ECLI:NL:HR:2025:603

Datum uitspraak
22-04-2025
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
23/03396
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Opzettelijk zonder vergunning bouwwerkzaamheden verrichten door het (laten) pleisteren van voorgevel van zijn in beschermd stadsgezicht liggende pand, art. 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1. Afwijzing van een bij appelschriftuur gedaan en ttz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van 3 getuigen (i.h.k.v. beroep op niet-ontvankelijkheid OM), op de grond dat eventuele verklaringen van getuigen niet van belang zijn voor beantwoorden van vragen in art. 348 en 350 Sv. 2. Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet. Heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat er sprake was van vergunningsplicht maar desondanks zonder vergunning werkzaamheden laten uitvoeren? HR: art. 81.1 RO.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03396 E

Datum 22 april 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 29 augustus 2023, nummer 21-002260-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat F.H.J. van Gaal bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2025.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »