ECLI:NL:OGEAA:2023:243

Datum uitspraak
08-02-2023
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
AUA202102201
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Schuldvordering. De slotsom luidt dat vast is komen te staan dat [opposante] in totaal Afl. 288.938,14 opeisbaar verschuldigd is aan [geopposeerde], tot betaling van (nagenoeg) welk bedrag [opposante] bij het vonnis waarvan verzet is veroordeeld. Dat betekent dat [opposante] tot kwaad opposant zal worden verklaard en het vonnis waarvan verzet zal worden bevestigd.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Vonnis van 8 februari 2023

Behorend bij A.R. nr. AUA202102201

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS op het verzet van:

[naam opposante],

te Aruba,

opposante,

hierna ook te noemen: [opposante],

gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,

tegen:

[naam geopposeerde],

te Aruba,

geopposeerde,

hierna ook te noemen: [geopposeerde],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 12 maart 2020 ter griffie ingediende tegen [opposante] gerichte (oorspronkelijke) verzoekschrift van [geopposeerde], met producties;

- het bij verstek uitgesproken vonnis van dit Gerecht van 4 november 2020 onder zaaknummer A.R. AUA202000873 (hierna: het vonnis waarvan verzet), waarbij [opposante] uitvoerbaar bij voorraad is veroordeeld tot betaling aan [geopposeerde] van Afl. 288.934,14. Verder is [opposante] bij dat vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [geopposeerde] begroot op Afl. 6.100,--;

- het op 6 augustus 2021 ter griffie ingediende verzetschrift van [opposante], met één productie;

- de conclusie van antwoord in oppositie van [geopposeerde];

- de conclusie van repliek in oppositie van [opposante], met producties;

- de door [geopposeerde] op 24 augustus 2022 genomen akte uitlating producties in oppositie.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 HET GESCHIL IN OPPOSITIE

2.1

Naast verlof tot kosteloos procederen vordert [opposante] dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij vonnis haar goed opposant verklaart, het vonnis waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van [geopposeerde] alsnog afwijst, kosten rechtens.

2.2 [

geopposeerde] voert verweer dat strekt tot bevestiging van het vonnis waarvan verzet.

2.3

Voorzover voor de uitspraak in oppositie van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING IN OPPOSITIE

3.1

Uit het door [opposante] overgelegde bewijs van onvermogen volgt dat zij niet in staat is de kosten van deze procedure te dragen. Aan [opposante] zal daarom verlof tot kosteloos procederen worden verleend.

3.2 [

geopposeerde] heeft onbestreden gesteld dat hij in 2018 totaal Afl. 366.445,59 van het Openbaar Ministerie gerestitueerd heeft gekregen omdat die instantie ten onrechte die gelden ten laste van [geopposeerde] in beslag had genomen. [geopposeerde] heeft verder onbestreden gesteld dat het Openbaar Ministerie voormeld totaalbedrag (hierna: de geldsom) heeft doen toekomen aan [opposante], waarmee [geopposeerde] op dat moment een affectieve relatie had en die door [opposante] als beheerder van dat geldbedrag was aangesteld. In dat verband heeft [geopposeerde] onbestreden gesteld dat de bedoeling van dat beheer was dat [opposante] op verzoek van [geopposeerde] (1) gelden aan hem zou doen toekomen, en (2) voor of namens [geopposeerde] betalingen zou verrichten.

3.3

In het licht van vorenstaande vaststaande omstandigheden is niet in geschil tussen partijen dat aan hun affectieve relatie in 2019 een einde is gekomen, en dat [geopposeerde] in dat verband [opposante] heeft verzocht om rekening en verantwoording af te leggen over het door haar gevoerde beheer over de aan [geopposeerde] toebehorende geldsom. Vast staat verder dat [opposante] niet op dat verzoek is ingegaan.

3.4 [

geopposeerde] heeft erkend dat [opposante] van de geldsom in totaal Afl. 77.507,45 bevoegdelijk heeft uitgegeven. Aldus komt vast te staan dat [opposante] nog (366.445,59 minus 77.507,45 =) Afl. 288.938,14 onder zich had ten titel van beheer voor [geopposeerde] (hierna: het restbedrag). Bij brief van 28 augustus 2019 heeft de gemachtigde van [geopposeerde] [opposante] vruchteloos gesommeerd om tot betaling van dat bedrag aan [geopposeerde] over te gaan.

3.5 [

opposante] stelt dat van het restbedrag nog Afl. 33.776,01 over is, ter zake van welk bedrag [opposante] zich in haar verzetschrift beroept op verrekening met hetgeen [geopposeerde] volgens [opposante] aan haar verschuldigd is hoofde van achterstallig overeengekomen loon voor de door haar voor [geopposeerde] bewezen diensten. [geopposeerde] heeft dat verrekeningsberoep en voormelde daaraan door [opposante] ten gronde gelegde stelling gemotiveerd bestreden, en hetzelfde geldt voor het verdere verrekeningsberoep van [opposante] zoals omschreven in haar conclusie van repliek in oppositie. Dat brengt met zich dat de gegrondheid van die verrekeningsberoepen van [opposante] niet op eenvoudige wijze valt vast te stellen en daarom om de voet van artikel 6:136 BW in elk geval niet aan toewijzing van de vordering van [geopposeerde] ten belope van het in deze overweging besproken bedrag en mogelijke nog verdere toe te wijzen bedragen in de weg kan staan. De vordering van [geopposeerde] zal in elk geval worden toegewezen ten belope van Afl. 33.776,01.

3.6

Ter zake van het nu nog te bespreken onder het beheer van [opposante] vallende bedrag, te weten (288.938,14 minus 33.776,01 =) Afl. 255.162,13 (hierna: het restant), wordt het volgende overwogen. [opposante] stelt dat zij het restant conform opdracht en instructie van [geopposeerde] heeft aangewend voor (verrekening van) betalingen zoals door [opposante] volgens haar minutieus omschreven in haar als productie 4 en 5 bij haar verzetschrift overgelegde overzicht. Die door [geopposeerde] gemotiveerd bestreden bevrijdende stelling mist niet alleen verificatoire onderbouwing met betalingsbewijzen1, maar bovendien heeft te gelden dat [opposante] geen levering van bewijs heeft aangeboden van haar niet vaststaande stelling dat zij het restant heeft aangewend conform opdracht en instructie van [geopposeerde]. Dit één en ander brengt met zich dat niet vast komt te staan dat [opposante] het restant bevoegdelijk, dat wil zeggen conform opdracht en instructie van [geopposeerde], heeft aangewend of uitgegeven. Aldus is [opposante], die niet langer beheerder is van aan [geopposeerde] toebehorende geldbedragen, ook het restant opeisbaar verschuldigd aan [geopposeerde].

3.7

De slotsom luidt dat vast is komen te staan dat [opposante] in totaal Afl. 288.938,14 opeisbaar verschuldigd is aan [geopposeerde], tot betaling van (nagenoeg) welk bedrag [opposante] bij het vonnis waarvan verzet is veroordeeld. Dat betekent dat [opposante] tot kwaad opposant zal worden verklaard en het vonnis waarvan verzet zal worden bevestigd.

3.8 [

opposante] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze verzetprocedure gevallen aan de zijde van [geopposeerde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 4.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (1,5 punt van tarief 8 ad Afl. 3.000,-- per punt)

4 DE UITSPRAAK IN OPPOSITIE

Het Gerecht:

-verklaart [opposante] tot kwaad opposant;

-bevestigt het vonnis waarvan verzet;

-veroordeelt [opposante] in de kosten van deze verzetprocedure gevallen aan de zijde van [geopposeerde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 4.500,--;

-verleent verlof aan [opposante] tot kosteloos procederen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 8 februari 2023.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »