ECLI:NL:HR:2012:BY0486

Datum uitspraak
23-11-2012
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12/01207
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Cassatieberoep tegen uitspraak administratieve rechter. Niet-ontvankelijkheid. Art. 78 RO.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

23 november 2012

Eerste Kamer

12/01207

EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

t e g e n

MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,

zetelende te 's-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

Niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en de Minister.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de uitspraak in de zaak 06/4728 BESLU van de rechtbank Breda van 20 augustus 2007.

De uitspraak van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de uitspraak van de rechtbank heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Minister heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijk- verklaring van het beroep in cassatie.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

[Verzoekster] heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda, sector bestuursrecht.

Het betreft hier een uitspraak in een zaak waarvan de rechtbank als administratieve rechter heeft kennis genomen.

Op grond van art. 78 lid 2 RO neemt de Hoge Raad geen kennis van het beroep in cassatie dat is ingesteld tegen uitspraken van de rechtbanken in zaken waarvan zij als administratieve rechter kennis nemen. Weliswaar maakt art. 78 lid 4 RO hierop een uitzondering 'voorzover dit bij wet is bepaald', maar er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de rechtbank Breda, sector bestuursrecht, als de onderhavige, die is gedaan in een geschil betreffende de toekenning van sociale voorzieningen uit hoofde van het dienstverband van [verzoekster]'s vader bij het voormalig Koninklijk Nederlands-Indisch Leger.

Anders dan [verzoekster] aanvoert, schept het Reglement van inwendige dienst van de Hoge Raad geen bevoegdheid, maar bepaalt het uitsluitend welke kamer van de Hoge Raad de zaak behandelt.

[Verzoekster] is derhalve niet-ontvankelijk in haar beroep.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 november 2012.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »