverdeeld aandeel in de ongesplitste zaak. Bij de akte van splitsing van 22 maart 2007 is het appartementsrecht met indexnummer [nummer 1], rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning gelegen op de tweede en derde verdieping met zelfstandige opgang vanaf de begane grond, aan haar toebedeeld. In het Bijzonder Reglement, dat onderdeel uitmaakt van de akte van splitsing, is het breukdeel vastgesteld op twee/vijfde.

2.3.

[verzoeker 2] is op 31 oktober 2025 eigenaar geworden van het appartementsrecht met indexnummer [nummer 2], rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning gelegen op de begane grond, in het souterrain en eerste verdieping met tuin. In het Bijzonder Reglement, dat onderdeel uitmaakt van de akte van splitsing, is het breukdeel vastgesteld op drie/vijfde.

2.4.

De drie eigenaars vormen het bestuur van de VvE.

2.5.

Het totaal aantal in de vergadering van eigenaars uit te brengen stemmen bedraagt twee, te weten één stem voor elk appartementsrecht.

2.6.

Het Bijzonder Reglement houdt verder in, voor zover van belang:

“Artikel b.1

(…) De eigenaar van appartementsrecht [nummer 3] is gerechtigd een gedeelte van het gemeenschappelijk dak in gebruik te nemen en te houden als dakterras mits de hiervoor eventueel noodzakelijke vergunning door de bevoegde gemeentelijke instantie onherroepelijk is geworden.

De eigenaar van appartementsrecht [nummer 3] mag dit gedeelte van het gemeenschappelijk dak exclusief als dakterras gebruiken op voorwaarde dat de kosten van onderhoud en herstel daarvan geheel voor zijn rekening en risico zijn.

Hiervan uitgezonderd die reparaties en/of dat onderhoud die ook zouden hebben moeten plaatsvinden indien dit gedeelte niet als dakterras in gebruik zou zijn geweest, rustende de bewijslast hiervan op de eigenaar van appartementsrecht [nummer 3].” (Kantonrechter: hierna te noemen: de dakterrasaanspraak)

2.7.

Op grond van artikel 17 lid 1 onder a van het modelreglement is het dak van het pand gemeenschappelijk.

2.8.

Artikel 22 lid 3 van het modelreglement luidt:

“De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen veranderingen aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in privé gedeelten bevinden.”

3 Verzoek en verweer

3.1.

[verzoeker 2] verzoekt de kantonrechter  na wijziging van het petitum  bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking

primair

hem een vervangende machtiging ex artikel 5:121 BW te verlenen voor de plaatsing van privé-zonnepanelen op het dak naar rato van de breukdelen, als [verweerder] binnen twee weken na de te wijzen beschikking bevestigt dat zij naar rato van de breukdelen wenst bij te dragen aan de kosten van de plaatsing en het onderhoud van de zonnepanelen, bij gebreke waarvan [verzoeker 2] of een rechtsopvolger gerechtigd is om op het gehele dak voor privégebruik zonnepanelen te doen plaatsen, met dien verstande dat als [verweerder] of een rechtsopvolger alsnog naar rato van de breukdelen gebruik wenst te maken van de door [verzoeker 2] geplaatste zonnepanelen, zij daartoe in staat wordt gesteld tegen een in de stukken nader omschreven vergoeding,

subsidiair

hem een vervangende machtiging ex artikel 5:121 BW te verlenen voor de plaatsing van privé-zonnepanelen op het dak, en te bepalen dat [verweerder] binnen twee weken na de te wijzen beschikking schriftelijk aan [verzoeker 2] dient te bevestigen dat zij naar rato van de breukdelen wenst bij te dragen aan de kosten van de plaatsing en het onderhoud van de zonnepanelen, bij gebreke waarvan [verzoeker 2] gerechtigd is om op het gehele dak voor privégebruik zonnepanelen te doen plaatsen, met dien verstande dat als [verweerder] of een rechtsopvolger (a) alsnog gebruik wenst te maken van de door [verzoeker 2] geplaatste zonnepanelen, zij daartoe in staat wordt gesteld tegen een in de stukken nader omschreven vergoeding, dan wel (b) een dakterras wenst te plaatsen, [verzoeker 2] de zonnepalen die zijn geplaatst op 2/5 van het dak binnen twee weken na het onherroepelijk worden van de vereiste omgevingsvergunning zullen verwijderen,

primair en subsidiair:

hem een vervangende machtiging ex artikel 5:140 BW te verlenen voor het passeren van een wijziging van de akte van splitsing en inschrijving daarvan in de openbare registers van het Kadaster, met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

[verzoeker 2] stelt daartoe – kort samengevat – dat het gemeenschappelijk dak van het pand (70 m2) zeer geschikt is voor het plaatsen van zonnepanelen. [verweerder] weigert echter zonder redelijke grond toestemming te geven voor het plaatsen van zonnepanelen.

3.3.

[verweerder] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel afwijzing van het verzoek, met veroordeling van [verzoeker 2] in de kosten van het geding.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal hierna  voor zover relevant  worden ingegaan.

4 De beoordeling

verzoek ex artikel 5:121 BW

4.1.

Artikel 5:121 BW bepaalt, kort gezegd, dat een kantonrechter een machtiging kan geven die de vereiste medewerking of toestemming van  onder meer  een eigenaar vervangt, als die toestemming of medewerking zonder redelijke grond weigert. Het gaat dan onder meer om handelingen die betrekking hebben op gedeelten die niet bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Dit artikel is te beschouwen als een bijzondere uitwerking van het beginsel dat de verhouding tussen mede-eigenaars wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid.

4.2.

Vast staat dat [verweerder] geen toestemming geeft voor de plaatsing van zonnepanelen op het dak. De vraag is of toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd. Het gaat daarbij niet om een marginale toetsing, maar ook niet om een volledige open belangenafweging waarbij de individuele wensen van [verzoeker 2] in alle opzichten even zwaar wegen als de belangen en motieven van de andere eigenaar. De belangen van [verzoeker 2] bepalen wel mede of sprake is van een weigering zonder redelijke grond.

4.3.

In deze procedure heeft [verzoeker 2] geen concreet plan overgelegd, waaruit bijvoorbeeld blijkt op welk gedeelte van het dak de zonnepanelen komen te liggen (als ze niet op het hele dak komen te liggen, waarover hierna meer), welk type en hoeveel zonnepanelen hij door welke erkende installateur wil laten plaatsen, of de zonnepanelen licht reflecteren, of de zonnepanelen of de daarbij horende installaties geluid produceren, hoe de installatie van de zonnepanelen op het dak eruit gaat zien (waaronder de bevestigingsconstructies, omvormers, de wijze van aansluiting op het stroomnetwerk van de VvE), of het plaatsen van de zonnepanelen verzekeringstechnische gevolgen heeft en welk onderhoud noodzakelijk is. Om een goed beeld te krijgen van wat [verzoeker 2] wil had het voor de hand gelegen als hij een plan bij de stukken had gevoegd, zeker nu hij daarvoor een vervangende machtiging van de kantonrechter verlangt. Op zichzelf levert dit, zoals [verweerder] heeft aangevoerd, al een redelijke grond voor weigering op. Dat [verweerder] pas in de procedure inhoudelijk verweer is gaan voeren maakt dat niet anders. Dat recht heeft zij.

4.4.

Daarbij komt dat [verweerder] terecht heeft aangevoerd dat de dakbedekking nog moet worden vervangen en dat zij op grond van de splitsingsakte aanspraak heeft op het exclusieve gebruik van twee/vijfde deel van het dakoppervlak (haar breukdeel) voor het aanleggen van een (privé)terras. Dat [verweerder] tot op heden geen dakterras op het dak heeft gerealiseerd, doet daar niet aan af. [verzoeker 2] heeft het appartementsrecht gekocht terwijl hij op de hoogte was of diende te zijn van de terrasaanspraak. Hij kan niet van [verweerder] verlangen dat zij meewerkt aan het plaatsen van zonnepanelen op dat gedeelte van het dak en afziet van haar terrasaanspraak, ook niet tijdelijk onder de voorwaarde dat [verzoeker 2] de zonnepanelen op zijn kosten zal verwijderen als [verweerder] of haar rechtsopvolger alsnog een dakterras wil aanleggen. Het in de splitsingsakte laten vervallen van de terrasaanspraak – zoals opgenomen in de door [verzoeker 2] overgelegde concept wijzigingsakte versie 1 – zou bovendien tot een waardevermindering van het appartementsrecht van [verweerder] leiden. Dat kan niet van [verweerder] worden verlangd.

4.5.

Dan is aan de orde de vraag of [verweerder] zonder redelijke grond weigert dat [verzoeker 2] zonnepanelen plaatst op het overige gedeelte van het dak (naar rato). [verweerder] heeft daartoe aangevoerd dat zij inmiddels is gepensioneerd en van plan is, nadat het dak is vernieuwd, een vergunning voor het plaatsen van het dakterras aan te vragen. Dat [verzoeker 2] dit ongeloofwaardig vindt kan zo zijn, maar doet er niet aan af dat volgens de akte ook een rechtsopvolger van [verweerder] aanspraak kan maken op het aanleggen van het dakterras.

4.6.

Verder voert [verweerder] onbetwist aan dat het dak alleen door een uittrekbare vlizotrap, uitklapbaar door een katrol en een zwaar luik dat naar boven moet worden geduwd en daarna opzij moet worden geschoven, vanuit haar slaapkamer te bereiken is. Zij vindt dat niet van haar verlangd kan worden dat [verzoeker 2] dan wel derden via haar slaapkamer het dak betreden om aanleg/onderhoud/reparaties/schoonmaak aan/van de zonnepanelen en de daarbij behorende installaties uit te voeren. Ook voert zij aan dat zij vreest voor geluidsoverlast/hinder in de ruimste zin van het woord als de zonnepanelen boven haar slaapkamers worden geplaatst. Zij is gevoelig voor geluid. Zonnepanelen vormen ook een risico op brandgevaar, aldus [verweerder]. Verder is zij bang voor de lichtreflectie van de zonnepanelen als zij op het te realiseren dakterras zit, dat immers direct zal grenzen aan het gedeelte van het dak waar [verzoeker 2] de zonnepanelen wil plaatsen. Ten slotte heeft [verweerder] erop gewezen dat niet is onderzocht of er alternatieve locaties zijn voor het plaatsen van (privé)zonnepanelen, zoals in de tuin of aan het balkon van het appartement van [verzoeker 2]

4.7.

De belangen van [verzoeker 2] om zonnepanelen op het dak te leggen worden niet betwist. Het is van algemene bekendheid dat de overheid in het kader van verduurzaming huiseigenaren aanmoedigt om te zoeken naar alternatieve energiebronnen, waaronder zonnepanelen. Bovendien zou plaatsing van zonnepanelen volgens [verzoeker 2] een verbetering van het energielabel opleveren en – volgens [verzoeker 2] – tot een verlaging van de hypotheekrente. Deze belangen wegen echter niet op tegen de door [verweerder] aangevoerde belangen om ongestoord gebruik te kunnen (blijven) maken van haar appartement. Eerst als [verzoeker 2] voldoende onderbouwt dat het woongenot van [verweerder] niet onredelijk wordt verstoord door het plaatsen van zonnepanelen en een alternatieve locatie voor het plaatsen van de zonnepanelen niet van hem kan worden gevergd, zou dat anders kunnen zijn. [verweerder] dient zich daarbij te realiseren dat zij indien noodzakelijk toegang tot het gemeenschappelijk dak zal moeten verlenen aan [verzoeker 2] als hij – eventueel met een installateur – nader onderzoek wil (laten) doen naar de mogelijkheid tot plaatsing van zonnepanelen.

4.8.

De kantonrechter is gelet op al het vorenstaande dan ook van oordeel dat de argumenten van [verweerder] op dit moment een redelijke grond opleveren om toestemming te weigeren. Dit betekent dat de kantonrechter het verzoek tot het verlenen van een vervangende machtiging op grond van artikel 5:121 BW afwijst.

verzoek ex artikel 5:140 BW

4.9.

Gelet op het vorenstaande zal dit verzoek eveneens worden afgewezen.

proceskosten

4.10.

[verzoeker 2] is (het meest) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verweerder] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

576,00

(2 punten × € 288,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

720,00

4.11.

De proceskostenveroordeling zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de verzoeken af,

5.2.

veroordeelt [verzoeker 2] in de proceskosten die aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot worden op € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker 2] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wesdorp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026, in aanwezigheid van mr. B.A. Terwee, griffier.

452

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »