ECLI:NL:RBAMS:2023:3679

Datum uitspraak
05-04-2023
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/13/730244 / HA ZA 23-187
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vorderingen verzekeringsmaatschappij worden bij verstek toegewezen; vordering tot betaling kosten beslaglegging onder derden afgewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/730244 / HA ZA 23-187

Vonnis van 5 april 2023

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap

ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Utrecht,

2. de naamloze vennootschap

INTERPOLIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Utrecht,

3. de naamloze vennootschap

FBTO ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseressen,

advocaat mr. J. Ekelmans te 's-Gravenhage

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding,

  • de akte overleggen producties,

  • het tegen gedaagde verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Eiseressen vorderen gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 1.624,44 voor verschotten (inclusief € 676,00 griffierecht beslagrekest) en € 2.645,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 2.645,00). Eiseres vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze kosten voor de beslaglegging onder de derden zal worden afgewezen. Het beslag moet nietig worden geacht, nu gesteld noch gebleken is dat de dagvaarding aan de derde is betekend binnen de gestelde termijn van acht dagen, hetgeen ingevolge art. 721 Rv op straffe van nietigheid is voorgeschreven.

2.2.

Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

2.3.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseressen worden begroot op:

- dagvaarding € 130,67

- griffierecht 5.061,00

- salaris advocaat 2.645,00 (1,0 punt × tarief € 2.645,00)

Totaal € 7.836,67

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

veroordeelt gedaagde om aan eiseressen te betalen een bedrag van € 332.810,61 (driehonderdtweeëndertig duizendachthonderdtien euro en éénenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 1 februari 2023 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 4.269,44,

3.3.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseressen tot op heden begroot op € 7.836,67, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

3.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Kruis en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2023.1

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »