HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/00791
Datum 24 januari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 februari 2022, nummer 21-001151-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat te Almere, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van een door de verdediging geschetst alternatief scenario.
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de procureur-generaal onder 51 tot en met 53 en 55 tot en met 67.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de bewezenverklaarde gedragingen kunnen worden aangemerkt als openlijk geweld ‘tegen personen’.
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de procureur-generaal onder 70 tot en met 75.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, de vicepresident J. de Hullu en de raadsheren A.L.J. van Strien, M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2023.