HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02455
Datum 20 november 2020
HERSTELARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,gevestigd te Apeldoorn,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Achmea,
advocaat: B.T.M. van der Wiel.
1 Het arrest in dit geding
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 6 november 2020 een arrest uitgesproken (ECLI:NL:HR:2020:1736). Onder het arrest is vermeld dat het is gewezen door “de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff”. Dat berust op een vergissing, aangezien het arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff. De Hoge Raad zal deze fout, die zich leent voor eenvoudig herstel, op de voet van art. 31 Rv verbeteren.
Bij brief van 12 november 2020 zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich over de voorgenomen verbetering uit te laten. Zij hebben laten weten daartegen geen bezwaar te hebben.
De slotalinea van het arrest dient als volgt te worden gelezen:
“Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 6 november 2020.”
2 Beslissing
De Hoge Raad:
- verbetert de slotalinea van het op 6 november 2020 in deze zaak uitgesproken arrest op de wijze als hiervoor in 1.2 vermeld;
- stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 20 november 2020.