ECLI:NL:RBAMS:2026:8279

Datum uitspraak
27-07-2026
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
12320068 \ KK EXPL 26-469
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mondeling vonnis, verzet in kort geding. Huurder moet de bedrijfsruimte ontruimen en de huurachterstand betalen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12320068 \ KK EXPL 26-469

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 27 juli 2026

in de zaak van

LANDTONG AMSTERDAM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in verzet, oorspronkelijk: gedaagde,

hierna te noemen: Landtong,

gemachtigde: mr. M.P. Harten,

tegen

LEBO VASTGOED B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in verzet, oorspronkelijk: eiseres,

hierna te noemen: Lebo Vastgoed,

gemachtigde: mr. R.M. Berendsen.

Bij dagvaarding van 21 juli 2026, met producties, heeft Landtong verzet aangetekend tegen het verstekvonnis van de kantonrechter Amsterdam van 7 juli 2026, gewezen zaaknummer 12222853 \ KK EXPL 26-285 (hierna: het verstekvonnis).

Op 27 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De zaak is behandeld door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en mr. M.E. Zwart da Silva Palma als griffier. Voor Landtong is namens de gemachtigde, mr. E. Paydas verschenen. Namens Lebo Vastgoed zijn [naam 1] en [naam 2] verschenen, bijgestaan door mr. S.W.S Blom namens de gemachtigde.

De gemachtigden hebben de zaak toegelicht, mede aan de hand van spreekaantekeningen. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1. De beoordeling

1.1.

Landtong huurt sinds 1 april 2021 van Lebo Vastgoed de bedrijfsruimte aan [adres] in [plaats]. De kantonrechter heeft Landtong bij het verstekvonnis van 7 juli 2026 veroordeeld om de bedrijfsruimte te ontruimen en de huurachterstand van € 126.004,94 (tot en met mei 2026), met (verschenen) boeterente en buitengerechtelijke kosten, te betalen. Landtong is in verzet gekomen en stelt haar onderneming opnieuw financieel ingericht en gefinancierd te hebben, waardoor zij een groot deel van de huurachterstand in één keer kan betalen. Daarnaast ontbreekt volgens haar voor een aantal posten spoedeisend belang. De kantonrechter oordeelt als volgt.

1.2.

De kantonrechter houdt het verstekvonnis, voor zover het de ontruiming betreft, in stand (rov. 3.1 van het verstekvonnis). Landtong heeft de huurachterstand erkend en de huurachterstand is na het verstekvonnis verder opgelopen. Landtong heeft weliswaar aangeboden om in één keer € 100.000,- af te lossen, en het overige in termijnen te betalen, maar dit is slechts bij een aanbod gebleven. Van een betalingsregeling is niet gebleken. De per 28 juli 2026 aangezegde ontruiming kan dan ook doorgaan. Voor het overige wordt het verstekvonnis vernietigd.

1.3.

Lebo Vastgoed heeft voorafgaand aan de zitting een specificatie van de huurachterstand overgelegd, waaruit volgt dat de huurachterstand tot en met juli 2026, € 151.652,52 bedraagt. Landtong heeft de hoogte daarvan niet betwist, zodat de (actuele) huurachterstand, opnieuw rechtdoende, toegewezen zal worden. De kantonrechter benadrukt dat dit geen eiswijziging, maar een herberekening van de toegewezen bedragen betreft.

1.4.

Verder heeft Lebo Vastgoed ter zitting haar eis gewijzigd in die zin dat zij niet langer een (voorschot op de) contractuele boeterente, de buitengerechtelijke kosten en toekomstige huurdervingsschade vordert. Gelet daarop wordt de lopende huur van € 12.823,79 per maand toegewezen vanaf 1 augustus 2026, tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt. De huurtermijnen ná de ontruiming, de (verschenen) boeterente en de buitengerechtelijke kosten, worden niet opnieuw toegewezen.

1.5.

Daarnaast zijn de proceskosten niet juist berekend. Voor het salaris van de gemachtigde is namelijk uitgegaan van het puntensysteem, terwijl in kort geding een vast tarief geldt dat afhankelijk is van de complexiteit van de zaak. De proceskosten van Lebo Vastgoed worden begroot op: € 2.350,57, bestaande uit de kosten van de dagvaarding (€ 125,57), het griffierecht (€ 1.504,-), het salaris van de gemachtigde (€ 577,-) en de nakosten (€ 144,-). Die kosten blijven op grond van artikel 141 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voor Landtong. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

1.6.

Daar komen de kosten in deze verzetprocedure bovenop. Landtong is in deze procedure namelijk overwegend in het ongelijk gesteld. Die kosten worden aan de zijde van Lebo Vastgoed begroot op: € 721,-, bestaande uit het salaris van de gemachtigde (€ 577,-) en de nakosten (€ 144,-).

1.7.

Deze beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het belang van Lebo Vastgoed bij ontruiming van de bedrijfsruimte weegt, in het licht van de steeds oplopende huurachterstand, namelijk zwaarder dan het belang van Landtong bij behoud van de huur.

De beslissing

De kantonrechter

1.8.

bekrachtigt het verstekvonnis van 7 juli 2026 met zaaknummer 12222853 \ KK EXPL 26-285, voor zover Landtong daarin is veroordeeld om:

a. de bedrijfsruimte aan [adres] in [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Lebo Vastgoed zijn, en de sleutels af te geven aan Lebo Vastgoed,

1.9.

vernietigt het verstekvonnis van 7 juli 2026 met zaaknummer 12222853 \ KK EXPL 26-285 voor het overige,

1.10.

In zoverre opnieuw rechtdoende, veroordeelt Landtong om aan Lebo Vastgoed te betalen:

  1. € 151.652,52 aan huurachterstand, berekend tot en met juli 2026,

  2. € 12.823,79 per maand aan huur, vanaf 1 augustus 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt,

  3. de proceskosten van € 2.350,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Landtong niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

1.11.

veroordeelt Landtong Amsterdam in de kosten van de verzetsprocedure, aan de zijde van Lebo Vastgoed begroot op € 721,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Landtong Amsterdam niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

1.12.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

1.13.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.E. Zwart da Silva Palma, griffier, op 27 juli 2026.

MVU.64183

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »