ECLI:NL:HR:2018:2108

Datum uitspraak
16-11-2018
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
17/03385
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomst (en aanvullende overeenkomst) tot stand gekomen? (Schijn van) vertegenwoordigingsbevoegdheid? Art. 3:61 lid 2 BW; art. 3:33 BW. Overleg vereist voor inroepen ontbindende voorwaarde? Passeren bewijsaanbod.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

16 november 2018

Eerste Kamer

17/03385

TT/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiseres 1] , voorheen [A] B.V.,

2. [eiseres 2] , voorheen [B] B.V. en voordien B.V. [C] ,beide gevestigd te [plaats] ,

EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. P.A. Fruytier,

t e g e n

1. [verweerder 1] ,

2. [verweerster 2] ,

3. [verweerster 3] ,

4. [verweerster 4] ,allen wonende te [woonplaats] ,

VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] c.s. en [verweerder] c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak 188707/HA ZA 09-1482 van de rechtbank Arnhem van 4 november 2009 en 13 oktober 2010;

b. het arrest in de zaak 200.082.897 van het gerechtshof Arnhem van 3 april 2012;

c. de vonnissen in de zaak 188707/HA ZA 09-1482 van de rechtbank Oost-Nederland van 27 maart 2013 en van de rechtbank Gelderland van 23 april 2014;

d. het arrest in de zaak 200.153.247 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 april 2017.

Het arrest van het hof Arnhem en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem en dat van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] c.s. mede door mr. R.R. Oudijk.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 2.023,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 16 november 2018.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »