ECLI:NL:RBAMS:2025:2488

Datum uitspraak
10-04-2025
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11127099 \ CV EXPL 24-5503
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek. Ambtshalve toetsing aan consumentenrecht niet aan de orde, want bestaansrecht eisende partij ontleend aan de WAM, terwijl de vordering ziet op schadevergoeding waarvoor een betalingsregeling is getroffen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11127099 \ CV EXPL 24-5503

Vonnis van 10 april 2025

in de zaak van

STICHTING WAARBORGFONDS MOTORVERKEER,

gevestigd te Rijswijk,

eisende partij,

gemachtigde: [gemachtigde] ,

tegen

[gedaagde] ,

[zonder bekende woon- of verblijfplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties,

- het tegen gedaagde partij verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Eisende partij heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

2.2.

Het is de kantonrechter bekend dat eisende partij haar bestaansrecht ontleent aan de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen. De vordering ziet op een vergoeding van schade, waar in het kader van de afbetaling daarvan tussen partijen een afbetalingsregeling is getroffen. Daarom is ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht onder de gegeven omstandigheden niet aan de orde.

2.3.

Met inachtneming van het voorgaande, komt de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal deze worden toegewezen als na te melden.

2.4.

Gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

137,39

- griffierecht

€

1.409,00

- salaris gemachtigde

€

543,00

(1 punt × € 543,00)

- nakosten

€

67,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.156,89

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 25.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 7 mei 2024, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 2.156,89, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2025.

991

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »