ECLI:NL:HR:2020:1258

Datum uitspraak
10-07-2020
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
19/01292
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige geluidshinder. Onrechtmatige overheidsdaad? Aansprakelijkheid gemeente naast exploitant buurthuis? Art: 5:37 BW. Handhaving.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/01292

Datum 10 juli 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaten: M.B.A. Alkema en M. Littooij,

tegen

GEMEENTE OOSTERHOUT,zetelende te Oosterhout,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de gemeente,

advocaat: M.W. Scheltema.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/02/275919 / HA ZA 14-49 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 mei 2014 en 21 september 2016;

  2. het arrest in de zaak 200.205.955/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 december 2018.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de gemeente mede door S.J.M. Bouwman.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeente begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 10 juli 2020.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »