ECLI:NL:HR:2024:695

Datum uitspraak
14-05-2024
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
22/03642
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontucht, meermalen gepleegd (art. 245 Sr), verkrachting (art. 242 Sr), gebruik van verborgen camera in woning (art. 139f Sr) en gewoonte maken van vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno (art. 240b.2 Sr). 1. Bewijsklacht ontucht en verkrachting. Heeft hof omstandigheden redengevend geacht voor bewezenverklaring zonder met voldoende mate van nauwkeurigheid bewijsmiddelen aan te geven waaraan het deze heeft ontleend? 2. Bewijsklacht ontucht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster over haar leeftijd, art. 359.2 Sv. 3. Bewijsklacht verkrachting. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 4. Bewijsklacht verkrachting. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. redengevendheid van beeldmateriaal voor dwang, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03642

Datum 14 mei 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2022, nummer 21-002596-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat in Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2024.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »