ECLI:NL:HR:2022:932

Datum uitspraak
24-06-2022
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
20/03835
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Art. 430 Rv. Hypotheekakte als executoriale titel. Bepaaldheidsvereiste. Kan borg die restschuld aan hypotheeknemer heeft voldaan en is gesubrogeerd in diens rechten, op grond van hypotheekakte executeren? Art. 6:142 BW.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/03835

Datum 24 juni 2022

ARREST

In de zaak van

1. [de man],wonende te [woonplaats],

2. [de vrouw],wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna: hypotheekgevers,

advocaat: R.K. van der Brugge,

tegen

GEMEENTE HELMOND,gevestigd te Helmond,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de Gemeente,

advocaat: J.W.H. van Wijk.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/01/354195/KG ZA 19-800 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Oost-Brabant van 20 februari 2020;

  2. het arrest in de zaak 200.276.106/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 september 2020.

Hypotheekgevers hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat, en mede door M.E.A. Möhring.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van hypotheekgevers heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt hypotheekgevers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien hypotheekgevers deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 juni 2022.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »