ECLI:NL:HR:2025:911

Datum uitspraak
13-06-2025
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Zaaknummer
24/03236
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Goederenrecht. Opheffing erfdienstbaarheid. Procesrecht. Art. 5:79 BW. Uitleg akte vestiging erfdienstbaarheid. Geen redelijk belang bij uitoefening erfdienstbaarheid? Misbruik van bevoegdheid? Heeft hof grievenstelsel miskend?

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/03236

Datum 13 juni 2025

ARREST

In de zaak van

1. [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiseres 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [Eigenaar van dienend erf] ,

advocaten: M. Littooij en M.B.A. Alkema,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [Eigenaar van heersend erf] ,

advocaat: H.J.W. Alt.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/05/397013 / HZ ZA 21-407 van de rechtbank Gelderland van 4 mei 2022 en 6 juli 2022;

b. de arresten in de zaak 200.317.814 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 december 2022, 21 november 2023 en 21 mei 2024.

[Eigenaar van dienend erf] hebben tegen het arrest van het hof van 21 mei 2024 beroep in cassatie ingesteld.

[Eigenaar van heersend erf] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [Eigenaar van dienend erf] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [Eigenaar van dienend erf] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [Eigenaar van heersend erf] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [Eigenaar van dienend erf] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 juni 2025.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »