ECLI:NL:RBAMS:2026:10027

Datum uitspraak
09-10-2026
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/13/791706 / KG ZA 26-682
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. In conventie wordt de vordering tot afgifte van administratie afgewezen omdat gedaagde betwist de stukken nog onder zich te hebben. Voor de vraag of dat klopt is nader onderzoek nodig, waarvoor in kort geding geen ruimte bestaat. In reconventie wordt de vordering tot opheffing van het beslag afgewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/791706 / KG ZA 26-682 NB/KH

Vonnis in kort geding van 9 oktober 2026

in de zaak van

[eiser] , H.O.D.N. [bedrijf 1],

te [woonplaats 1],

eisende partij in conventie bij dagvaarding van 19 augustus 2025,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser],

advocaat: mr. S.L. Smits-Emons en mr. S.A. Vanneer,

tegen

[gedaagde] , VOORHEEN H.O.D.N. [bedrijf 2],

in deze zaak woonplaats kiezende te [woonplaats 2],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde],

advocaat: mr. A. Taheri-Bhajan.

1 De procedure

1.1.

Deze zaak is door de rechtbank Limburg doorverwezen naar deze rechtbank. Ter zitting op 11 september 2026 heeft [eiser] de vorderingen in zijn dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord verweer gevoerd en bij pleitnota een eis in reconventie (tegenvordering) ingesteld. Ter zitting waren aanwezig, voor zover relevant, [eiser] met mr. Smits-Emons en mr. Vanneer en [gedaagde] (digitaal) met mr. Taheri Bhajan.

1.2.

De zaak is twee weken aangehouden om [gedaagde] in de gelegenheid te stellen de door [eiser] in deze procedure gevorderde administratie boven water te krijgen. Vervolgens kreeg [eiser] nog de mogelijkheid om op de tegenvordering te reageren. Dat deed hij bij akte van 25 september 2026. Diezelfde dag maakte [gedaagde] bezwaar tegen de omvang van de akte. Ook liet [gedaagde] weten dat het niet is gelukt om de administratie boven water te krijgen. Beide akten zijn toegelaten en vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft aan [gedaagde] begin 2022 opdracht verstrekt om de administratie met betrekking tot ‘[bedrijf 1]’ te verzorgen.

2.2.

[gedaagde] maakte bij het voeren van de administratie voor [eiser] gebruik van het boekhoudsysteem van Exact Nederland B.V. (hierna: Exact) waarvoor [gedaagde] een licentie had. In dat systeem werden facturen voor [eiser] gemaakt en daarin uploadde [eiser] bonnen van de kosten die hij maakte.

2.3.

De samenwerking is per 1 mei 2025 beëindigd. [eiser] heeft [gedaagde] verschillende keren zonder succes verzocht om afgifte van zijn volledige administratie. Ook heeft [eiser] geprobeerd om zijn administratie via Exact te krijgen, maar die reageerde dat zij niet verder kan helpen omdat de administratie is uitgegeven/overhandigd aan de ‘desbetreffende accountant’ en [eiser] geen licentie heeft bij Exact.

2.4.

[gedaagde] heeft zijn ondernemingsactiviteiten per 29 juni 2025 geëindigd en zijn Exact-abonnement per juli 2025 opgezegd.

2.5.

[gedaagde] is vervolgens bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard verstekvonnis van de rechtbank Limburg van 18 september 2025 in het kort veroordeeld om aan [eiser] binnen twee weken na dat vonnis over te gaan tot afgifte van de volledige administratie van [eiser] over de jaren 2022 tot en met 2025 (hierna: het verstekvonnis).

2.6.

Op basis van het verstekvonnis heeft [eiser] op 21 november 2025 executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Coöperatieve Rabobank U.A. Dat beslag heeft geen doel getroffen. Verder heeft [eiser] executoriaal beslag gelegd op alle vorderingen en/of roerende zaken die de derde-beslagene onder zich heeft. Uit de processtukken van partijen blijkt dat er in ieder geval beslag ligt op het huis van [gedaagde] in Spanje.

2.7.

[gedaagde] is tegen het verstekvonnis in verzet gekomen. Bij vonnis in verzet van 10 juli 2026 heeft de rechtbank Limburg het verstekvonnis vernietigd, zich in datzelfde vonnis onbevoegd verklaard op grond van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden, de zaak verwezen naar deze (bevoegde) rechtbank, [eiser] veroordeeld in de proceskosten en de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

2.8.

Bij appeldagvaarding van 29 juli 2026 is [eiser] in beroep gekomen tegen het vonnis in verzet van 10 juli 2026.

2.9.

Op 17 september 2026 heeft de advocaat van [gedaagde] de support-afdeling van Exact een e-mail gestuurd met de vraag (i) hoe lang de administratie en gegevens na beëindiging van een account worden bewaard en (ii) of het nog mogelijk is om de administratie van één specifieke cliënt over te dragen aan de cliënt, terwijl het account van het administratiekantoor al sinds juli 2025 is geëindigd. Op 22 september 2026 heeft de vrouw van [gedaagde] de support-afdeling van Exact met dezelfde vragen benaderd. Op beide e-mails is volgens [gedaagde] geen reactie gekomen.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

[eiser] vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

I. [gedaagde] op straffe van een dwangsom te veroordelen tot afgifte van de volledige in zijn bezit zijnde administratie van [eiser] ([bedrijf 1]) binnen twee weken na dit vonnis, waaronder in ieder geval de in randnummer 13 opgesomde gegevens en documenten,

II. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

In reconventie

3.4.

[gedaagde] vordert om [eiser] op straffe van een dwangsom te bevelen om per ommegaande of binnen twee dagen na betekening van dit vonnis alle beslagen op te heffen.

3.5.

[eiser] voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op de samenhang van de vorderingen in conventie en in reconventie worden deze hieronder gezamenlijk beoordeeld.

4.2.

[gedaagde] is bij het verstekvonnis op straffe van een dwangsom al veroordeeld tot afgifte van de volledige in zijn bezit zijnde administratie van [eiser]. Dat verstekvonnis is vernietigd bij vonnis in verzet van 10 juli 2026. De vraag of dat terecht was ligt bij het gerechtshof Den Bosch voor. Vooralsnog moet worden uitgegaan van de situatie dat het verstekvonnis vernietigd is. Dat betekent dat de voorzieningenrechter in dit kort geding de vorderingen uit de oorspronkelijke dagvaarding van [eiser] van 19 augustus 2025 beoordeelt.

4.3.

[eiser] vordert in conventie dat [gedaagde] op straffe van een dwangsom wordt veroordeeld tot afgifte van de volledige in zijn bezit zijnde administratie. [eiser] heeft deze gegevens nodig om aan zijn wettelijke en fiscale verplichtingen te kunnen voldoen. [gedaagde] voert aan dat hij geen administratie van [eiser] meer in zijn bezit heeft. De administratie die hij in zijn bezit had, heeft hij al overgedragen aan [eiser] dan wel aan zijn nieuwe boekhouder. Hij heeft nooit originele stukken van [eiser] ontvangen, omdat hij deze uploadde in Exact en niet rechtstreeks aan [gedaagde] zond. Nu [gedaagde] geen abonnement meer heeft bij Exact kan hij deze stukken niet meer inzien. Exact reageert ook niet op zijn verzoeken om de administratie alsnog te krijgen.

4.4.

De vordering van [eiser] komt in dit kort geding niet voor toewijzing in aanmerking en zal worden afgewezen. [gedaagde] betwist immers de gevraagde stukken nog onder zich te hebben en [eiser] heeft vooralsnog onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] de stukken nog wel heeft. Daarvoor is nader onderzoek nodig, waarvoor in dit kort geding geen ruimte bestaat. Wel merkt de voorzieningenrechter op dat de passieve houding van [gedaagde] niet bijdraagt aan een oplossing van het geschil. Ter zitting bleek dat hij tot dan toe nog geen enkele actie richting Exact had ondernomen om de gevraagde administratie te achterhalen. Dat had van hem wel verwacht mogen worden.

4.5.

[gedaagde] vordert in reconventie dat ‘alle beslagen’ worden opgeheven. Die vordering komt niet voor toewijzing in aanmerking nu deze onvoldoende is gespecificeerd. Ook voor het overige komt de vordering niet voor toewijzing in aanmerking. [gedaagde] voert aan dat het verstekvonnis is vernietigd en daarmee de grond voor het beslag is komen te vervallen. Daarin gaat de voorzieningenrechter niet mee. De vraag of de vernietiging standhoudt ligt voor in hoger beroep. Er bestaat geen aanleiding om vooruitlopend daarop de beslaglegging op te heffen, omdat voorshands niet vaststaat dat de vordering waarvoor beslag is gelegd (de verbeurde dwangsommen op grond van het verstekvonnis) ondeugdelijk is. Bovendien weegt het belang van [eiser] bij behoud van zijn enige verhaalsobject zwaarder dan [gedaagde] belang bij de verkoop van zijn huis in Spanje.

4.6.

In de houding van [gedaagde] (4.4) ziet de voorzieningenrechter aanleiding om hem in conventie in de proceskosten (inclusief nakosten) te veroordelen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

134,70

- griffierecht

€

341,00

- salaris advocaat

€

1.177,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.841,70

4.7.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.8.

[gedaagde] is in de reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom ook de proceskosten van [eiser] in reconventie betalen. Gelet op de samenhang met de conventie worden deze begroot op nihil.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.841,70, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na vandaag zijn betaald, en tot betaling van de wettelijke rente over € 98 plus de kosten van betekening vanaf veertien dagen na die betekening,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.6.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van [eiser], tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2026.1

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »