ECLI:NL:HR:2023:1425

Datum uitspraak
17-10-2023
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
22/01873
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op snorfiets van klaagster onder derde t.z.v. verdenking van diefstal. Ontvankelijkheid cassatieberoep na last tot vernietiging door medewerker OM a.b.i. art. 116.2.c Sv, art. 134.2 Sv. Uit door AG ingewonnen inlichtingen blijkt dat t.a.v. inbeslaggenomen voorwerp een last is gegeven a.b.i. art. 116.2.c Sv en dat het vervolgens is vernietigd met machtiging van OvJ. Hieruit volgt dat beslag inmiddels is beëindigd. Daarom zal HR cassatieberoep van klaagster niet in behandeling nemen. Klaagster n-o.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01873 B

Datum 17 oktober 2023

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 8 maart 2022, nummer RK 21-020120, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben H. Sytema en N.B. Genemans, beiden advocaat te 's–Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beroep.

De raadslieden van de klaagster hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1

Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming als bedoeld in artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) onder een derde van een snorfiets. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klaagster dat strekt tot opheffing van het beslag en teruggave aan haar van het inbeslaggenomen voorwerp niet-ontvankelijk verklaard.

2.2

Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat ten aanzien van het inbeslaggenomen voorwerp een last is gegeven als bedoeld in artikel 116 lid 2, onder c, Sv en dat het vervolgens is vernietigd met een machtiging van de officier van justitie.

2.3

Artikel 134 lid 2 Sv luidt:

“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij

(...)

b. het openbaar ministerie de last geeft als bedoeld in artikel 116, tweede lid onder c;

(...)”

2.4

Hieruit volgt dat het beslag inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2023.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »