HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01469
Datum 21 maart 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
[de man] ,
wonende te [plaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: J.E. Strengholt-Geitenbeek, aanvankelijk H.J.W. Alt,
tegen
[de vrouw],
wonende te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: M.E.M.G. Peletier.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaken C/13/686791 / FA RK 20-4312 en C/13/702071 / FA RK 21-3178 van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2021, 26 mei 2021 en 1 december 2021;
b. de beschikking in de zaak 200.307.705/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 januari 2024.
De man heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 maart 2025.