ECLI:NL:HR:2020:324

Datum uitspraak
03-03-2020
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
19/01051
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 en 94a Sv op bankrekeningen en een auto onder klager (in zijn hoedanigheid als de centrale persoon binnen de beslagen rechtspersonen) t.z.v. verdenking van betrokkenheid bij belastingfraude, verduistering, valsheid in geschrift en opzettelijk witwassen. Middelen o.m. over de door Rb gehanteerde maatstaf bij afwijzen beklag over inbeslagneming van tegoeden op bankrekeningen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/03163 B.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01051 B

Datum 3 maart 2020

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 9 januari 2019, nummers RK 18/720; RK 18/856a; RK 18/856b en RK 18/902, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager 1] namens [klaagster 2] EN [klaagster 3],

gevestigd te [plaats],

[klager 1] namens [klaagster 4],

gevestigd te [plaats],

[klaagster 4],

gevestigd te [plaats],

[klager 1] namens [klaagster 4],

gevestigd te [plaats],

hierna: de klagers.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2020.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »