ECLI:NL:HR:2026:1753

Datum uitspraak
27-10-2026
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
25/00521
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Onderzoek Messina. Medeplegen drijven van groothandel in ketamine (art. 38.1 Geneesmiddelenwet) en voorbereidingshandelingen handel in harddrugs (art. 10a Opiumwet). 1. Bewijsklacht drijven van groothandel in ketamine. Kon hof oordelen dat ketamine kan worden aangemerkt als “werkzame stof” a.b.i. art. 38 Geneesmiddelenwet? 2. Bewijsklachten drijven van groothandel in ketamine. Kon hof oordelen dat bewezenverklaarde gedragingen “opzettelijk zonder registratie in ketamine een groothandel drijven” opleveren? 3. Bewijsklachten drijven van groothandel in ketamine t.a.v. “drijven van groothandel in werkzame stoffen” a.b.i. art. 38 Geneesmiddelenwet en pleegperiode. Zijn gedragingen van verdachte (“enkel aantal keren afgeleverd krijgen/in ontvangst nemen van (grotere) hoeveelheden ketamine”) voldoende voor bewezenverklaring van “drijven van groothandel”? 4. Kwalificatieklacht drijven van groothandel in ketamine. Kan bewezenverklaarde worden gekwalificeerd als “overtreding van voorschrift, gesteld bij art. 38.1 Geneesmiddelenwet”, nu bestanddeel “werkzame stof(fen)” niet bewezen is verklaard? 5. Strafmotivering (gevangenisstraf van 21 maanden). Is strafoplegging begrijpelijk gelet op de door Rb opgelegde straf en door AG gevorderde straf (gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk)? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00337, 25/00383 P, 25/00384, 25/00386, 25/00460 E, 25/00461 P en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00521

Datum 27 oktober 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2025, nummer 23-001362-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.N. de Jonge bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »