GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500496
datum beslissing: 25 maart 2026
in de zaak van
[Eiser],
wonend op Bonaire,
eisende partij,
hierna: [eiser],
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
1 [gedaagde 1],
wonend op Bonaire,
gedaagde partij,
hierna: [gedaagde 1],
niet verschenen,
2 [gedaagde 2],
wonend op Bonaire,
gedaagde partij,
hierna: [gedaagde 2],
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verzoekschrift met producties is op 25 september 2025 op de griffie van dit Gerecht ingediend.
Op de rolzitting van 17 december 2025 waarop het verweerschrift moest worden ingediend is [gedaagde 2] verschenen. Op de rolzitting verklaarde zij dat ze verweer wilde voeren tegen de vorderingen van [eiser]. Het Gerecht heeft op de rolzitting besloten om, zonder schriftelijk verweerschrift, een mondelinge behandeling te plannen. De gemachtigde van [eiser] had daartegen geen bezwaar.
Hoewel [gedaagde 1] deugdelijk bij deurwaardersexploot is opgeroepen, is hij niet in deze procedure verschenen. Tegen [gedaagde 1] is op de rolzitting van 17 december 2025 daarom verstek verleend. Bovendien is [gedaagde 1] opnieuw opgeroepen om op de mondelinge behandeling van 11 maart 2026 te verschijnen.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026. [Eiser] is via een videoverbinding verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn niet verschenen.
Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2 De kern van de zaak
Eiser] en [gedaagde 2] hebben een affectieve relatie gehad. [gedaagde 1] is de vader van [gedaagde 2]. [Eiser] stelt dat hij een quad heeft gekocht van [gedaagde 1]. [gedaagde 2] heeft die quad bij een verzekeringsmaatschappij op haar naam verzekerd op een kenteken dat van [eiser] is. [Eiser] heeft verschillende vorderingen ingesteld die erop neerkomen dat hij als eigenaar kan beschikken over de quad en het kenteken.
3 De beoordeling
Eiser] legt het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. Op 28 oktober 2024 heeft [eiser] een quad van het merk Yamaha, model YFM700R, bouwjaar 2012, chassisnummer [chassisnummer] (hierna: de quad), voor een bedrag van USD 3.000 gekocht van [gedaagde 1]. [Eiser] heeft van [gedaagde 1] geen aankoopbewijs ontvangen. In mei 2025 heeft [Eiser] de affectieve relatie met [gedaagde 2] beëindigd en de quad mee naar zijn nieuwe woonadres genomen. Daar staat de quad op dit moment in een garage. [gedaagde 2] heeft de quad bij de verzekeringsmaatschappij Nagico Insurances Bonaire op haar naam verzekerd en daarvoor het kenteken [kentekennummer] gebruikt. Het verzekeren van de quad en het gebruik van kenteken [kentekennummer] is volgens [eiser] onrechtmatig, omdat hij daarvan eigenaar is.
Tegen [gedaagde 1] is verstek verleend. [gedaagde 2] is wel verschenen. Daarom wordt dit vonnis zowel tegen [gedaagde 2] als tegen [gedaagde 1] als een vonnis op tegenspraak beschouwd. Hoewel [gedaagde 2] op de rolzitting van 17 december 2025 is verschenen, is zij niet op de mondelinge behandeling verschenen en heeft zij geen verweerschrift ingediend. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben dus geen verweer gevoerd tegen de stellingen van [Eiser].
Omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geen verweer hebben gevoerd tegen de stellingen van [eiser], is vast komen te staan dat [eiser] op 28 oktober 2024 eigenaar is van de quad. Bovendien is vast komen te staan dat [eiser] eigenaar is van kenteken [kentekennummer].
Eiser] vordert dat het Gerecht uitspreekt dat hij de enige rechtmatige eigenaar is van de quad. Die vordering is niet toewijsbaar, omdat [eiser] de quad zou kunnen hebben vervreemd nadat hij daarvan op 28 oktober 2024 eigenaar is geworden. Het Gerecht kan en zal daarom voor recht niet meer verklaren dan dat [eiser] op 28 oktober 2024 eigenaar is geworden van de quad.
Eiser] vordert dat dit vonnis in de plaats treedt van het aankoopbewijs van [gedaagde 1] van de quad ten behoeve van het verzekeren daarvan bij een verzekeringsmaatschappij. Die vordering zal worden toegewezen.
gedaagde 2] zal worden veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de door haar afgesloten verzekering op haar naam ten behoeve van de quad bij de verzekeringsmaatschappij Nagico Insurances Bonaire te beëindigen. Bovendien zal zij worden veroordeeld om bij het Openbaar Lichaam Bonaire mee te werken aan de naamswijziging van het kenteken [kentekennummer].
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd zoals onder de beslissing staat vermeld en alleen worden toegewezen voor de verplichting van [gedaagde 2] om de verzekering te beëindigen. De veroordeling tot het meewerken aan het wijzigen van het kenteken bij het OLB is te onbepaald om een dwangsom aan te verbinden. Een dwangsom aan die veroordeling zal tot executieproblemen leiden.
Omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ongelijk krijgen, moeten zij de proceskosten van [eiser] betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op USD 318,00 aan betekeningskosten van de verzoekschriften, USD 251,00 aan griffierecht, USD 1.396,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief 5) en USD 140,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
De veroordeling in de proceskosten wordt, zoals gevorderd, hoofdelijk uitgesproken. Die hoofdelijke proceskostenveroordeling geldt voor een bedrag van USD 1.407,00. Omdat [gedaagde 1] niet in deze procedure verschenen is, zal hij niet worden veroordeeld voor het salaris van de gemachtigde van [eiser] voor het bijwonen van de mondelinge behandeling van 11 maart 2026. Dit betekent dat zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] kunnen worden gedwongen om een bedrag van USD 1.407,00 te betalen. Als één van hen (een deel van) de kosten betaalt, hoeft de ander (dat deel van) die kosten niet meer te voldoen. Het staat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vrij om onderling af te spreken wie de proceskosten uiteindelijk voor zijn of haar rekening zal nemen, maar aan zo’n afspraak is [eiser] niet gebonden. Voor het resterende bedrag aan proceskosten van USD 698,00 geldt de hoofdelijke veroordeling niet. Alleen [gedaagde 2] kan voor dat bedrag worden aangesproken.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals in de beslissing staat vermeld.
De beslissingen in dit vonnis worden, zoals gevraagd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als [gedaagde 1] of [gedaagde 2] in hoger beroep gaat. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval tot in de hoger beroepsprocedure een andere beslissing genomen wordt. Dit geldt niet voor de uitgesproken verklaring voor recht. Een verklaring voor recht leent zich niet voor uitvoerbaar bij voorraadverklaring.
4 De beslissing
Het gerecht:
verklaart voor recht dat [eiser] op 28 oktober 2024 de enige rechtmatige eigenaar is geworden van de quad van het merk Yamaha, model YFM700R, bouwjaar 2012, kleur blauw en wit, chassisnummer [chassisnummer];
bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de aankoopkwitantie van [gedaagde 1] van de onder rechtsoverweging 4.1. bedoelde quad;
gebiedt [gedaagde 2] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis bij Nagico Insurances Bonaire de motorrijtuigenverzekering op haar naam van de onder rechtsoverweging 4.1. bedoelde quad te beëindigen;
gebiedt [gedaagde 2] om bij de afdeling Financiën van het Openbaar Lichaam Bonaire mee te werken aan een naamswijziging van kentekenplaatnummer [kentekennummer];
veroordeelt [gedaagde 2] om aan [Eiser] een dwangsom te betalen van USD 250,00 voor iedere dag of dagdeel dat zij niet aan de in rechtsoverweging 4.3 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van USD 3.000,00 is bereikt;
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling aan [Eiser] van de proceskosten van USD 1.407,00, te vermeerderen met USD 84,00 als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
veroordeelt [gedaagde 2] tot betaling aan [eiser] van de proceskosten van USD 698,00;
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW BES over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart de beslissingen onder rechtsoverweging 4.2 tot en met 4.8 uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.