ECLI:NL:HR:2026:668

Datum uitspraak
17-04-2026
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
25/00603
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Geschil over omvang van overdracht van auteursrecht op software en bevoegdheid tot verrichten van exploitatiehandelingen van verkoper tevens licentienemer. Proceskostenveroordeling (art. 1019h Rv).

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/00603

Datum 17 april 2026

ARREST

In de zaak van

1. PAYINGIT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. PAYINGIP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. NRD HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. CMC HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

5. [eiser 5],

wonende te [woonplaats],

6. [eiser 6],

wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna: Payingit c.s.,

advocaat: M.E. Bruning,

tegen

WORKRATE HOLDING B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Workrate,

advocaat: V. Rörsch.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/13/721870 / HA ZA 22-665 van de rechtbank Amsterdam van 30 december 2020 en 25 januari 2023;

b. het arrest in de zaak 200.332.638/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 november 2024.

Payingit c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.Workrate heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen mondeling en schriftelijk toegelicht door hun advocaten, voor Payingit c.s. mede door Chr.A. Alberdingk Thijm, D.N.D. Guerrero Obando en L. Oostinga. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1

Onderdeel 1.5 van het middel klaagt over schending van het Unierecht, in het bijzonder art. 5 lid 5 Auteursrechtrichtlijn1. Deze klacht kan niet tot cassatie leiden op de gronden, uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.32 en 3.34.

2.2

De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

2.3

Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partijen dienen Payingit c.s. te worden veroordeeld in de proceskosten. Workrate heeft een kostenveroordeling op de voet van art. 1019h Rv gevorderd en haar kosten in cassatie tot en met de schriftelijke dupliek begroot op € 905,-- aan verschotten en € 84.742,42 voor salaris. Nadien heeft Workrate nog een schriftelijke reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal (Borgersbrief) ingediend.

Nu deze zaak in cassatie betrekking heeft op de handhaving van auteursrechten waarop art. 14 Handhavingsrichtlijn2 ziet, zijn daarop art. 1019h Rv en de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad, versie 1 februari 2026, (hierna: Indicatietarieven) van toepassing.

Voor de toepassing van de Indicatietarieven merkt de Hoge Raad deze zaak in zijn geheel aan als complex.

Volgens de Indicatietarieven bedraagt voor verweerder het maximumtarief in een complexe zaak, inclusief dupliek en een Borgersbrief, € 54.000,--. De Hoge Raad acht dit bedrag in dit geval redelijk en evenredig in de zin van art. 14 Handhavingsrichtlijn en art. 1019h Rv en ziet geen grond voor de door Workrate bepleite vermeerdering van dit bedrag.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Payingit c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Workrate begroot op € 905,-- aan verschotten en € 54.000,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Payingit c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 april 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »