ECLI:NL:HR:2026:1413

Datum uitspraak
01-09-2026
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
26/01020
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Belaging van zijn ex-partner (art. 285b.1 Sr) en poging tot doodslag door in 2024 in gevangenis in Alphen aan den Rijn zijn celgenoot aan te vallen, te slaan en met scheermes te steken (art. 287 Sr). Geen middelen ingediend, verdachte n-o.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 26/01020

Datum 1 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 maart 2026, nummer 22-001675-25, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »