RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/781599 / HA ZA 26-30
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
te [woonplaats 1] ,2. [eiser 2],
te [woonplaats 2] ,3. [eiser 3],
te [woonplaats 3] ,4. [eiser 4],
te [woonplaats 4] (België),
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. G.J.M. Volders,
tegen
1 VENTUREROCK SPORTSTECH SPV COÖPERATIE U.A.,
te Amsterdam,
hierna te noemen: SportsTech,2. VENTUREROCK FUND COÖPERATIEF U.A.,
te Amsterdam,
hierna te noemen: Fund,3. [gedaagde 3],
te [woonplaats 5] ,
hierna te noemen: [gedaagde 3] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: SportsTech c.s.,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de gelijkluidende dagvaardingen, met producties,
- het tegen SportsTech c.s. verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
[eisers] hebben gevorderd zoals is vermeld in de dagvaardingen waarmee deze procedure is ingeleid. Een kopie van de dagvaardingen is aan dit vonnis gehecht.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
SportsTech c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaardingen |
€ |
252,22 |
|
|
- griffierecht |
€ |
2.803,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
2.885,00 |
(1 punt × € 2.885,00) |
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
6.129,22 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
3 De beslissing
De rechtbank
veroordeelt SportsTech en [gedaagde 3] om te betalen, waarbij ten aanzien van [gedaagde 3] dat de vordering wordt verminderd met het bedrag dat de desbetreffende eiser ontvangt van SportsTech,
-
een bedrag van € 30.000,00 aan [eiser 1];
-
een bedrag van € 30.000,00 aan [eiser 3] ;
-
een bedrag van € 30.000,00 aan [eiser 4] ; en
-
een bedrag van € 30.000,00 aan [eiser 2] ,
alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 29 december 2022, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Fund en [gedaagde 3] om te betalen, waarbij ten aanzien van [gedaagde 3] dat de vordering wordt verminderd met het bedrag dat de desbetreffende eiser ontvangt van Fund,
-
een bedrag van € 20.000,00 aan [eiser 1];
-
een bedrag van € 20.000,00 aan [eiser 3] ;
-
een bedrag van € 20.000,00 aan [eiser 4] ; en
-
een bedrag van € 40.000,00 aan [eiser 2] ,
alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 29 december 2022, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt SportsTech c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 6.129,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Venturerock SportsTech SPV Coöperatie c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt SportsTech c.s. hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.