ECLI:NL:RBAMS:2024:2733

Datum uitspraak
16-05-2024
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Zaaknummer
AMS 23/1385
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vereenvoudigde afdoening (8:54 Awb). Eiseres geeft aan dat notabrief niet in dossier zit. Dit kan niet-ontvankelijkheid niet in de weg staan. Voor zover is beoogd aan te voeren dat notabrief niet is ontvangen is een blote ontkenning van de ontvangst onvoldoende. Gemachtigde is een veelprocedeerder die geregeld de ontvangst van een (aangetekende) brief ontkent. Dat maakt dat gemachtigde geregeld te maken lijkt te hebben met postproblemen. Gemachtigde heeft nimmer bewijs daarvoor aangeleverd of bewijs ingediend dat PostNL om onderzoek is verzocht. Track & trace is beperkt verifieerbaar. Dat maakt dat ontkenning van ontvangst van de notabrief (notabrieven) niet geloofwaardig is. Gemachtigde is een ervaren professionele rechtshulpverlener. Van hem mag worden verwacht dat hij een goede administratie bijhoudt en bekend is met de systematiek van zaaknummers, ook bij de betaling van het griffierecht.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 23/1385

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] ., te [woonplaats], eiseres,

(gemachtigde: [gemachtigde]),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 22 februari 2023 een beroepschrift van eiseres ontvangen dat is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 1 februari 2023 (de bestreden uitspraak).

Overwegingen

1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.1

2. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen.2 In deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 365,-. De griffier heeft een termijn gesteld waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Dat betekent dat het hele bedrag binnen die termijn moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

Beroep op betalingsonmacht 3

3. Eiseres heeft gevraagd om uitstel van betaling voor het griffierecht. Een dergelijk verzoek moet als een verzoek om vrijstelling van het griffierecht worden aangemerkt. De griffier heeft niet op het verzoek van 20 februari 2023 gereageerd, zoals de rechtbank de gemachtigde van eiseres, [gemachtigde], heeft aangekondigd in de brief van 16 februari 2023.

4. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van 20 februari 2023 terecht niet in behandeling is genomen. De griffier heeft [gemachtigde] bij brief van 16 februari 2023 gemotiveerd bericht dat vanaf heden geen acht wordt geslagen op een beroep op betalingsonmacht, wanneer is verzuimd het formulier c.q. de benodigde gegevens mee te sturen.4 Het verzoek van 20 februari 2023 is niet gemotiveerd noch voorzien van financiële gegevens die betrekking hebben op de financiële positie van eiseres. Het verzoek wordt definitief afgewezen.

Betaling griffierecht

5. De griffier heeft eiseres bij brief van 14 maart 2023 een betaaltermijn van vier weken gesteld. In een per aangetekende post verzonden brief van 12 april 2023 heeft de griffier eiseres een tweede betaaltermijn van vier weken gegeven. Dat betekent dat het griffierecht uiterlijk op 10 mei 2023 door de rechtbank moet zijn ontvangen.

6. Eiseres heeft het griffierecht niet betaald.

7. Eiseres heeft bij brief van 18 januari 2024 gereageerd op de vraag van de griffier bij brief van 17 januari 2024 om de reden van het niet betalen van het griffierecht op te geven. Eiseres heeft aangevoerd dat in zijn dossier de notabrief ontbreekt.

8.1

De rechtbank is van oordeel dat hetgeen eiseres in haar brief van 18 januari 2024 heeft aangevoerd niet kan leiden tot de conclusie dat eiseres het achterwege laten van de betaling van het griffierecht niet kan worden aangerekend. De omstandigheid dat in het dossier van [gemachtigde] de notabrief ontbreekt, is daartoe onvoldoende. De notabrieven van

28 maart 2023 en 26 april 2023 zijn verzonden naar het door eiseres in het beroepschrift opgegeven adres van [gemachtigde]. Laatstgenoemde brief is aangetekend verzonden. De rechtbank heeft geen van de brieven teruggekregen.

8.2

Voor zover [gemachtigde] heeft beoogd aan te voeren dat hij (aangetekende) brieven niet ontvangt overweegt de rechtbank het volgende.

[gemachtigde] procedeert in zeer veel zaken. Alleen al bij deze rechtbank zijn dat gemiddeld meer dan 100 zaken per jaar.5 Het is de rechtbank uit eigen wetenschap bekend dat [gemachtigde] geregeld aanvoert dat hij een bepaalde brief niet in zijn dossier heeft of de ontvangst van een per (aangetekende) post verzonden brief ontkent. Tot op heden heeft [gemachtigde] de kennelijk door hem ervaren postproblemen nog nooit onderbouwd. Het is algemeen bekend dat de afzender van een poststuk gedurende korte tijd bij PostNL de Track & Trace code kan controleren.6 Uit eigen ervaring is deze rechtbank bekend met een periode van drie tot maximaal zes maanden. Een ‘blote’ ontkenning van de ontvangst van de notabrief is onvoldoende.

8.3

Van een professioneel gemachtigde mag worden verlangd dat hij een goede administratie bijhoudt van de door hem namens diverse belanghebbenden ingestelde beroepen en dat hij weet dat bij de betaling van het griffierecht de vermelding van het betreffende zaaknummer volstaat. [gemachtigde] heeft beroep namens eiseres ingesteld en de bestreden uitspraak bijgevoegd. [gemachtigde] heeft in het beroepschrift geen eigen kenmerk vermeld. Van de gerechtelijke instantie waar het beroep bij wordt ingesteld, mag worden verwacht dat die op duidelijke wijze communiceert over het zaaknummer dat aan een zaak wordt gekoppeld. In de bevestiging van ontvangst die de griffier aan [gemachtigde] heeft gestuurd is duidelijk aangegeven wat het aan die zaak toegewezen zaaknummer is. Bedoeld zaaknummer en de naam van indiener zijn vervolgens opgenomen in de latere correspondentie waaronder de beide notabrieven. Hiermee was het voor [gemachtigde] duidelijk, althans had het hem duidelijk moeten zijn, ten aanzien van welk door [gemachtigde] ingesteld beroep de nota griffierecht is uitgereikt.

9. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan de verdere beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep noch aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling is bij die uitkomst geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van

M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

16 mei 2024

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.

Coll: M.P.O.

D: B

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »