ECLI:NL:HR:2024:172

Datum uitspraak
06-02-2024
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
23/00231
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

(Medeplegen) mensenhandel door 17-jarige te bewegen zich beschikbaar te stellen voor prostitutie, meermalen gepleegd (art. 273f.1.5 Sr). 1. Toewijzing vordering tot wijziging tenlastelegging, art. 313 Sv jo. 68 Sr. 2. Bewijsklachten. Kan uit gebruikte bewijsmiddelen worden afgeleid dat activiteiten m.b.t. webcam seksueel van aard zijn en dat aangeefster bereid was tot verrichten van seksuele gedragingen voor webcam? 3. Bewijsklacht medeplegen. Kunnen WhatsApp-berichten over beoogde toekomstige opbrengst van “webcamtraject” als indicatief gelden voor genieten van opbrengst uit (eerdere) prostitutiewerkzaamheden? 4. Afwijzing van een ttz. in hoger beroep voorwaardelijk gedaan verzoek tot horen van aangeefster op de grond dat verdediging bij RC de gelegenheid heeft gehad om vragen te stellen m.b.t. webcamsekswerkzaamheden. 5. Strafmotivering (gevangenisstraf van 16 maanden). Heeft hof de verdachte tegengeworpen dat hij ter verdediging gebruik heeft gemaakt van hem verdragsrechtelijk toekomend recht? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00401, 22/00519 en 23/00246.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00231

Datum 6 februari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 januari 2023, nummer 21-007067-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.T.E. Vis, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »