ECLI:NL:HR:2023:604

Datum uitspraak
18-04-2023
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
22/01094
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Poging tot moord (art. 289 Sr), medeplegen bedreiging (art. 285.1 Sr), voorhanden hebben van vuurwapen (art. 26.1 WWM) en openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten m.b.t. poging tot moord dat verklaringen van aangever en getuige onbetrouwbaar zijn. 2. Uos m.b.t. poging tot moord dat niet verdachte maar medeverdachte het schot heeft gelost. 3. Afwijzing (voorwaardelijke) getuigenverzoeken. 4. Afwijzing aanhoudingsverzoek teneinde OVC-opnames te kunnen beluisteren. 5. Bewijsklacht voorbedachte raad. 6. Heeft hof verzuimd te beslissen op (voorwaardelijk) verzoek tot verrichten van nadere onderzoekshandelingen? 7. Heeft hof verzuimd te beslissen op (voorwaardelijk) verzoek tot oproepen van getuige-deskundige? 8. Uos m.b.t. poging tot moord dat OVC-gesprekken niet bruikbaar zijn voor bewijs. 9. Strafmotivering (gevangenisstraf van 14 jaren en 5 maanden). Straftoemetingsverweer dat opgelegde gevangenisstraf t.g.v. overschrijding redelijke termijn zal worden tenuitvoergelegd onder nieuwe regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling. HR: art. 81.1 RO.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01094

Datum 18 april 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 maart 2022, nummer 23-000710-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M. Berndsen en K. Canatan, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »