HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03583
Datum 15 mei 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw] ,wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[de man],wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: N.C. van Steijn.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikking in de zaak C/16/433007 en C/16/433009 van de rechtbank Midden-Nederland van 9 augustus 2017;
-
de beschikkingen in de zaak 200.227.197/03 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2018 en 30 april 2019.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof van 30 april 2019 beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. de man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Uitgangspunten en feiten
Bij de hiervoor genoemde beschikking van 18 oktober 2018 heeft het hof einduitspraak gedaan in de hoofdzaak. Tegen deze uitspraak heeft de vrouw cassatieberoep ingesteld (zaaknr. 19/00292).
Bij de in dit cassatieberoep bestreden beschikking van 30 april 2019 heeft het hof beslist op het verzoek dat de vrouw na de sluiting van de behandeling van de hoofdzaak heeft gedaan en dat ertoe strekt op grond van art. 223 Rv voor de duur van het geding nadere voorlopige voorzieningen te treffen. Het hof heeft dit verzoek afgewezen. Daartegen keert zich het middel.
3 Beoordeling van het belang bij het beroep
De Hoge Raad heeft vandaag het cassatieberoep in de hoofdzaak verworpen.1 Daarmee is het geding geëindigd. De vrouw heeft derhalve geen belang meer bij haar verzoek. Het beroep moet daarom bij gebrek aan belang worden verworpen.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 15 mei 2020.