ECLI:NL:HR:2026:765

Datum uitspraak
19-05-2026
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
25/03662
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beklag ex art. 5.4.10 jo. 552a Sv na beslag ex art. 94 Sv op diverse voorwerpen (o.m. mobiele telefoons en iPad) onder klagers n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten. Heeft Rb de klaagschriften beoordeeld zonder daarbij kennis te nemen van inhoud van EOB? HR: art. 81.1 RO.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/03662 Br

Datum 19 mei 2026

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 4 juli 2025, nummers RK 24/027499, RK 24/027504 en RK 24/027725, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 5.4.10 in samenhang met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager 1] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

en

[klager 1] ,

wettelijke vertegenwoordiger van [betrokkene 1] ,

geboren op [geboortedatum] 2014,

en

[klager 2] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de klagers.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens hen heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »