ECLI:NL:HR:2026:896

Datum uitspraak
09-06-2026
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
25/00579
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Strafrechtelijk onderzoek “Eris” naar 5 liquidaties in 2017 en plannen om andere personen te vermoorden. Medeplegen voorbereiding van moord, meermalen gepleegd (art. 289 Sr) en deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Bewijsklachten medeplegen voorbereiding van moord. 2. Bewijsklacht medeplegen voorbereiding van moord. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat voorbereidingshandelingen strekten tot moord op beide slachtoffers? 3. Bewijsklachten medeplegen voorbereidingshandelingen van moord t.a.v. uitleg van verklaringen van kroongetuige, denaturering van verklaring van verdachte, vaststelling dat verdachte een bestelbus voorhanden had en alternatief scenario. 4. Bewijsklacht deelnemen aan criminele organisatie t.a.v. opzet. 5. Rechtmatigheid van kroongetuigeovereenkomst en verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM vanwege verlaagde basisstrafeis. 6. Vormverzuimen o.b.v. ‘Landeck’ en ‘Prokuratuur’, art. 359a Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00523, 25/00524, 25/00537, 25/00542, 25/00658, 25/00659, 25/00667, 25/00689 en 25/00690.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00579

Datum 9 juni 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003045-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes bij schriftuur en bij aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »