HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/03880
Datum 11 november 2022
ARREST
In de zaak van
DE GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaten: G.C. Nieuwland en P.J. Tanja,
tegen
1. [verweerster 1] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. SPIE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [verweersters],
advocaten: J.W.M.K. Meijer en M.H.K. Jansen.
1 Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/622281 / HA ZA 17-75 van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2018 en 7 november 2018;
b. de arresten in de zaak 200.263.054/01 van het gerechtshof Amsterdam van 15 juni 2021 (hierna: het tussenarrest) en 17 augustus 2021.
De Gemeente heeft tegen het tussenarrest beroep in cassatie ingesteld.[verweersters] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.De conclusie van de advocaat-generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaten van de Gemeente hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het tussenarrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot, als voorzitter, en de raadsheren C.H. Sieburgh en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 11 november 2022.