ECLI:NL:RBAMS:2024:3471

Datum uitspraak
13-06-2024
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Zaaknummer
AMS 23/3356
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

PKV (8:75a, 6:2 Awb). Artikel 236, tweede lid, Gemeentewet is van toepassing bij beroep niet tijdig beslissen tegen uitblijven uitspraak op bezwaar dwangsombeschikking. Beroep was, als het niet was ingetrokken, niet-ontvankelijk verklaard vanwege een premature ingebrekestelling.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 23/3356

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te Loenen aan de Vecht, eiser,

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 14 juni 2023 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het niet tijdig nemen van een uitspraak op het bezwaarschrift van eiser van 15 februari 2023.

Op 27 juli 2023 heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 3 augustus 2023 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. Eiser heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in beroep.1 De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek is kennelijk ongegrond.2

Wat is er gebeurd?

2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet op tijd nemen van een uitspraak op het bezwaarschrift van 15 februari 2023 dat eiser tegen de dwangsombeschikking van

16 januari 2023 heeft ingediend.3 Eiser heeft verweerder op 11 april 2023 in gebreke gesteld. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld.

Standpunten

3. Verweerder heeft zich onder verwijzing naar artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet op het standpunt gesteld dat eiser verweerder te vroeg in gebreke heeft gesteld.

Eiser heeft verzocht de behandeling van het onderhavige verzoek om vergoeding van de proceskosten aan te houden totdat de meervoudige kamer uitspraak heeft gedaan in een soortgelijke zaak.4 De rechtbank heeft de behandeling van het onderhavige verzoek om vergoeding van de proceskosten hierop aangehouden.

Beoordeling

4. Er kan niet worden vastgesteld dat verweerder aan het beroep van eiser is tegemoetgekomen. Eiser heeft verweerder te vroeg in gebreke gesteld.5 Dat betekent dat, als het beroep niet was ingetrokken, het beroep niet-ontvankelijk zou zijn verklaard. Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen.

5. De in de voetnoot genoemde uitspraak van 22 januari 2024, in welke zaak

mr. Voorbach als gemachtigde is opgetreden, is niet gepubliceerd en om die reden aan deze uitspraak gehecht. De onderhavige uitspraak zal worden gepubliceerd.

6. Er is niet tegemoetgekomen. Vergoeding van het griffierecht is dus niet aan de orde.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van

M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

13 juni 2024

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.

Coll: M.P.O.

D: B

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »