ECLI:NL:HR:2020:1345

Datum uitspraak
01-09-2020
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
19/03498
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. Diefstal d.m.v. valse sleutel (art. 311.1.5 Sr), schuldheling (art. 417bis.1.a Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek i.v.m. niet verschijnen van moeder van verdachte ttz. in h.b. Art. 496a Sv. 2. Horen van reclasseringsmedewerker op moment dat deze nog niet is beëdigd als deskundige of getuige. 3. Oplegging bijzondere voorwaarde dat minderjarige verdachte onderwijs moet volgen volgens rooster gedurende gehele proeftijd, terwijl verdachte binnen die proeftijd niet meer leerplichtig is. HR: art. 81.1 RO.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03498 J

Datum 1 september 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2019, nummer 23/001382-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2020.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »